Recht & Onrecht

‘Misdaadjournalistiek tussen aanhalingstekens is meestal niet waar’

Krantenkoppen over schandalen in de strafrechtpleging bevatten vrijwel steeds onjuiste beschuldigingen. De Togacolumn, deze week door Ward Ferdinandusse.

Aanhalingstekens zijn de beste vrienden van een journalist die een verhaal wil brengen dat wel spectaculair is, maar waarschijnlijk niet waar. In het strafrecht zijn er nogal wat van zulke verhalen.

Een gevoel van herkenning had ik dus wel toen deze krant enkele weken terug weer eens de beschuldiging van het onjuiste gebruik van een criminele burgerinfiltrant een prominente plek tussen aanhalingstekens gaf. Dat hebben we de afgelopen jaren vaker meegemaakt. Vorig jaar bijvoorbeeld nog, in vrijwel identieke krantenkoppen.

In het Rotterdamse Doussie-proces rondom een van corruptie beschuldigde douanier werden destijds door enkele advocaten grote beschuldigingen geuit. Er zou sprake zijn van het doorlaten van drugs, het gebruik van een criminele burgerinfiltrant en misleiding van de rechtbank. De woorden ‘IRT-affaire’ en ‘parlementaire enquêtecommissie’ werden niet geschuwd. De onvermijdelijke ‘deskundige’ die zonder kennis van het dossier vast wat sappige conclusies wil trekken was natuurlijk ook eenvoudig te vinden. De rechtbank Rotterdam stelde maanden later vast dat er in het geheel geen geloofwaardige aanwijzingen waren voor de beschuldigingen.

Vast ritueel

Het is een vast ritueel in de misdaadjournalistiek. De zaak Doussie doet dan weer sterk denken aan de zaak Benoit, een jaar of tien eerder. Ook toen werden er in een grote drugszaak ernstige beschuldigingen gedaan van misleiding en het ongeoorloofde gebruik van een criminele burgerinfiltrant. Voer voor sappige televisie-uitzendingen en intrigerende krantenkoppen. Uiteindelijk stelde het Hof Den Haag vele jaren later vast dat het onderzoek op een rechtmatige en gebruikelijke manier was verlopen, zonder stiekem gebruik van een burgerinfiltrant of misleiding. Maar toen was dat geen nieuws meer.

En kent u het drugsonderzoek Vista nog? Onder meer Vrij Nederland berichtte in 2014 op hoge toon dat het Openbaar Ministerie ondanks ontkennen wél wist van de inzet van een burgerinfiltrant door de Amerikaanse autoriteiten. Het Hof Amsterdam stelde na zeer uitgebreid onderzoek in 2015 vast dat dat niet het geval was. Maar die afloop is in Vrij Nederland (en de meeste andere publicaties) niet terug te vinden.

Wel eens fouten

Dat over mogelijke misstanden in het strafrecht stevig bericht wordt, is logisch. Er worden wel eens fouten gemaakt. Journalisten hebben dan een belangrijke controlefunctie. Zoals de Amerikaanse rechter Brandeis al zei: zonlicht is de beste ontsmetter. Daar hoort ook bij dat soms grote koppen in de krant staan over beschuldigingen die later niet blijken te kloppen.

Maar de lat voor het brengen van een verhaal tussen aanhalingstekens ligt af en toe wel erg laag. Zo zou iedere rechtenstudent de redactie van het AD moeten kunnen vertellen wat er ongeloofwaardig is aan het verhaal van afgelopen week over ‘ingewijden’ die ‘dusdanige fouten’ signaleren in het onderzoek naar de geldsmijtrel bij de Centrale Ondernemingsraad van de politie dat een strafvervolging ‘op losse schroeven’ komt te staan.

Meevallen

Soms zijn grote koppen over fouten van politie en Openbaar Ministerie wel een logische keuze, ook als die fouten uiteindelijk nogal mee blijken te vallen. Een voorbeeld is de zaak Landlord, over vastgoed en fraude in Limburg. Daarin verklaarde de rechtbank Limburg het Openbaar Ministerie in 2013 niet-ontvankelijk wegens ‘liegen en bedriegen’, zoals NRC puntig samenvatte. Natuurlijk was dat groot nieuws. Probleem was alleen dat niet zozeer het Openbaar Ministerie maar vooral de Limburgse rechters zelf fout zaten in deze zaak. In 2015 constateerde het Hof Den Bosch dat het vonnis van de rechtbank verschillende feitelijke onjuistheden bevat en dat er door het Openbaar Ministerie niet was gelogen of bedrogen. Waarna de zaak werd terugverwezen. Maar dat zal de gemiddelde krantenlezer waarschijnlijk zijn ontgaan. Het NRC vond de ontkrachting van het ‘liegen en bedriegen’ in ieder geval niet nieuwswaardig. Dat lijkt mij dan weer minder logisch.

Zo krijgt de krantenlezer een eindeloze stroom schandalen voorgeschoteld, zonder de bijsluiter dat het hier vrijwel steeds om onjuiste beschuldigingen gaat. Voor het vertrouwen van de burger in de strafrechtspleging is dat niet goed. En voor het vertrouwen van de strafrechtspleger in de journalistiek evenmin. Wie steeds opnieuw waarschuwt voor een wolf die niet komt, is niet de beste wachtpost.

De Togacolumn wordt wekelijks geschreven door een rechter, een advocaat of een officier van justitie.

Blogger

Ward Ferdinandusse

Ward Ferdinandusse studeerde rechten in Amsterdam, waar hij promoveerde op de toepassing van internationaal strafrecht in nationale rechtbanken. Hij schreef voor het studentenblad Propria Cures en het voetbaltijdschrift Hard Gras. Ferdinandusse werkt als officier van justitie bij het Landelijk Parket in Rotterdam en als bijzonder hoogleraar Internationaal strafrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen. Als officier was hij betrokken bij strafzaken, uitleveringsprocedures en onderzoeken naar internationale misdrijven zoals genocide, oorlogsmisdrijven, foltering, piraterij en (internationaal) terrorisme.