Imam mond gesnoerd met gebiedsverbod

Antiterrorisme

De overheid omzeilt met gebiedsverbod de bescherming van de vrijheid van meningsuiting. “Dat kun je censuur noemen.”

Foto: Evert-Jan Daniels/ANP

Een uitspraak van de Haagse rechtbank donderdag kan vergaande gevolgen hebben voor de aanpak van radicaal-islamitische predikers. Volgens de rechter mag de minister van Justitie en Veiligheid een gebiedsverbod opleggen aan een imam, zonder dat deze strafbare uitlatingen heeft gedaan. „Een markeringspunt in onze staatkundige geschiedenis”, zegt hoogleraar staatsrecht Jon Schilder, een autoriteit op dit gebied.

De Syrische Nederlander Fawaz Jneid (53) is de eerste imam die op grond van nieuwe anti-terrorismewetgeving wordt geweerd uit twee Haagse wijken waar hij predikt. De op 1 maart ingevoerde Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding maakt het mogelijk zo’n verbod op te leggen aan een persoon die „in verband kan worden gebracht met terroristische activiteiten”.

De rechter vindt dit van toepassing op Fawaz omdat hij op impliciete wijze „het jihadistische gedachtegoed” zou verspreiden. Fawaz roept niet op tot geweld, maar doet uitspraken als: „Strijd voor God met een toegewijde jihad.” Dergelijke uitspraken zijn niet strafbaar, maar toehoorders kunnen wel zelf de conclusie trekken dat zij moeten deelnemen aan de gewapende strijd.

Aanschurken tegen jihadisme

De overheid probeert al jaren iets te doen tegen predikers die aanschurken tegen het jihadisme, maar stuitte tot nu toe altijd op de grondwettelijke bescherming van de vrijheid van godsdienst en van meningsuiting. Als het Haagse vonnis overeind blijft in hoger beroep, lijkt de weg vrij om imams die eenzelfde boodschap verspreiden als Fawaz te weren door middel van een gebiedsverbod.

„Voor het eerst laat een rechtbank toe dat iemand een bewegingsvrijheidbeperkende maatregel krijgt opgelegd vanwege het verspreiden van een bepaald gedachtegoed dat niet strafbaar is”, zegt hoogleraar staatsrecht Jon Schilder van de Vrije Universiteit Amsterdam. „Deze imam wordt letterlijk de mond gesnoerd. Dat kun je gerust censuur noemen.” 

Schilder zegt dat de anti-terrorismewet voor andere doeleinden is ontworpen. „Hij moest ervoor zorgen dat potentieel gevaarlijke personen niet in de buurt kunnen komen van een evenement. Nu wordt het ingezet om jongeren te beschermen tegen inhoud van bepaald gedachtegoed.”

Volgens de hoogleraar is de godsdienstvrijheid in het geding. „De consequentie van deze uitspraak is dat een minister, een gekozen bestuurder, voortaan bepaalt wat wel en niet gezegd mag worden. Dat hebben we nog niet eerder meegemaakt.”