Aangerand – de politie wacht nog even

Zedendelict

De politie verwees haar door, dus loste ze haar eigen aanranding op. De Inspectie Veiligheid en Justitie is kritisch.

De politie Noord-Holland is eind vorig jaar tekortgeschoten bij het onderzoeken van een zedenzaak in Hoorn. Volgens de Inspectie Veiligheid en Justitie hebben agenten te lang gewacht met opnemen van de aangifte en bekijken van het beschikbare bewijs. Ook had het korps duidelijker en actiever moeten communiceren met het slachtoffer.

De zaak in Hoorn kreeg deze zomer veel aandacht, nadat het 26-jarige slachtoffer in De Telegraaf vertelde hoe ze zelf op zoek was gegaan naar de man die haar de bosjes in sleurde en probeerde te verkrachten. De vrouw had zich meteen na het misdrijf gemeld op het bureau in Hoorn, maar kreeg daar te horen dat ze pas na twee weken aangifte kon doen.

In de dagen daarop meldde de vrouw zich nog verschillende keren bij de politie met tips. Ze gaf verscheidene malen door waar haar telefoon, die door de verdachte was gestolen, zich bevond. Die gegevens had ze uitgelezen via de functie Find My iPhone van Apple, waarmee een toestel op afstand valt te traceren. Toch duurde het nog zeker vier maanden voordat de politie een verdachte aanhield.

De inspectie stelt nu dat de politie van Noord-Holland „binnen de daarvoor gestelde termijn” heeft gehandeld, maar dat ze dat niet bijzonder voortvarend deed. En veertien dagen bedenktijd voor aangifte is alleen protocol wanneer de verdachte een bekende is van het slachtoffer. In de zaak in Hoorn was dat niet het geval.

Verder heeft de politie „niet proactief en niet helder” gecommuniceerd met het slachtoffer. Zo is volgens de inspectie niet goed duidelijk gemaakt dat agenten wel degelijk iets deden met de tips die de vrouw doorgaf. „Mede hierdoor is het begrijpelijk dat het slachtoffer geen volledig vertrouwen in de politie heeft gehad.”

Verder merkt de inspectie op dat het „relatief lang geduurd” heeft voordat de politie is begonnen met het bekijken van beschikbare camerabeelden en mogelijk relevante informatie op sociale media, en met afnemen van DNA-referentiemateriaal bij het slachtoffer. „Dit heeft het gevoel bij het slachtoffer versterkt dat de zaak bij de politie niet in goede handen was.”

In reactie laat de politie Noord-Holland weten dat de uitkomsten van het onderzoek reden zijn verbeteringen door te voeren. Zo wordt op de afdeling zeden een ‘aanspreekpunt’ ingesteld voor slachtoffers, om de communicatie te verbeteren. Ook zal eerder en vaker contact worden gezocht met de afdeling digitale opsporing.

De uitkomsten van het Inspectie-onderzoek vormen volgens de politie en het ministerie van Justitie en Veiligheid nog geen aanleiding ook bij andere korpsen de werkwijze bij zedenzaken door te lichten.

    • ---