‘Als software-nerd moet je juist heel sociaal zijn’

Spitsuur Software-ontwikkelaar Jan Ruijtenberg (31) werkt ook één dag per week in het landelijk bestuur van vakbond FNV. „Op het werk zijn het veel getallen en figuren, en bij de vakbond is het voor zaaltjes staan en netwerken.”

Jan: „Ik doe wat vaker de afwas, en mijn huisgenoot Marjelle dweilt misschien wat vaker de vloer.” Foto David Galjaard

Jan: „Ik heb anderhalf jaar geleden een eigen huis gekocht. Daar woon ik nu samen met mijn huisgenoot Marjelle. We kennen elkaar van de vakbond FNV. Zij zocht een huis, ik had een huis, en zo is dat gekomen. In het begin dacht ik: ze heeft over een aantal maanden wel wat anders. Maar het bevalt zo goed dat we het allebei leuk vinden als ze langer blijft. Als het lukt eten we samen, en het is leuk om iemand thuis te hebben. Mensen denken vaak dat we een relatie hebben, maar dat is niet zo.

„Hiervoor woonde ik ook in een flat, maar dat was nog echt een studentenhuis. Kratjes bier opgestapeld tot het plafond, een lekkende wc en de douche was een schimmelbende. Dan is dit huis net een tikkeltje volwassener, al blijft het nog wel een beetje studentikoos. We zijn allebei druk en weinig thuis, dus de afwas staat er wel eens een paar dagen. En dan komen we om elf uur ’s avonds thuis en gaan nog wat praten. Zij met sigaretten erbij, ik met een biertje.”

Coderen is veel praten

Jan: „Ik schrijf computercodes. Het beeld bestaat dat software-nerds alleen algoritmes typen, maar veel van mijn werk bestaat uit overleggen. Software schrijven gaat over processen verbeteren en gedachtes overbrengen. Dan moet je wel precies helder hebben welke processen verbeterd moeten worden en op welke manier en met welk algoritme dat het beste kan. Daar kom je alleen achter door veel te praten met teams. Die social skills worden ook steeds meer van ontwikkelaars gevraagd.

„Simpel uitgelegd bestaat mijn werk uit voorspellen wanneer dingen kapot gaan bij grote industriële fabrieken. Bijvoorbeeld: wanneer gaat een pijpleiding lekken? Dan berekenen wij onder welke druk en op welke manier zo’n pijp kapot kan gaan. En ik schrijf codes voor het computerprogramma dat die berekening gaat maken. Zo brengen we risico’s in kaart en geven advies voor een ideaal onderhoudsplan voor bedrijven.”

Vakbondsbestuur

Jan: „Ik heb vijf jaar theoretische natuurkunde in Edinburgh gestudeerd. Toen ik klaar was met studeren was ik heel idealistisch en wilde ik de wereld verbeteren via computercodes. Dat viel toch een beetje tegen, dus toen bedacht ik dat ik graag iets maatschappelijks naast mijn werk wilde doen. Ik heb een tijd nagedacht of ik vluchtelingen les kon geven, maar kwam toen in aanraking met de vakbond. Het idee van een FNV is dat je vanuit je beroep dingen probeert beter te maken. Dat sprak me heel erg aan.

„Een dag per week werk ik in het landelijk bestuur. We hebben een bestuur van 17 man. Zeven daarvan hebben de dagelijkse leiding, en tien doen het naast hun gewone werk, zoals ik. Je zit met zoveel verschillende mensen met een andere achtergronden in het bestuur, dat geeft het een mooie dynamiek. Ik woon vooral veel bijeenkomsten bij. We hebben iets van 1.800 man voor ons werken en 30.000 vrijwilligers, dus er zijn altijd wel bijeenkomsten, zoals het huldigen van mensen die al 40 jaar bij de vakbond zitten en talloze vergaderingen.”

Biertjes drinken

Jan: „Ik kijk eigenlijk nooit Netflix of series, maar ben wel een nieuwsjunk. Ik volg de kranten en kijk veel naar Nieuwsuur, Pauw en Jinek. Met de vakbond staan we iets van dertig keer per week in de krant, en daar krijg ik automatisch notificaties van.

„Eigenlijk ben ik vooral bezig met lezen voor de vakbond. Ik denk dat ik per week wel tien uur daaraan besteed. Als we met de vakbond een reactie schrijven op het regeerakkoord, moet je natuurlijk wel het regeerakkoord hebben gelezen. Maar ik vind het ook echt heel leuk om te weten wat er in het regeerakkoord staat en daar invloed over te hebben. En dan is het de week later weer artikelen lezen over de zorgvisie. En de week erop zit je bijvoorbeeld met de Sociaal-Economische Raad te praten over leerlingen in beroepsonderwijs.

„Dat voorbereiden van die artikelen en stukken doe ik allemaal in de avonden of in het weekend. Ik vind het niet erg, want het zorgt voor een goede afwisseling met mijn werk. Op het werk zijn het veel getallen en figuren, en bij de vakbond is het voor zaaltjes staan en netwerken. Het is ook heel gezellig met de andere vakbondsleden: na een vergadering gaan we vaak nog biertjes drinken.”

Broodje kaas als avondeten

Jan: „Thuis maken we schoon wanneer iemand zin heeft, we hebben geen rooster. Ik doe wat vaker de afwas, en Marjelle dweilt misschien wat vaker de vloer. Boodschappen doe ik meestal als ik uit mijn werk kom. Als we allebei thuis zijn gaan we uitgebreid koken. Met verschillende gangen, en soep en brood. Is Marjelle niet thuis, dan warm ik vaak een pizza op. Maar ik heb zo vaak ’s avonds een vergadering van de vakbond dat ik regelmatig gelijk doorga uit werk. Dus zo’n twee a drie keer per week is het avondeten een broodje kaas bij het station of Chinees bij de vakbondsbijeenkomst.

„Ik hou heel erg van buitensporten, zoals zeilen in de zomer en windsurfen. En minimaal een keer per week ben ik in de klimhal met vrienden. Ik ben met alledrie de sporten op een redelijk niveau, maar ik ben er niet zo goed in dat ik wedstrijden doe. Sinds ik in het bestuur zit, schiet het er ook wel bij in.”

Correctie (30 november 2017): in een eerdere versie van een artikel werd de naam Jan Ruijtenberg geschreven als Jan Ruitenberg.