Recensie

Stortvloed van manische bewegingen

Dans Het eerste uur van ‘Rule of Three’ is een stortvloed van beelden, vol strakke, manisch-energieke bewegingsfrasen. Scherp is de cesuur met de laatste twintig minuten.

En dan zitten ze stil. Naakt. Over hun schouder kijken ze de zaal in, hun blikken ontmoeten die van de toeschouwer – een herinterpretatie van Manets Déjeuner sur L’herbe. Ze zitten stil en ze zijn.

Scherper kon de cesuur niet zijn tussen de laatste twintig minuten van Rule of Three van Jan Martens en het eerste deel. Want het eerste uur van de choreografie is een stortvloed van beelden, vol strakke, manisch-energieke bewegingsfrasen die elkaar in een jachtig staccato en zonder onderlinge samenhang opvolgen. Twee mannen en een vrouw (Steven Michel, Julien Josse en de kleine furie Courtney Robertson), gekleed in primaire kleuren, worden voortgestuwd door de snoeiharde soundscape van noise en beukende beats die de Amerikaanse componist/percussionist NAH (Michael Kuhn) live produceert.

Losse nummers zijn het, enige relatie met de dansers is er niet, zoals ook de dansers onderling nauwelijks iets met elkaar te maken hebben. Lange tijd wordt onderling contact en aanraking ontweken. Wel geven ze bijna ongemerkt bewegingsthema’s aan elkaar door. Tot Kuhn er, kennelijk zelf overprikkeld geraakt, de brui aan geeft en het toneel verlaat. En dan komt die omslag naar de verstilling.

Met naaktheid en intens, fysiek contact in zorgvuldig opgebouwde groepssculpturen roept de Vlaamse choreograaf op tot bezinning in een tijd waarin het menselijk bestaan wordt overwoekerd door competitieve prikkels en onophoudelijke, onsamenhangende en ongefilterde informatiestromen. Martens deed dat vaker, in verschillende, intelligente concepten, vaak met niet (professionele) dansers. Met het technisch pittige Rule of Three pakt hij de toeschouwer opnieuw stevig bij zijn nekvel.

    • Francine van der Wiel