Een hartfilmpje maken met een app

Met een simpel apparaatje en een beveiligde lijn kan de huisarts binnenkort op afstand een hartfilmpje door een cardioloog laten uitlezen.

De huisarts maakt met de CardioSecur het hartfilmpje en bespreekt dat gelijktijdig met een cardioloog op afstand. Voor de patiënt geen wachttijd of dure doorverwijzing. Foto Personal MedSystems GmbH

Het apparaatje is niet meer dan een verdikte iPhonekabel die uitloopt in vier snoertjes, elk met een sensor aan het einde. Bij wijze van demonstratie plakt Charles Smeets van zorginnovatiebureau Vital10 de vier sensoren onder zijn shirt. „Met een paar handelingen in een app heeft een cardioloog in Amsterdam binnen twee minuten een ecg [hartfilmpje, red.] voor zich van een patiënt in een Groningse huisartsenpraktijk. Vervolgens is het mogelijk dat de huisarts en de cardioloog overleggen, zodat sneller duidelijk is wat de patiënt mankeert.”

Zo kan de nu nog fictieve patiënt dankzij het apparaatje, dat CardioSecur heet, een tijdrovende afspraak bij het ziekenhuis bespaard blijven. En de maatschappij scheelt het een kostbare doorverwijzing naar een medisch specialist.

Dergelijke zorg op afstand is de toekomst, stelt Smeets. „We zijn als consument gewend dat we bij bol.com iets online bestellen en ze het pakje tot onze voordeur komen brengen. Waarom kan dat ook niet in de zorg?”

Meer bij de huisarts

Zorg op afstand is het soort oplossing dat minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, CDA) graag ziet. Een van de speerpunten om de zorgkosten omlaag te krijgen, is ervoor te zorgen dat eenvoudige maar kostbare ziekenhuisbehandelingen zo veel mogelijk bij de huisarts worden uitgevoerd. Innoverende zorgbedrijven spelen hierop in door met behulp van onder andere apps de zorg efficiënter en goedkoper te maken – wat ook wel e-health wordt genoemd. Andere voorbeelden hiervan zijn een online consult bij de huisarts, of een dermatoloog die op basis van een foto een diagnose stelt.

Door nieuwe technologieën kunnen diagnoses op afstand worden gesteld. Lees ook: Ziekenhuis komt naar de patiënt

Ook Vital10 ontwikkelt zulke programma’s, die zorg op afstand mogelijk maken. De CardioSecur wordt in samenwerking met KPN vanaf december beschikbaar gesteld aan 1.200 huisartsenpraktijken (ruim één op de vijf) in Nederland. KPN – dat zich steeds nadrukkelijker op de markt voor e-health mengt – zorgt voor een beveiligde verbinding, waardoor de hartfilmpjes veilig heen en weer kunnen tussen huisartsen en de bij Vital10 aangesloten cardiologen. Voor elk gemaakt hartfilmpje ontvangen KPN en Vital10 een percentage voor de ondersteuning en het gebruik van de software.

Niet te veel ruis

De cardiologen – die per ecg betaald worden en niet in dienst zijn bij Vital10 – naderen hun pensioen of zijn al gestopt met werken, maar staan nog wel geregistreerd als medisch specialist. „Een ecg uitlezen behoort tot het basiswerk van een cardioloog, en dat kan zelfs vanuit huis. Je hoeft er niet voor in een praktijk te zijn, wat behoorlijk in de kosten scheelt”, zegt cardioloog Roderik Kraaijenhagen.

Samen met zijn partner, internist Sabine Pinedo, legde hij in 2012 de basis voor wat nu Vital10 is. Op zijn telefoon laat hij de grafieken van een hartfilmpje zien. „Het is wel belangrijk dat een ecg goed wordt gemaakt, omdat er niet te veel ruis in de meting mag zitten – de sensoren moeten goed worden aangesloten. Is het hartfilmpje ruisvrij, dan is het voor een cardioloog een eenvoudige opgave om het uit te lezen.”

Uitvindingen als de CardioSecur zijn van groot belang voor kostenverlaging in de zorg, zo zegt Andrea Evers, hoogleraar gezondheidspsychologie aan de Universiteit Leiden. „De potentie van dit soort toepassingen is enorm. Dat we slimme apparaten als deze nodig hebben, staat niet ter discussie.” Evers richt zich op onderzoek naar e-health, waarvan volgens haar het succes in onderzoek al vaak is bewezen. Toch faalt de grote meerderheid van de e-health in de praktijk nog.

„Het gaat mis bij de implementatie, bij de manier waarop het aan huisartsen wordt aangeboden. In een onderzoekssetting blijkt iets te werken, maar vervolgens moeten huisartsen er nog mee leren werken. Nu zij steeds meer taken van specialisten moeten afvangen, hebben ze het al veel drukker – en dan worden ze dagelijks overstelpt met nieuwe gadgets om de zorg nóg beter te maken”, zegt Evers. „Alleen als er ook goede begeleiding bij komt, zoals permanente ondersteuning of als het in de artsenopleiding wordt meegenomen, heeft dit een kans van slagen.”

Maar áls het dan werkt, kan de besparing fors oplopen, volgens Evers. Zij wijst erop dat het huisartsenbezoek onder patiënten dat zelf op thuisarts.nl – een website die wordt gerund door huisartsen – kijken wat hun mogelijk mankeert, met zeker 12 procent is gedaald. „ En dat is alleen nog maar door te googelen.”

Kostenbesparing

Wat de exacte besparing is bij een innovatie als de CardioSecur, is moeilijk vast te stellen. Hartgerelateerde zorg is er in elk geval genoeg: Nederland kent volgens de Hartstichting ruim 1 miljoen hartpatiënten, en jaarlijks vinden er zo’n 270.000 doorverwijzingen plaats – variërend van controles tot acute opnames. Maar elke keer dat een ziekenhuisbehandeling wordt voorkomen, scheelt dat tussen de 275 euro voor een consult op de polikliniek tot meer dan 850 euro voor een behandeling bij een internist of cardioloog. Een ander voordeel van e-health is dat het de tijd die een arts nodig heeft voor de behandeling, ook flink kan verkorten – wat ook weer een besparing oplevert.

Voor de CardioSecur durft hoogleraar Evers wel een grove schatting te maken: „Juist door het contact tussen huisarts en specialist kan dit een flinke besparing opleveren en misschien wel de helft van alle doorverwijzingen voorkomen.”

Volgens cardioloog Kraaijenhagen wordt de hartzorg met de CardioSecur er niet alleen op de korte termijn beter van, doordat het aantal doorverwijzingen daalt. „Er wordt niet alleen minder, maar ook beter doorverwezen. Omdat er al vóór een doorverwijzing contact is tussen specialist en huisarts, wordt het sneller duidelijk of de patiënt in kwestie beter op z’n plek is bij een cardioloog, of misschien toch een internist.”