Barbara, de zoete pijn van verloren illusies

Koningin van het Franse chanson

Frankrijk zoekt nog steeds troost bij de liefdes- en levensliedjes van Barbara (1930-1997) en herdenkt haar met een tentoonstelling, boeken en cd’s.

Barbara in 1968, bij het Grand Gala du Disque in Amsterdam Foto Dick Coersen/ANP

Ze is dood, deze vrijdag twintig jaar. Maar op de tentoonstelling in de Philharmonie in Parijs kunnen bezoekers zich per telegram rechtstreeks tot haar richten. „Merci, Barbara, dat je ons geleerd hebt te lachen, dat je ons geleerd hebt te huilen, dat je ons de liefde en het leven hebt geleerd”, staat op een van de originele telegramkaartjes. „Je zult er altijd zijn.”

De bezoekers hebben dan net een mooi vormgegeven parcours gevolgd langs originele manuscripten, eerste elpees, jurken en andere parafernalia van de koningin van het Franse chanson. Er zijn artiestenfoto’s in zwart-wit uit de tijd dat ze nog een onbeduidende cabaretzangeres was, volslank en met lang krullend haar. Ze was als Monique Cerf in 1930 in Parijs geboren, noemde zich na de oorlog Barbara Brodi en transformeerde pas vele beproevingen later tot de longue dame brune die bij zoveel Fransen diepe emoties oproept.

Twitter avatar Inafr_officiel Ina.fr La très belle histoire de la chanson “Göttingen” de Barbara. https://t.co/IF5EdpJvTi

Wat opvalt: er zijn deze doordeweekse dag niet minder jongere dan oudere bezoekers. In de grootste expositieruimte kijken ze zij aan zij op een groot scherm naar een registratie van een concert van Barbara begin jaren tachtig in een circustent bij Porte de Pantin. Woordelijk zingen ze ‘Ma plus belle histoire d’amour’ (1967) en ‘L’Aigle Noir’ (1970) mee. Tranen lopen over wangen – we zijn nog steeds op een tentoonstelling – als ze ‘Nantes’ (1963) inzet, het lied als een mokerslag dat ze schreef nadat ze net te laat was gearriveerd voor het overlijden van de verdwenen vader die haar als jong kind misbruikt had.

Tranen, zoals eerder dit jaar toen Gérard Depardieu in het aftandse Théâtre des Bouffes du Nord met slechts een pianist (háár pianist) werk van de vrouw zong met wie hij innig bevriend was. Zingen bleek niet zijn grootste kwaliteit, maar dat maakte niet uit. Via het zwetende lijf van de acteur kwam het publiek nader tot Barbara. Of die keer op de Invalides, natuurlijk. Twee jaar terug, toen Frankrijk bij de nationale herdenking na de terreuraanslagen troost zocht bij haar pacifistische ‘Perlimpinpin’. „Car un enfant qui pleure/ Qu’il soit de n’importe où/ Est un enfant qui pleure/ Car un enfant qui meurt/ Au bout de nos fusils/ Est un enfant qui meurt

„Wie over Barbara spreekt, spreekt over ons”, schreef Le Monde vorige maand. Ze is twintig jaar na haar dood springlevend. Het is haar jaar: er zijn nieuwe boeken en cd’s, tv-documentaires en krantenbijlagen. Haar teksten worden tegenwoordig als gedichten gepubliceerd. Iets meer dan honderd chansons maakte ze – vrijwel alle min of meer autobiografisch, opmerkelijk tijdloos en bovenal topzwaar. Maar nee, niet haar liedjes zijn triest, zei ze zelf. „Het leven is triest”.

Barbara’s muziek „is als een familiehuis waar je altijd weer naar terugkeert”, zegt journalist en persoonlijke vriend Jérôme Garcin in de Monde-bijlage. „Ze kan een icoon worden voor iedereen die in zijn leven een drama heeft meegemaakt, een verlies, een dood. […] Ze heeft de gave om verloren illusies te verzachten en te bezweren dat in een leven zelfs ongeluk een geluk is.” Barbara, schreef haar biograaf Marie Chaix „gaf zich bloot opdat wij door haar te zien onszelf zouden vinden.”

    • Peter Vermaas