De nieuwe Nederlandse hockeyvrouwen: goed én herkenbaar

Hockey World League

De Oranje-hockeyvrouwen staan in de halve finale van de HWL. Twee recent gestopte internationals over het team zonder hen.

Caia van Maasakker in de kwartfinale van de HWL tegen China (4-0). Foto Frank Uijlenbroek/WorldSportPics

In een week als deze is het niet makkelijk om hun oude team aandachtig te volgen. Nieuw-Zeeland, wedstrijden vroeg op de dag: niet ideaal. Dus zit Joyce Sombroek ’s ochtends in de pauzes tussen de patiënten door tijdens haar co-schap standen te volgen. Willemijn Bos stond met liefde in het weekend vroeg op, maar met een vijftig-, soms zestigurige werkweek als advocaat moet ze het vaak doen met samenvattingen.

Ze vinden het fijn dat het goed gaat met het Oranje dat ze binnen twee maanden van elkaar achterlieten na de teleurstellende Olympische Spelen van Rio de Janeiro. Als twee van velen. Maartje Paumen, Naomi van As, Ellen Hoog, Frederique Derkx, Larissa Meijer, Jacky Schoenaker, Michelle van der Pols stopten er ook mee – Hoog en Van As zijn inmiddels helemaal gestopt met tophockey. Een exodus van een gouden generatie.

Het nieuwe Oranje kan dat volgens Sombroek (27) en Bos (29) gerust ook worden, kijk hoe ze nu spelen. Zaterdag staan de vrouwen in de halve finale van de Hockey World League. De overwinning op China in de kwartfinale van donderdag (4-0) was al de zeventiende op rij. In eigen land werd Oranje deze zomer Europees kampioen. En op de grote toernooien dit jaar kreeg de ploeg maar twee tegengoals.

Lees ook: Is er hockeyleven na de exodus?

Selectie was altijd breed

„Ik denk dat het vooral voor de buitenwereld verrassend is”, zegt Sombroek. „Ik had absoluut verwacht dat ze het goed zouden doen. Natuurlijk moet je altijd zien hoe het gaat. Maar we hebben zoveel goede meiden.” Vergeet niet dat de selectie altijd breed is geweest, zegt ze. Er zijn nog steeds veel speelsters die al jarenlang bij Oranje zitten, alleen krijgen ze nu écht de kans.

Het huidige team bestaat uit een brede groep ervaren leiders als Lidewij Welten, Carlien Dirkse van den Heuvel en Margot van Geffen, aangevuld door veel jong talent: een Frédérique Matla, Maartje Krekelaar, Pien Sanders. Bos: „Ik vind het mooi hoe die jonge meiden zich geruisloos aanpassen en echt al het verschil maken.” Sombroek: „De ervaren speelsters dragen allemaal verantwoordelijkheid en de jonge meiden spelen echt in dienst van het team: minder individuele acties, maar een hoog passtempo, goede combinaties.”

Is het team zichtbaar anders dan dat waarmee tweevoudig wereldkeepster van het jaar Sombroek olympisch, Europees en wereldkampioen werd? Waarmee Bos Europees en wereldkampioen werd? Moeilijk te zeggen, vinden ze. Het is in ieder geval nog herkenbaar. „Ik zie heel veel dingen waarmee wij al bezig waren”, zegt Sombroek. „Die worden nu doorgezet.” Bos: „De filosofie is hetzelfde. Er zit natuurlijk nog dezelfde coach [Alyson Annan], die wij ook al meemaakten. Ik zie tactisch herkenbare dingen, hoe we met de ‘press’ omgingen bijvoorbeeld. En het is ook zo: de basis is er in de hele jeugdlijn richting Oranje. Die meiden horen geen dingen waarvan ze nooit eerder hebben gehoord.”

Ze missen Oranje niet. Tuurlijk, als ze dan een wedstrijd kijken op een groot toernooi, geeft dat een bepaald gevoel. Bos denkt dan terug aan het toewerken naar die belangrijke wedstrijden, naar de grote doelen. En die dan bereiken, het schept een band. Sombroek had het even toen ze als analist voor de NOS samen met Ellen Hoog de finale van het EK bekeek: wat was het toch gaaf.

Het leven erna

Maar het is mooi zo. Beiden kozen na Rio voor hun maatschappelijke carrière, in het geval van Sombroek was het ook medische voorzorg: haar heup is kwetsbaar en meer dan twee keer per week trainen en een keer spelen bij Laren zit er niet meer in. Na dit seizoen stopt ze er helemaal mee. Bos wil het liefst nog een tijdje door bij Groningen, maar zal op z’n minst het grootste deel van het seizoen missen door een zware knieblessure. Ze speelt zolang het nog verantwoord is.

Ze zijn onder de indruk van het huidige spel van de hockeysters. Misschien dat wedstrijden, juist doordat ze verdedigend zo dominant zijn, nog wat eerder beslist kunnen worden, volgens Bos. En het is afwachten hoe ze met de druk van grote finales omgaan, zegt Sombroek. Maar goed, dat ging op het EK al prima. „Ik denk dat ze op het komende WK (volgend jaar) en de komende Spelen weer goud kunnen winnen. Het staat goed.” Bos: „Het was afwachten of er direct resultaten zouden komen en prijzen zouden worden gewonnen. Of andere landen bijeen zouden blijven, of ook moesten bouwen. Bij de Nederlandse vrouwen is de bouw snel gegaan.”

    • Frank Huiskamp