Opinie

    • Marcel van Roosmalen

Intocht

Marcel

Omdat alle dorpsbewoners zondagmiddag richting haventje bewogen, gingen wij ook. De oudste op de nek, ander kind in de kinderwagen. Zwijgend, net als de rest. Eerst hoopte ik nog dat er misschien een ramp was gebeurd, een schip dat was gezonken ofzo, maar het was de intocht van Sinterklaas. „Die komt hier nog gewoon aan met de boot”, zei een moeder. Ze voegde eraan toe: „Met normale pieten. Zoals het hoort.”

Normaal was zwart, en het was me al heel snel duidelijk dat daar verder door niemand vraagtekens bij werden gezet.

Die traditie ging er hier helemaal nooit aan, dit was Amsterdam niet. Naast me begon een man in schipperstrui nadrukkelijk te klappen bij het zien van de eerste geschminkte dorpsbewoner. Stonden we op die kade, de van gemeentewege verstrekte vlaggetjes in de hand.

Voor de omlijsting van het geheel hadden ze de twee grappigste Zaankanters een microfoon gegeven. Opmerkingen als: „Zo het waait, sint zal het wel niet koud hebben.” Dat deden ze hier de hele tijd, het woordje ‘niet’ totaal overbodig gebruiken. ‘Zie ginds komt de stoomboot’ werd ingezet, en in de verte kwam inderdaad een boot met een enorme Spaanse vlag aangevaren. Commentaar: „Ik zie ’m niet hoor.”

De burgemeester van GroenLinks stond op de kade, te wachten op een boot die zwart zag van de pieten. Hij negeerde ze niet, maar banjerde toen de boel werd ontscheept voor de zekerheid wel meteen op Sinterklaas af voor een onverstaanbare en onhandige tweespraak. Op een gegeven moment zat de microfoon vast in die baard. Een van de twee spreekstalmeesters: „Zo Sinterklaas heeft honger.”

Dat vond ik dan weer wel grappig.

Er waren zoveel pieten, dat de oudste dochter op een gegeven moment zelfs geen pepernoten meer wilde. „Wil ze liever glutenvrij?”, vroeg de zwarte piet die een handvol in haar capuchon had gestopt, „want we hebben ook een glutenvrijezwarte-piet.” Daarna tegen de dochter: „Of heb je liever dat we je vader meenemen naar Spanje?”

Ja, dacht ik, neem mij maar mee naar Spanje.

De nationale traditie duurde een half uur.

De oudste had het emotieloos ondergaan, de pepernoten zaten tot in haar pamper.

Op de terugweg een praatje met een dorpeling die eerst zijn hoofd in de kinderwagen stak en daarna om een vuurtje vroeg. Als we ooit een nieuwe voorgevel voor het huis overwogen konden we hem bellen.

Het was de eerste keer dat ik Sinterklaas op een boot had gezien. In Velp kwam hij altijd met een auto, waarna de hangjeugd hem in het overkapte winkelcentrum bekogelde met zijn eigen pepernoten.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.
    • Marcel van Roosmalen