Laatste keer levenslang: was het Joegoslavië-tribunaal een succes?

Het levenslang voor Mladic wordt gezien als een waardige afsluiting van een tribunaal dat omzichtig begon, maar gaandeweg steeds succesvoller bleek.

Ratko Mladic, de voormalige bevelhebber van het Bosnisch-Servische leger, heeft het proces tegen hem beëindigd zoals hij het zes jaar geleden begon: als een narrige, recalcitrante oude man die slecht kan omgaan met gezag. Bij zijn voorgeleiding in 2011 voor het Joegoslavië-tribunaal in Den Haag liet de Nederlandse rechter Fons Orie hem de rechtszaal uitzetten omdat hij luidkeels bleef protesteren. Hetzelfde gebeurde woensdag. Vlak voordat rechter Orie was toegekomen aan het benoemen van de strafmaat – levenslang – zei de 74-jarige Mladic dat hij een sanitaire pauze wilde en eiste bij terugkomst, na drie kwartier, opschorting wegens zijn hoge bloeddruk. Het eindigde ermee dat hij werd verbannen naar een zijkamertje.

Met de veroordeling van Mladic, wegens genocide (Srebrenica), misdaden tegen de menselijkheid en schending van het oorlogsrecht, komt er na 24 jaar een einde aan het Joegoslavië-tribunaal. Eind deze maand volgt nog een uitspraak in hoger beroep tegen zes Bosnische Kroaten en op 31 december sluit het tribunaal definitief zijn deuren. Nog lopende beroepszaken, zoals mogelijk ook een van Mladic zelf, zoals hij al heeft aangekondigd, worden dan afgerond door een zogeheten ‘Restmechanisme’, een kleinere groep van rechters.

Lees hier een verslag van de uitspraak: ‘De schuld van Mladic is die van hem alleen’

Buitengewone overwinning

Het levenslang tegen Mladic, de man die in de zomer van 1995 vol bravoure Dutchbat onder commando van luitenant-kolonel Karremans in de ‘veilige enclave’ Srebrenica kleineerde, wordt alom gezien als een waardige afsluiting van het tribunaal. Hoge commissaris voor de Mensenrechten, Zeid Ra’ad al Hussein, sprak over een „buitengewone overwinning voor gerechtigdheid”.

Bij zijn oprichting in 1993 door de Veiligheidsraad werd de belofte van berechting van de belangrijkste misdadigers in de oorlogen op het grondgebied van het voormalige Joegoslavië nog vooral gezien als een politiek gebaar uit schaamte – uit wroeging dat niet daadkrachtig genoeg was ingegrepen om de slachtpartijen te voorkomen. Bovendien: toen het Joegoslavië-tribunaal begon, was het oorlogsgeweld op de Balkan nog lang niet geluwd. Er was weinig hoop dat daders zich vrijwillig zouden melden in Den Haag of dat ze zouden worden gepakt en overgedragen.

Bijna een kwart eeuw later valt de balans een stuk positiever uit. De afgelopen twee decennia heeft het Joegoslavië-tribunaal het landschap van het internationale recht „onomkeerbaar” ten goede veranderd, schrijft de rechtbank zelf op haar website. Ook Harmen van der Wilt, hoogleraar internationaal strafrecht aan de Universiteit van Amsterdam, is positief over de eerste internationale rechtbank sinds de militaire tribunalen van Neurenberg en Tokio aan het einde van de Tweede Wereldoorlog.

Je mag het tribunaal als „een succes” bestempelen, als een wegbereider voor latere tribunalen, zegt hij. Er zitten goede rechters bij. Er was een duidelijk mandaat van de Veiligheidsraad, toegespitst op het voormalige Joegoslavië. En een groot voordeel was dat, anders dan bijvoorbeeld bij het in 2002 opgerichte Internationaal Strafhof met een in principe wereldwijd mandaat, er VN-troepen op de grond waren die verdachten mochten arresteren.

Eerste grote vis

Toch duurde het tot 2001 voordat de eerste grote vis, de Servische president Slobodan Milosevic, naar Den Haag werd overgebracht – hij overleed in maart 2006. De Bosnisch-Servische politiek leider Radovan Karadzic kwam in 2008 (en kreeg vorig jaar 40 jaar). Mladic werd op 26 mei 2011 gearresteerd. „Het Joegoslavië-tribunaal begon omzichtig. Men begon lager in de hiërarchie en klom geleidelijk aan naar boven. Die benadering heeft gewerkt”, zegt hoogleraar Van der Wilt. „Daarnaast is het tribunaal erin geslaagd verdachten van alle partijen veroordeeld te krijgen, niet alleen Serviërs.”

Maar er zijn ook controverses, zoals vorig jaar maart over de vrijspraak voor de Servische ultranationalist Vojislav Seselj. Die werd onder andere vervolgd voor het aanzetten tot oorlogsmisdaden en betrokkenheid bij etnische zuiveringen in Servië, maar de rechters achtten het bewijs ontoereikend. Van der Wilt begrijpt de ophef, maar tegelijkertijd liggen alle argumenten bij zo’n vonnis „eerlijk en pregnant” op tafel, zegt hij. „Dat is geen zwakte. Het laat juist zien dat rechtspraak niet uit steen is gebeiteld.”

Dus het klopt dat de meest verantwoordelijken voor het tribunaal zijn verschenen, dat de doelstelling van het beëindigen van straffeloosheid uit 1993 is behaald. Maar over andere doelstellingen – genoegdoening voor de slachtoffers, het accepteren van de absolute waarheid over gruwelijke gebeurtenissen en verzoening – bestaat veel meer twijfel.

„De boodschap van ontkenning en revisionisme” klinkt nog steeds „luid en duidelijk”, zei de Belgische hoofdaanklager Serge Brammertz afgelopen juni in de Veiligheidsraad. Hij verwees onder andere na het besluit van de huidige minister van Onderwijs van de Republika Srpska om studieboeken te verbieden die de recente geschiedenis behandelen, inclusief de genocide van Srebrenica en het bloedige beleg van Sarajevo. „Dit zijn onaanvaardbare provocaties in een zeer lange rij, en ze zijn een belediging voor de slachtoffers, voor de Veiligheidsraad en voor iedereen die in gerechtigheid gelooft.”

Correctie (23 november): in een eerdere versie van dit artikel stond dat Mladic 75 is. Dat moet 74 zijn. Er stond ook dat Radovan Karadzic in 2006 naar Den Haag werd overgebracht; dat was in 2008.