Recht & Onrecht

Of de Nationale Politie betere resultaten boekte weet niemand

Na vier jaar onderzoek naar de Nationale Politie valt over de prestaties ervan niets zinnigs te zeggen. Dat is de opvallendste bevinding van de commissie Kuijken, schrijft Marc Schuilenburg in de Politiecolumn

Installatie van Erik Akerboom als korpschef van de Nationale Politie in 2016. Toenmalig minister Ard van der Steur maakt groepsfoto. Foto Maarten Hartman.

De commissie Kuijken doet in ‘Doorontwikkelen en verbeteren’ uitgebreid verslag van de evaluatie van de Politiewet 2012. Aanleiding hiertoe was de toezegging van de Minister van Justitie en Veiligheid om de doeltreffendheid en effect van de wet te laten toetsen. Belangrijkste onderwerp van de Politiewet is de vorming van de Nationale Politie, met een landelijke korpschef en met een landelijke korpsleiding. De evaluatie heeft vier jaar gekost en bestaat uit vijf deelonderzoeken die elk een onderdeel van de Politiewet belichten. Zo zijn de prestaties onderzocht van de Nationale Politie en is gekeken naar de maatschappelijke inbedding van de organisatie.

Verankering ontbreekt

Twee zaken met betrekking tot het functioneren van het politieapparaat springen eruit. Allereerst blijkt dat weinig terechtkomt van het gebiedsgebonden werken, lang het leidend principe voor de Nederlandse politie. Een stevige en geborgde lokale verankering van de politie ontbreekt in het nieuwe bestel. Politiemensen ervaren de basisteams als te groot en te anoniem. Ook zijn wijkagenten in hun wijk onvoldoende zichtbaar en bereikbaar. Sterker nog: bijna nergens wordt het streven gehaald dat de wijkagent 80 procent van zijn tijd aan en in de wijk moet besteden. Het gevolg is dat de maatschappelijke inbedding van de politie steeds verder onder druk komt te staan.

Geen beeld prestaties

Daarnaast blijkt dat er geen zinnig woord valt te zeggen over de prestaties van de politie. De commissie Kuijken put zich uit in verklaringen dat er geen betrouwbare uitspraken over de effectiviteit van de politie zijn te geven, van het dark number van criminaliteit tot het succes van preventieve maatregelen die zijn genomen door andere partijen als de politie. Maar de belangrijkste reden is dat de politie het zelf ook allemaal niet weet of ze wel betere resultaten boekt. Het politieapparaat doet namelijk geen enkele poging om zijn beleid meetbaar te maken. De politie beschikt niet, zo schrijft de commissie, over een methodisch stevig en door rijke en gebundelde data ondersteund strategisch beeld van het presterend vermogen van haar eigen organisatie.

Jeukwoordmagneten

Begrijp me niet verkeerd: ik zal de eerste zijn om toe te geven dat veiligheid niet een kant-en-klaar product is waarvan de maatschappelijke opbrengst exact kan worden vastgesteld. Maar het verbijsterendste van de evaluatie is dat bij bijna geen enkel onderwerp kan worden aangetoond of de politie beter is gaan functioneren. In de beleidsdocumenten van de politie staan geen indicatoren met betrekking tot kwaliteit, productiviteit en doeltreffendheid. Elementaire criteria om de werking van een publieke organisatie te beoordelen. Wel staan de beleidsstukken vol met jeukwoordmagneten als vakmanschap, weerbaarheid, eenduidige dienstverlening, en de burger centraal stellen. Daarbij is het steeds onduidelijk wat hiermee precies wordt bedoeld.

Niet-meetbare prestaties

De niet-meetbare prestaties van de grootste publieke organisatie in ons land zijn opvallend omdat de leiding van de politie geen mogelijkheid onbenut laat om meer geld te vragen van de politiek. Ieder jaar klinkt de noodkreet dat de politie meer financiële armslag nodig heeft om de criminaliteit succesvol te bestrijden. Vanaf dit jaar krijgt de politie er structureel 267 miljoen bij voor meer blauw op straat en in de opsporing. Met terugwerkende kracht vraag je je af waar de oproepen van de politie om extra geld op zijn gebaseerd. En wat met al die miljoenen euro’s in godsnaam gebeurt. Over de prestaties van de politie valt namelijk niks te zeggen. Zelfs niet na vier jaar onderzoek. Niets, noppes, nada.

De Politiecolumn wordt geschreven door deskundigen uit het politieveld.

 

 

Blogger

Marc Schuilenburg

Marc Schuilenburg doceert aan de afdeling Strafrecht en Criminologie van de Vrije Universiteit te Amsterdam. Hij studeerde filosofie en rechten aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Zijn nieuwste boek heet The Securitization of Society. Crime, Risk, and Social Order (2015). Hij ontving de driejaarlijkse Willem Nagelprijs van de Nederlandse Vereniging voor Criminologie voor zijn boek Orde in veiligheid. Een dynamisch perspectief (2012). Samen met Bob Hoogenboom geeft hij het mastervak ‘Politie en Veiligheid’ aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Zijn website is www.marcschuilenburg.nl.