Sarajevo kan alleen zelf zijn wonden helen

Bosnië en Herzegovina

Het Joegoslavië-tribunaal in Den Haag velt deze woensdag een vonnis over de Bosnisch-Servische generaal Ratko Mladic. Wat zijn straf ook wordt, in Sarajevo geloven ze allang niet meer dat die verzoening kan brengen.

Hoe Joegoslavië met veel geweld uit elkaar viel

‘Het gebeurde meestal wanneer er enkele dagen geen beschietingen waren geweest”, zegt Fikret Grabovica. „Je kunt kinderen niet de hele tijd in de kelder houden.” En dus ging zijn elfjarige dochtertje Irma naar buiten. Om te spelen met vrienden in het belegerde Sarajevo, omsingeld door de troepen van de Bosnisch-Servische opperbevelhebber Ratko Mladic.

„Een granaat viel.” Daar, op die plek en dat moment, was Irma het enige kind dat geraakt werd. Maar het beleg van de stad tijdens de Bosnische oorlog (1992-1995) duurde 1.425 dagen. Kinderen waren, net als andere burgers, geregeld doelwit van Servische scherpschutters en artilleristen. „Ze werden vermoord in hun bed, tijdens de lunch en op school”, zegt Grabovica. „De meesten stierven terwijl ze aan het spelen waren.”

„Laat hen niet slapen, maak hen gek”, zegt Mladic op een opname uit 1992 waarin hij ondergeschikten opdraagt te vuren op die wijken van Sarajevo waar „niet veel Serviërs wonen”. Aanklagers speelden de opname af tijdens hun slotpleidooi in de rechtszaak, waarin het Joegoslavië-tribunaal in Den Haag deze woensdag een oordeel velt.

Het terroriseren van de burgers van Sarajevo is één van de elf aanklachten tegen de nu 74-jarige generaal. Een tiende van de in totaal honderdduizend dodelijke slachtoffers van de Bosnische oorlog kwam om in Sarajevo.

Een recente muurschildering van Ratko Mladic in de stad Gacko in Bosnië en Herzegovina. Foto Dado Ruvic/Reuters

De aanklagers beschuldigen Mladic ook van genocide, als commandant van de troepen die meer dan zevenduizend ongewapende mannen en jongens vermoordden in Srebrenica. Een andere genocide-aanklacht gaat om moordpartijen in dorpen en gevangenenkampen, bedoeld om Bosnische moslims (Bosniakken) en Kroaten te verdrijven uit het landsdeel dat Bosnische Serviërs opeisten. De etnische zuiveringen moesten leiden tot de creatie van een ‘Groot-Servië’.

Lees ook: Deze rechter oordeelt woensdag over Mladic

Mladic is de laatste hoofdrolspeler die berecht wordt voor oorlogsmisdaden tijdens het gewelddadige uiteenvallen van Joegoslavië. Hij is verzwakt na twee beroertes en een hartaanval. En 22 jaar na het einde van de oorlog zijn in de Bosnische hoofdstad de meeste ‘rozen van Sarajevo’, granaatinslagen die ter herinnering opgevuld werden met rode hars, vervaagd of verdwenen onder nieuwe lagen asfalt. Kan het vonnis van Mladic nog wat betekenen voor zijn inwoners?

Geladen vrede

Wel voor nabestaanden als Grabovica. Hij zit woensdag in de rechtszaal. „Mladic was mede-verantwoordelijk voor mijn dochters dood”, zegt Grabovica in zijn kantoor. Als voorzitter van een vereniging voor ouders van vermoorde kinderen is hij omringd door boeken met verslagen van gruweldaden en te vroeg beëindigde levens. „Ik verwacht de maximumstraf; iets anders is niet genoeg.”

Een portret van Mladic en de tekst 'Servië' op een muur in Belgrado. Darko Vojinovic/AP

Maar het helen van de wonden van zijn land gebeurt niet in Den Haag. De kansen via justitie tot verzoening te komen voor nieuwe generaties is verkwanseld, zegt Grabovica. Bosnië is sinds het verdrag van Dayton, dat in 1995 een einde maakte aan de oorlog, verdeeld in een Bosnisch-Kroatische Federatie en een Servische Republiek. Tussen ‘Bosniakken’, Kroaten en Serviërs heerst een geladen vrede.

Vonnissen tegen oorlogsmisdadigers zijn steevast gelegenheden om de etnische trom te roeren. „Elke keer worden ze misbruikt door lokale politici”, zegt Grabovica. Hun onvermogen de Bosnische economie te laten opleven, proberen ze te verhullen door in te spelen op angst voor andere groepen en de terugkeer van geweld. De achterban is geconditioneerd om oorlogsmisdadigers af te schilderen als moedige verdedigers van ‘hun volk’.

‘Een held, ongeacht alles’

Denk maar aan Radovan Karadzic. De politieke leider van de Bosnische Serviërs kreeg in maart 2016 veertig jaar gevangenisstraf voor genocide in Srebrenica en andere oorlogsmisdaden. Een week voor zijn veroordeling vernoemden autoriteiten in het Servische landsdeel een studentenflat naar hem. Ook Mladic zal voor Bosnische Serviërs „een held blijven, ongeacht alles”, zei de oud-voorzitter van het Bosnisch-Servische parlement Momcilo Krajisnik tegen persbureau AFP. De 72-jarige Krajisnik is zelf een veroordeeld oorlogsmisdadiger. Toen hij in 2013 vrijkwam, werd hij door duizenden Bosnische Serviërs feestelijk verwelkomd.

Inwoners van Sarajevo proberen sluipschutters te ontwijken (1993). Foto Chris Helgren/Reuters

„De schuld wordt altijd bij de anderen gelegd”, zegt Jovan Divjak, een etnische Serviër die ervoor koos Sarajevo te verdedigen als generaal in het Bosnische leger. Divjak (80) is geboren in Belgrado, maar al sinds 1966 inwoner van Sarajevo. „Mladic, altijd arrogant, noemde mij een Serviër die de Serviërs verried.” Na de oorlog richtte Divjak een ngo op die oorlogswezen van verschillende etnische groepen ondersteunt bij hun opleiding. Hij staat bekend om zijn kritiek op alle zijden.

Het grootste aantal slachtoffers viel onmiskenbaar onder de Bosniakken, maar dat leidde aan hun zijde ook tot een eenzijdige voorstelling van de feiten, zegt Divjak. „Men zei altijd dat de Bosniakken zich slechts verdedigden tegen de agressie van Zagreb en Belgrado. En dus wordt er wel gepraat over de genocide in Srebrenica, niet over oorlogsmisdaden door leden van het Bosnische leger.”

Overal in Sarajevo zie je gedenkplaatjes voor de slachtoffers van „Srpski zlocinci” (Servische criminelen). Het duurde tot 2016 voor Bakir Izetbegovic, lid van het Bosnische leiderschap, als eerste politieke leider van de Bosniakken een bezoek bracht aan het Kazani-ravijn. Daar dumpten Bosnische soldaten Serviërs en Kroaten in een massagraf. Herdenking van het eigen leed vergt al te vaak de ontkenning van het slachtofferschap van anderen.

Diviak: „Het wordt erger. De jonge generatie, geboren na de oorlog, is nog steeds omgeven door die woordenstrijd. De president van de Servische Republiek zei recent: nooit zal in onze schoolboeken staan dat sprake was van genocide in Srebrenica en dat Sarajevo belegerd werd. Dat is de chaos waarin kinderen moeten leren.”

Tekenen van hoop

Bij zijn ngo is de omgang tussen de kinderen bijna idyllisch te noemen. „Ze luisteren naar elkaar en zijn het eens met onze ideeën: ‘alles multi’. Maar wanneer ze teruggaan naar huis, komen ze opnieuw in een omgeving waarin je niet economisch meedoet als je geen lid bent van een van de nationalistische machtspartijen.”

Anderen zien tekenen van hoop. Dit jaar herdachten een Servisch-orthodoxe bisschop, (katholieke) kardinaal en een islamitische moefti voor het eerst samen slachtoffers van álle etnische groepen.

Te midden van de morele wanorde maken individuen dagelijks moedige keuzes. „We hebben onze kinderen niet beïnvloed om geen vrienden te maken uit andere etnische groepen”, zegt Grabovica over zijn twee andere dochters. Oorlogsleed hoeft niet te lijden tot haat. „Ik ken veel mensen die meer dan een kind verloren en kinderloos gebleven zijn: ook zij haten Serviërs niet.”

Hoe Joegoslavië met veel geweld uit elkaar viel
    • Roeland Termote