Opinie

    • Joyce Roodnat

Kunst is geld voor deze roofdieren

Jezus smeet de handelaren uit de tempel, zo staat het in de Bijbel (Mattheüs 21:12-13). Uitleg: „Mijn huis zal een huis des gebeds genaamd worden; maar gij hebt dat tot een moordenaarskuil gemaakt”. Grote woorden, harde actie, en het haalde in geen enkele tempel iets uit. Ook door mijn tempel, waar ik de kunsten aanbid, raast een roedel geldwolven. Vorige week liepen er twee met het schilderij ‘Salvator Mundi’ van Leonardo da Vinci in hun muil. De ene, een Russische miljardair die het doek vier jaar geleden voor 127 miljoen euro kocht, liet het veilen bij Christie’s. De andere (niemand weet wie het is) kocht het voor 340 miljoen euro, wat met commissies en zo zal uitkomen op totaal 381 miljoen.

Kunst is geld voor deze roofdieren, verder niks. Weten ze wie Leonardo da Vinci is? Kennen ze de grote zachte vrouwenhand van zijn ‘Dame met de hermelijn’? Moesten ze ooit slikken bij het hemelse poederblauw van zijn ‘Laatste Avondmaal’? Ik krijg niet de indruk. Het enige wat geldwolven weten te vertellen is dat dit schilderij ‘de mannelijke Mona Lisa’ zou zijn. Wat nergens op slaat, want de Salvator glimlacht niet. Moet er een mannelijke Mona Lisa worden aangewezen, laat dat dan Leonardo’s ‘Johannes de Doper’ zijn. Maar och, het boeit ze niet echt. Het gaat het er alleen maar over dat ‘Salvator Mundi’ twee keer zoveel opbracht als Picasso’s ‘Femmes d’Alger’ in 2015 – het vorige veilingrecord. Nou jongens, gefeliciteerd. Wees er maar trots op.

Wat gebeurt er nu met dit schilderij? Als het een belegging is, dan dreigt moord. De eigenaar kan het opbergen in een belastingparadijs en het nooit meer aan iemand laten zien. Ook of het ‘echt’ is of dat Leonardo alleen de krullen van Christus schilderde, zoals een Nederlandse hoogleraar beargumenteerde, kan niet meer worden bestudeerd.

Er bestaan kunstwerken die je niet kunt ‘hebben’. Je kunt Verdi’s La traviata niet hebben. En Het zwanenmeer ook niet. Ze verrijken de wereld, ze zijn er om ons aller ziel te verwarmen. En wat opgaat voor muziek en dans geldt ook voor meesterwerken in de beeldende kunst. Hoe veel er ook voor Leonardo’s Salvator Mundi betaald is, de economische waarde verbleekt altijd bij wat het inhoudt en uitstraalt aan historische, artistieke en emotionele waarde. De eigenaar is schatbewaarder. Die heeft, vind ik, de morele plicht om het in bruikleen te geven aan een museum. Of om het zelf tentoon te stellen.

Er is kunst die zo eeuwig is dat hij uitstijgt boven eigendomsrecht. Strikte maatstaven bestaan niet. Maar de schilderijen van Leonardo horen erbij. (Wie dat ontkent, knuppel ik mijn tempel uit. Ook als dat niets uitmaakt. Ook als de wolven me meewarig voor gek verklaren).

    • Joyce Roodnat