Cultuur

Interview

Interview

Ally Derks tijdens de opening van het dertigste IDFA in Theater Carré.

Foto 31pictures

‘IDFA is zo’n geoliede machine’

Interview Na dertig jaar bij IDFA zwaait mede-oprichter en directeur Ally Derks af. Wat nu? „Je bent de 150ste die dat vraagt, ik weet het echt niet.”

Ally Derks (59) oogt dodelijk vermoeid in het Amsterdamse café De Jaren. Dertig jaar geleden was ze mede-oprichter van het documentairefestival IDFA, dat onder haar leiding uitgroeide van veertig documentaires voor een paar duizend bezoekers tot 319 films voor vermoedelijk dit jaar zo’n 270.000 bezoekers.

Nu zwaait ze af. Kunstenaar Barbara Visser deed als tussenpaus de filmselectie van het IDFA, maar Ally Derks is nog de koningin van het bal. Ze werd in het zonnetje gezet bij de opening in theater Carré, waar ze een lintje kreeg. De groten uit de documentairewereld waren zaterdag in De Balie voor marathoninterview van zes uur. Er waren feesten die uitliepen, debatten, tientallen gesprekken en interviews. Woensdagluisterde ze naar dertig speeches. Zelfs voor de roodharige dynamo Ally Derks is dat veel.

U oogt nogal uitgeput na een jaar sabbatical.

„Ik was er een jaar tussenuit als fellow aan de Robert Bosch Stiftung in Berlijn. Daar heb ik me ernstig op verkeken. Het was minder cultureel en veel meer politiek, met elke dag wel een lezing, seminar of forum. En heel veel reizen.

En nu?

„Je bent de 150ste die dat vraagt, ik weet het echt niet. Misschien begint mijn sabbatical nu pas. Het zal wel iets in de documentairewereld zijn, dat wel.”

Vond u het niet fijn een jaar eens niet 600 documentaires te zien?

„Dat was gek genoeg juist wat ik miste. Ik had het gevoel dat ik achterliep, dus heb ik best veel gezien op dit IDFA. Ik vond The Dead Nation geweldig, over antisemitisme in Roemenië. En The Deminer: god wat spannend! Over een Koerdische mijnenruimer in Irak. Je weet dat hij doodgaat, maar wanneer? En wat drijft die man?”

Interim-directeur Barbara Visser trof zo’n hechte organisatie aan dat ze de moed leek op te geven een eigen stempel op het IDFA te drukken. „Ik gaf ze de ruimte om pas op de plaats te maken”, zei ze in een interview.

„Dat las ik, dat Barbara zich bij het IDFA de kapitein van een olietanker voelde, niet van een zeilbootje. Het valt nooit mee iemand op te volgen die daar dertig jaar zat. Het IDFA is zo’n geoliede machine. Veel mensen zitten er heel lang, omdat het zulke kanjers zijn. Die weten wat ze doen en waarom dingen werken zoals ze werken, waarom het zo is gegroeid. De logica kan je als nieuwkomer ontgaan. Bovendien is IDFA zo complex, met educatie, de markt, DocLab, financiering, aanvragen, marketing.”

Ik begrijp dat u de bureaucratie soms ook benauwend vond?

„Dat niet zo, ik deed vooral filmselectie en internationale contacten. Proberen films en filmmakers binnen te halen. Maar ik vond het wel lastig dat je al vier weken voor het IDFA bezig bent met je volgende editie.”

Ik ben gewoon trots dat het IDFA staat als een huis

Wie kan zo’n olietanker overnemen? Het IDFA is net zo groot als het IFFR in Rotterdam.

„We zijn groter! Wij hebben meer bezoekers, en zeker meer internationale gasten. Maar ik ga er verder niet over, ik ben gewoon trots dat het IDFA staat als een huis. Of het nog groter kan? Qua films zitten we al jaren rond de 300, dat is wat we kunnen behappen. Maar er kunnen best meer zalen bij.”

Lijdt IDFA’s hoofdcompetitie er niet onder dat grote filmfestivals – Cannes, Berlijn, Venetië – nu de beste documentaires programmeren? Ze winnen daar ook prijzen.

Fuocoammare won de Gouden Beer in Berlijn. Van Gianfranco Rossi, door ons ontdekt. Ja, dat is soms best zuur. Filmmakers en financiers willen natuurlijk wel dat de hoofdprijs van het IDFA iets voorstelt. Aan de andere kan denk ik: we vertonen die films toch wel, in secties als Best of Fests, voor films die elders al furore maakten. Daar maalt ons publiek niet om. Wat wel een goed idee is: waarom stellen we geen stevige Best of the Fest-prijs in? Een soort Oscar voor documentaires.”

Netflix en Amazon kopen er ook driftig op los.

„Ze lopen ook op onze filmmarkt rond. Geweldig voor de makers, al dat geld en zo’n groot bereik. Ik zie dat niet zo als concurrentie. Mensen kunnen thuis 24 uur films kijken, toch komen ze naar het IDFA om dat samen te doen en na te praten met de regisseur. Juist nu mensen minder direct contact met elkaar hebben, groeien de festivals. Ik heb het gevoel dat er ook meer jongeren naar het IDFA komen.”

(Veert op) „Iemand vertelde me dat er in afgelopen dertig jaar tienduizend relaties zijn ontstaan op het IDFA. Wereldwijd. Hoeveel honderden kinderen zijn daaruit geboren? Misschien wel duizenden. Niet gek, want hier komen mensen bijeen met dezelfde interesses, dezelfde chemie. Het IDFA is één groot relatiebureau.”