Minister: ‘grens opzoeken’ om farmaceut onder druk te zetten

Minister Bruins (Medische Zorg, VVD) waarschuwt regels aan te passen als farmaceuten hun „absurde prijzen” niet drukken.

Minister Bruno Bruins voor Medische Zorg (VVD) dinsdag tijdens het wekelijkse vragenuurtje in de Tweede Kamer. Foto Bart Maat / ANP.

Het ministerie van Volksgezondheid wil de „grens opzoeken” in de onderhandelingen met farmaceuten over dure medicijnen voor zeldzame ziekten. Dit zei minister Bruno Bruins (Medische Zorg, VVD) woensdag tijdens een debat in de Tweede Kamer. Hij waarschuwde farmaceuten dat hij de „spelregels zal aanpassen” als ze hun „absurde prijzen” niet drukken.

De minister wil onderzoek doen naar twee maatregelen die de patenten van farmaceuten ernstig zouden kunnen aantasten. Zo wil Bruins „uitgebreid verkennen” of hij ‘dwanglicenties’ kan verlenen als farmaceuten hun prijzen niet willen verlagen. Als de minister daarvoor kiest, krijgen andere fabrikanten toestemming een medicijn na te maken, ook al heeft een andere farmaceut er een patent op.

Bruins wil ook onderzoeken of en wanneer hij apothekers kan toestaan dure geneesmiddelen voor hun patiënten zelf na te maken. Via deze ‘magistrale bereiding’ kunnen, op kleine schaal, heel dure medicijnen voor een lagere prijs aan patiënten worden gegeven.

Beide maatregelen, vorige maand ook aangeraden door de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving, liggen zeer gevoelig bij farmaceuten. Zij dreigen zeldzame middelen niet meer voor de Nederlandse markt beschikbaar te maken: ook de VVD is daar bang voor.

Octrooien

De macht van medicijnfabrikanten wordt namelijk vooral veroorzaakt door octrooien. Het ontwikkelen van een medicijn kost heel veel geld. Om farmaceuten aan te moedigen medicijnen voor zeldzame ziekten toch te blijven ontwikkelen, krijgen ze krijgen ze een patent als ze een geslaagd middel hebben gemaakt.

Het probleem is dat de farmaceut daarmee in principe elke prijs kan vragen wanneer hij in onderhandeling gaat met het ministerie voor Volksgezondheid voor vergoeding van het medicijn uit het verzekerde pakket. De prijs voor Orkambi, een medicijn voor taaislijmpatiënten, was in eerste instantie bijvoorbeeld 170.000 euro per patiënt per jaar. Het ministerie kan dat niet betalen, omdat er beperkt budget is voor medicijnen en er steeds meer medicijnen voor zeldzame ziekten worden geproduceerd. Voor Orkambi werd uiteindelijk een akkoord voor een lagere prijs gesloten tussen farmaceut Vertex en ministerie. De uiteindelijke prijs is niet bekendgemaakt.

Toelating van een medicijn tot het basispakket is voor een farmaceut van groot belang. Toelating tot het verzekerde pakket betekent voor de fabrikant miljoenenwinsten.

Harde lobby

NRC beschreef afgelopen weekend aan de hand van de casus-Orkambi hoe hard de lobby van een farmaceut kan gaan tijdens zulke onderhandelingen. In communicatie met Tweede Kamerleden bleek de lobbyist van de farmaceut Vertex winst- en investeringscijfers op te poetsen.

Minister Bruins is zeer kritisch over deze handelwijze, zo bleek woensdag. „Wat betreft de handelwijze van Vertex: deze keur ik ten zeerste af. Het past mijns inziens niet om gedurende een onderhandeling op deze wijze het proces of de besluitvorming te beïnvloeden”, schreef Bruins in een brief ter voorbereiding op het debat. De lobbyist zelf reageerde voor het eerst inhoudelijk op zijn lobby voor Orkambi, in een persbericht van beroepsvereniging BVPA voor lobbyisten. De farma-lobbyist „betreurt” dat hij „onzorgvuldig” over de bedrijfsresultaten heeft „gecommuniceerd”.

In de afgelopen twee jaar onderhandelde het ministerie voor Volksgezondheid 25 keer over een duur geneesmiddel. Daarmee werd 160 miljoen euro bespaard. Op dit moment onderhandelt de minister alweer over een nieuw duur medicijn. Dat gaat over Spinraza, een medicijn dat verlichting kan bieden bij een spierziekte.