Column

Wij zijn groter dan welk instituut ook

De gewone Amerikaan heeft al jaren een schokkend lage waardering voor het Congres. De laatste meting: 13 procent van de bevolking is positief. Een paar jaar terug scoorde zelfs het communisme hoger. Dat leest u goed: het communisme. Dus het is best interessant dat sommige Kamerleden nu gretig methoden uit datzelfde Congres importeren.

Zij filibusteren de regering. Ze doen aangifte tegen opponenten. Ze bezoeken Poetin. Vooral Kamerleden die opkomen voor de gewone Nederlander zijn er druk mee.

Mogelijk speelt mee dat sommige tactiekjes – ‘wij filibusteren die wet kapot’ – een romantische waardering bij verslaggevers oproepen: wat de Amerikanen kunnen, kunnen onze Kamerleden ook! En het woord filibuster is afgeleid van het Nederlandse ‘piraat’, dus wij keren bovendien terug naar oud-Hollandse glorie (potverdorie).

Treurig is wel dat onze kennis van het Amerikaanse filibusteren niet overhoudt. In het tweepartijenstelsel in de VS is de filibuster, een eindeloos debat, de manier om met een minderheid (41 van de 100 senatoren) een stemming te blokkeren.

Zeer incidenteel – om de zoveel jaar – doet een senator een talking filibuster, dan spreekt hij (m/v) voor het theatrale effect in de Senaat. Beelden daarvan zag je dinsdag in alle actualiteitenprogramma’s. Maar in bijna alle gevallen gaat het niet zo: dan vult zo’n senator alleen een formuliertje in – en klaar is zijn filibuster.

Dus de Kamerleden van 50Plus en PVV die, namens de gewone Nederlander, tot diep in de nacht tegen afschaffing van de wet-Hillen filibusterden, deden dat op voor de VS hoogst ongewone wijze. Bovendien: als minderheid kun je in ons meerpartijenstelsel helemaal geen stemming blokkeren. Het was holle medialogica. Uitstel van de stemming met enkele dagen was het maximaal haalbare – en zelfs dat mislukte.

Je kunt zeggen: zij zijn ook Kamerlid, dit hoort erbij, de Kamer kan wel tegen een stootje. Maar zelf vermoed ik dat gewone Nederlanders de Kamer met meer trots zouden verdedigen: blijf met je rotpoten van ons rotparlement af. Ofwel: doe normaal man.

Maar de vergadering aanvaardde de kleinheid van de ‘filibusterende’ collega’s urenlang met gemak. De logica van een dreinende puber als parlementaire bijdrage: als ik mijn zin niet krijg, moeten jullie de hele nacht naar mij luisteren.

Dus in feite zagen we hier parlementariërs die moedwillig de reputatie van een hoog college van staat te grabbel gooiden voor kortetermijngewin. Wij zijn groter dan welk instituut ook. Precies het gedrag dat in de VS mede leidde tot dramatisch prestigeverlies van de volksvertegenwoordiging.

Tom-Jan Meeus (t.meeus@nrc.nl; @tomjanmeeus) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Jutta Chorus.