‘Enig geweld’ wordt nergens aanvaard

Rechtszaak

Bij een ontgroening hoort enig geweld, zei Wouter B., die een feut mishandelde. De rechter is dat niet met hem eens: 240 uur taakstraf.

Het sociëteitsgebouw van studentencorps Vindicat aan de Grote Markt in Groningen. ‘Mutua fides’ is Latijn voor wederzijds vertrouwen. Foto Kees van de Veen

Een ontgroening is als een toneelstuk, legde verdachte Wouter B. op de zitting twee weken geleden uit. Intimidatie en vernedering horen erbij. En na de introductietijd is de ongelijke machtsverhouding weer opgeheven, weggetrokken als „een deken”.

Dit verklaart naar zijn idee waarom hij zich tijdens de ontgroening in augustus 2016 als voorzitter van een speciale ontgroeningscommissie in de kelder van het sociëteitsgebouw van de Groningse studentenvereniging Vindicat volgens getuigen „lijp en opgefokt” gedroeg. Waarom hij riep en schreeuwde tegen een rijtje aspirant-leden die in het donker tegen een muur stonden gedrukt.

Dit verklaart naar zijn idee ook waarom hij tegen één van hen zei: ‘Leg je rechterwang maar op de grond’. Waarna de jongen ging liggen op de betonnen vloer en Wouter, naar later bleek iets te hard, zijn voet plaatste op diens slaap. „Goed toneelspel”, zei hij daarover op de zitting.

De rechter ziet dat anders, blijkt uit het vonnis dat de meervoudige strafkamer donderdag uitsprak. De rechter heeft de 24-jarige Wouter, lid van Vindicat, veroordeeld wegens zware mishandeling tot de langst mogelijke werkstraf, 240 uur, en daarnaast tot 31 dagen cel waarvan dertig voorwaardelijk. Ook zal hij ruim 5.000 euro schadevergoeding moeten betalen aan het slachtoffer.

Schadelbasisfractuur

De rechter acht bewezen dat Wouter met zijn geschoeide voet zulke sterke druk heeft uitgeoefend op het hoofd van slachtoffer Rogier dat die als gevolg daarvan een schedelbasisfractuur opliep – nog steeds zegt hij soms hoofdpijn te hebben. De verdachte heeft het slachtoffer niet opzettelijk willen verwonden, maar zich wel bewust blootgesteld aan de kans dat dit zou gebeuren. ‘Voorwaardelijke opzet’ in juridische termen.

De officier van justitie had 180 uur werkstraf en een langere voorwaardelijke celstraf geëist: 90 dagen. Maar de rechter heeft in zijn oordeel rekening willen houden met alle media-aandacht en de impact die de zaak ook op de dader heeft gehad.

Het incident, dat aanvankelijk werd stil gehouden, leidde tot landelijke verontwaardiging en discussie over ontgroeningen. Het leidde er mede toe dat Vindicat sinds dit jaar onder verscherpt toezicht staat van universiteit en hogeschool, die het corps mede financieren.

De rechter rekent het Wouter zwaar aan dat hij het slachtoffer niet alleen pijn deed, maar ook heeft vernederd. Hij was voorzitter van de COCK-commissie, bedoeld om feuten die zich misdragen een lesje te leren, en maakte in die functie „misbruik van de machtspositie ten opzichte van slachtoffer”. Hij heeft zich laten leiden door een eerder persoonlijk akkefietje met het slachtoffer.

De rechtbank dient bovendien een sneer uit naar de vereniging als geheel. Het vereiste toezicht van andere commissieleden ontbrak, „de onderlinge controle” heeft gefaald. Fysiek contact is verboden, maar het corps heeft daar ook eerder al lak aan gehad.

Maar over de context van ontgroening als verzáchtende omstandigheid, zoals Wouter twee weken eerder aanvoerde, staat in het vonnis geen woord. Aan het argument ‘dat enig geweld in zo’n context nu eenmaal acceptabel is’ gaat de rechter volledig voorbij. „In geen énkele setting”, benadrukt die, „is door de maatschappij geweld geaccepteerd.”

Vernedering

Een opmerkelijk standpunt, vindt Tjalling van der Goot, de advocaat van Wouter B. „Want op welk geweld doelt de rechter? Ook verbaal en psychisch geweld?” Los van dit incident legt de rechtbank hiermee de norm voor ontgroeningen volgens hem wel érg hoog. „In elke vorm van ontgroeningen zit wel een aspect van vernedering: wakker houden, natspuiten. Is dit ook geweld?” De rechtvaardiging is natuurlijk dat iemand dit lijden bewust accepteert om lid te worden van een vereniging. „Maar de vraag is nu tot op welke hoogte dit lijden is geaccepteerd.”

Onduidelijk is nog of zijn cliënt in beroep gaat. Evenmin is duidelijk of Wouter B. na dit vonnis nog lid mag blijven van Vindicat. Hij is inmiddels vertrokken uit Groningen en niet meer actief binnen de vereniging – dat maakt het recidiverisico volgens de reclassering ook niet zo groot.

Vindicat zelf heeft hierover nog geen beslissing genomen. „We nemen eerst even de tijd het vonnis zorgvuldig te bestuderen”, zegt een woordvoerder. „Wij hebben zo’n veroordeling niet eerder meegemaakt. Dit is heftig, ook voor ons.”

Commentaar pagina 17
    • Freek Schravesande