Recensie

Massenets Werther krijgt bij Opera Zuid een tijdloze glans

Regisseur Sybrand van der Werf weet de burgerlijk-romantische tweestrijd tussen ware liefde en onkreukbare zeden invoelbaar te maken voor een modern publiek. De zangerscast is in grote lijnen uitstekend.

Als een zedig spook (links) waart de moeder steeds rond bij liefdesscenes bij Massenets Werther Foto Joost Milde / MildeFotografie

Neem een aan Weltschmerz lijdende melancholicus, zadel hem op met een hopeloze liefde en een wankele psychische gesteldheid en je snapt waarom de titelfiguur uit Goethes Die Leiden des jungen Werthers zich aan het eind van de beroemde briefroman (1774) voor zijn raap schiet.

De Franse componist Jules Massenet hoorde een opera in het tragische Sturm und Drang-personage en besloot in zijn ‘drame lyrique’ (1892) tot een opmerkelijke perspectiefwisseling. Meer nog dan het liefdesleed van Werther zelf wordt de onmogelijke spagaat van diens beminde Charlotte psychologisch uitgediept. Ooit beloofde zij haar inmiddels overleden moeder plechtig om met de welgestelde Albert te trouwen, waardoor zij volgens de strenge burgermoraal onmogelijk nog kan toegeven aan haar gevoelens voor Werther.

In zijn enscenering voor Opera Zuid geeft regisseur Sybrand van der Werf indringend gestalte aan Charlottes onverwoestbare trouw en plichtsbesef. Voortdurend waart er een rood gesluierde spookverschijning van haar moeder over de bühne. Zwijgend, maar daarom des te dreigender en vermanender.

Wat ook helpt om Charlottes burgerlijk-romantische tweestrijd tussen ware liefde en onkreukbare zeden invoelbaar te maken voor een modern publiek: het gestileerde decor van ontwerper Eric Goossens. De bewegende, wit gegipste podiumdelen (nu eens een huis, dan een tweetal bomen, ten slotte een tombe) verlenen de voorstelling een mythische aura. Werthers alles verterende hartstocht en Charlottes duivelse dilemma krijgen daardoor iets tijdloos en universeel menselijks.

De zangerscast van de productie is in grote lijnen uitstekend. Met haar rijke maar lichte stemgeluid en sterke acteerwerk laat mezzosopraan Florieke Beelen je Charlottes vertwijfeling en wanhoop aan den lijve ervaren. Met name in de derde en vierde akte waarin Massenets muziek onafwendbaar afstevent op haar tragische ontknoping.

De fijnbesnaarde strot van tenor Eric Fennell (Werther) komt het best tot zijn recht in de tedere passages, maar mist volume in de dramatische scènes waardoor Werthers lijden maar niet echt bij de keel grijpt.

De Belgische bariton Ivan Thirion laat als Albert een voller, krachtiger geluid horen. Met haar kraakheldere atletische stem sproeit de Russische sopraan Anna Emelianova haar noten in het rond als een klaterende fontein.

Onder dirigent Pieter-Jelle de Boer blijkt een uitstekend spelende philharmonie zuidnederland de ideale graadmeter voor de gevoelstemperatuur van de personages. Van een idyllische gloed en volksdansante pit in de eerste akte, via wagneriaanse koperecho’s naar volbloeddramatiek aan het slot. Ook vermeldenswaard: de prachtige saxofoonlijnen in Va! Laisse couler mes larmes: klankgeworden melancholie.