Met geld alleen komt Defensie er niet bovenop

Defensiebegroting

Materieel, personeel of cultuur: welke dossiers zijn het meest urgent? Dat blijkt deze woensdag als de Tweede Kamer begint met de behandeling van de defensiebegroting.

Soldaten leveren materiaal af voor onderhoud in de Generaal Majoor De Ruyter van Steveninckkazernein Oirschot. Foto John van Hamond

Materieel

Er zijn zoveel technische problemen met de vier luchtverdedigings- en commandofregatten van de Nederlandse vloot dat ze nauwelijks zouden kunnen functioneren in gevechten. Dat nieuws, afgelopen donderdag gepubliceerd door de website Marineschepen.nl, is het laatste in een hele reeks klachten over het gebrekkige materieel bij defensie: van verouderde vrachtwagens en medische apparatuur tot slecht onderhouden wapenuitrustingen. Een in het oog springend dieptepunt onthulde RTL in de zomer van 2015. Uit onderzoek bleek dat militairen tijdens oefeningen het geluid van schieten mondeling moesten nabootsen bij gebrek aan munitie: „pang pang”.

Personeel

Op het Centraal Station in Amsterdam opende staatssecretaris Barbara Visser (VVD) vorige week een heuse Defensie-pop-upstore, die jongeren moet verleiden tot een carrière bij de krijgsmacht. Defensie is keihard op zoek naar personeel. Het aantal onvervulde vacatures kwam deze zomer uit op 5.600.

Gevreesd wordt dat dat aantal de komende tijd nog zal stijgen: als de werkloosheid zoals nu daalt, kiezen schoolverlaters nog vaker voor een loopbaan buiten defensie. Tal van incidenten hebben het imago van de krijgsmacht bovendien geen goed gedaan. Door de jarenlange bezuinigingen en het gebrek aan carrièremogelijkheden verlaten tegelijkertijd veel mensen de organisatie, dit jaar al 1.670.

De vakbonden pleitten er tijdens de kabinetsformatie voor dat dit lastige dossier in een nieuw kabinet onder de minister zou vallen, en dus niet zoals in het verleden onder de staatssecretaris. Toch werd het defensiepersoneel binnen Rutte III weer ondergebracht bij de staatssecretaris, Barbara Visser. Één hoofdpijndossier werd onlangs nog voor haar aantreden al wel opgelost: na een jarenlange impasse werd een nieuwe cao gesloten.

Geld

In het regeerakkoord is vastgelegd dat Defensie er vanaf volgend jaar geld bij krijg, tot 1,5 miljard euro in 2021. Dat is niet weinig, maar of het voldoende is om al het achterstallig onderhoud weg te werken, is de vraag. De vorige minister, Jeanine Hennis (VVD), pleitte voor minstens 2 miljard euro extra om alle problemen op te lossen. Daarmee zou Nederland op het gemiddelde niveau komen dat Europese NAVO-landen uitgeven aan defensie: 1,43 procent van het bruto binnenlands product (de NAVO schrijft eigenlijk 2 procent van het bbp voor). Het geeft minister Bijleveld een lastige start: met meer geld zullen de grootste problemen kunnen worden opgelost, maar experts betwijfelen of ze aan noodzakelijke modernisering van de krijgsmacht toekomt. Hoe nijpend de problemen zijn, werd vorige week duidelijk: het kabinet besloot in 2018 400 miljoen euro beschikbaar te stellen om „knelpunten” weg te werken bij onder meer de inlichtingen, bevoorrading en medische ondersteuning.

Cultuur

Nog geen week na het aantreden van de nieuwe bewindslieden op Defensie moesten ze al reageren op de eerste incidenten. Begin november beschreef de Volkskrant een misbruikschandaal op de kazerne in Schaarsbergen.

De cultuur binnen defensie is berucht. Officieel zijn er regels en protocollen om met kritiek en misstanden om te gaan, maar in de praktijk durven maar weinigen zich uit te spreken. In haar rapport naar aanleiding van het incident tijdens de missie in Mali stelde de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) onlangs ook dat defensie onvoldoende openstaat voor kritische signalen van medewerkers. Een onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau wees eerder dit jaar op een „machocultuur” waarin vrouwen en etnische minderheden „niet vanzelfsprekend” worden geaccepteerd.

Tegelijkertijd is onder personeel de onvrede over de defensietop groot. Uit een enquête van de bonden bleek eerder dit jaar dat tweederde de legertop niet vertrouwt.

Missies

Nederland neemt momenteel deel aan zo’n twintig buitenlandse missies. Vanwege de trage kabinetsvorming besloot het demissionaire kabinet-Rutte II in september al dat vijf grote missies, in Mali, Afghanistan, Irak, Litouwen en de Hoorn van Afrika, per 1 januari 2018 verlengd moeten worden. Die beslissing was noodzakelijk, omdat militairen gemiddeld vier maanden nodig hebben ter voorbereiding op een nieuwe uitzending.

Vooral de verlenging van de missie in Mali ligt gevoelig. Op 28 september publiceerde de OVV een vernietigend rapport naar aanleiding van een ongeluk in Mali waarbij in juli 2016 twee militairen omkwamen en een derde zware verwondingen opliep. Defensieminister tijdens Rutte II Jeanine Hennis trad af, samen met de Commandant der Strijdkrachten, Tom Middendorp. Ondanks de scherpe kritiek besloot het kabinet de missie in Mali begin september – toen het rapport nog niet openbaar was – toch te verlengen. Ook de Tweede Kamer moet hier formeel nog mee instemmen.

Samenwerking

EU-buitenland-coördinator Federica Mogherini noemde het vorige week een ‘historische dag’. In Brussel zetten 23 EU-landen hun handtekening onder een intentieverklaring voor meer militaire samenwerking.

Ook in het regeerakkoord staat dat het kabinet inzet op „verdere voortzetting van bilaterale en Europese samenwerking”. De Nederlandse krijgsmacht werkt op dit moment al nauw samen met de buurlanden: de landmacht met Duitsland, de marine met België. De rol die het Nederlandse leger kan gaan spelen in de Europese samenwerking is nog onduidelijk, ook omdat Nederland nog altijd te weinig investeert om voluit mee te kunnen doen.