Concertgebouw haalt Arabische sterren in huis

Festival Turning East Het Concertgebouw gaat zich vaker richten op sterren uit de Arabische muziek. „Dit zijn de nieuwe Europese narratieven.”

De komst van de Libanese zanger Melhem Zein leidde tot ophef. Foto Milagro Elstak

„De kwestie”, noemt Concertgebouw-directeur Simon Reinink het. Sinds zondag brachten verschillende media het bericht dat de Libanese zanger Melhem Zein, een van de Arabische popsterren die deze week optreedt in het Turning East-festival, een aanhanger zou zijn van de Syrische president Bashar al-Assad en de Libanese terreurbeweging Hezbollah. De kwestie werd aangekaart door arabiste Rena Netjes en leidde tot de nodige ophef, vooral op sociale media, met uitgesproken voor- en tegenstanders.

Met Turning East staat het Concertgebouw deze week in het teken van het Midden-Oosten. Het festival vormt „de klaroenstoot” waarmee een nieuwe programmalijn met Arabische muziek van start gaat, vertelt Reinink (1966). „Grote groepen in die samenleving hebben inmiddels een niet-westerse achtergrond. Daarom wil ik structureel iets veranderen: we wenden letterlijk de steven naar het oosten.”

Twitter avatar RenaNetjes Rena Netjes .@AmsterdamNL waarom geven we subsidie aan een Libanese zanger die continu Assad en Hezbollah promoot? Syriers vert… https://t.co/6o89Rz5jW4

Controverse

De beoogde ‘verbinding’ van Turning East dreigt nu overschaduwd te worden door de Zein-kwestie. Reinink blijft nuchter en benadrukt dat het Concertgebouw „een apolitiek podium” is: „Wij zijn niet over één nacht ijs gegaan. Ik heb op Buitenlandse Zaken gesproken over gevoeligheden in de regio, waar we op moeten letten. Alle artiesten zijn vooraf gecheckt. Deze week hebben we onze bronnen opnieuw geraadpleegd en ons is onvoldoende gebleken: dit kan écht niet. Zein zelf zegt dat hij niet over politiek zingt.”

Misschien hoort dit soort controverse er wel bij, voegt Reinink er laconiek aan toe, wanneer je het Midden-Oosten in huis haalt. „Maar de regio de rug toe keren vind ik geen optie.”

Toch is het festival wat Reinink betreft al geslaagd, dankzij het openingsconcert van de Marokkaanse zangeres Abir El Abed en het Amsterdams Andalusisch Orkest, met repertoire van de negende eeuw tot nu: „Het plezier spatte ervan af. En het publiek was een mix van mensen met wortels in het Midden-Oosten én westerse bezoekers – precies de verbinding waar wij op hopen.”

Yassine Boussaid, politicoloog en medeoprichter van het Amsterdams Andalusisch Orkest, is als programma-adviseur bij Turning East betrokken, maar had niet de hand in de boeking van Melhem Zein. Verder neemt Boussaid geen blad voor de mond: „Het doel van zo’n festival moet niet zijn dat je vier hoofddoekjes op je promofilm kunt laten zien. Ga dan foto’s maken op de Albert Cuyp-markt.”

‘Oriëntalistische bril moet af’

Boussaid (1983) is niet geïnteresseerd in eenmalige marketingstunts: „Ik wil deze muziek laten horen, niet als iets van ver weg maar als iets van Nederland.”

De Arabische muziek van nu ontstaat in onze Europese steden, zegt Boussaid. Híer vindt de vernieuwing plaats, door musici die hier zijn opgeleid en vervolgens hun collega’s in het Midden-Oosten beïnvloeden: „Dit zijn de nieuwe Europese narratieven. We wonen al zestig jaar door elkaar. Het publiek moet een afspiegeling zijn van de stad, alsof je in de tram zit.”

Het optreden van Melhem Zein woensdagavond is een van de weinige niet uitverkochte concerten. Het publiek is niet gemengd maar wel laaiend enthousiast. Boven het podium hangt een sprookjesachtige reuzenlantaarn, er is een lichtshow en bezoekers dansen in de gangpaden.

Festival Turning East, Concertgebouw Amsterdam. T/m 25 november. Inl: concertgebouw.nl