Opinie

    • Frits Abrahams

‘In naam van the Lord!’

Een dikke, zwarte vrouw nam op station Wibautstraat de metro naar het Centraal Station. Toen de trein begon te rijden, bleef ze staan, de voeten stevig op de vloer geplant, en ze keek erbij als een generaal die zijn troepen zo gemotiveerd mogelijk het slagveld wil opsturen.

Ze was nog jong, vóór in de twintig, schatte ik. Ze droeg onopvallende, donkere kleding: een spijkerbroek en een shirt met het opschrift ‘Nike’. Ik zou haar nauwelijks hebben opgemerkt als ze niet met onaangenaam schelle stem het woord tot mij en enkele andere zittende passagiers had gericht.

Ze sprak ons in knauwerig Amerikaans toe. Ik zal het weergeven in een zo getrouw mogelijke vertaling, die ik overigens niet door haar kon laten autoriseren – ze zou me hebben weggeblaft, vrees ik.

„Mensen, mensen, wat er ook met jullie aan de hand is, WEES NIET ONGERUST! Het komt goed, álles komt goed als je maar in THE LORD gelooft, net als ik. Ik zal jullie vertellen wat er met mij gebeurd is. Jullie zullen ervan ophoren, jullie zullen je oren misschien niet geloven, maar ik kan jullie verzekeren dat ik hier de waarheid sta te vertellen, de waarheid en niets dan de waarheid, ALLES IN NAAM VAN THE LORD!”

De passagiers om mij heen deden alsof ze niets hoorden, ze gingen door met hun beperkte activiteiten: op hun smartphone kijken, een krantje lezen of zomaar doelloos voor zich uit staren. Wat ’n heerlijke uitvinding is die smartphone toch! Hij verschaft je het perfecte alibi om de hele wereld om je heen te vergeten – of om te doen alsof. Iemand kan twee meter van je vandaan een moord plegen, maar jij hebt het lekker niet gezien omdat je een ándere moord in een spannend filmpje op je telefoon zat te bekijken.

„Wat ik allemaal heb uitgevreten, dat willen jullie niet weten”, vervolgde de vrouw. „Ik heb me kapot gezopen en ik heb me door drugs laten vergiftigen. Ik was altijd maar op zoek naar het HAPPY MOMENT! Maar dat wilde maar niet komen, totdat….totdat THE LORD VERSCHEEN! Toen zat alles meteen goed.”

Ik vroeg me af waarom harde, schelle stemmen me de laatste jaren steeds meer en steeds sneller begonnen te ergeren. Lag het aan mijn gehoor of aan mijn humeur, of beide? Ik mocht me gelukkig prijzen dat ik niet getrouwd was met een vrouw met zo’n scherpe kijfstem – dat moest de hel zijn waar THE LORD je heen zou sturen als je het al te bont maakte in zijn schepping.

„Neem een voorbeeld aan mij”, riep de vrouw, „daarvoor sta ik hier. IN NAAM VAN THE LORD!”

Ze begon door het middenpad te lopen, zonder ook maar iemand aan te kijken. Een stukje verderop verhief ze haar stem weer voor andere passagiers. Toen we bij het Centraal Station arriveerden, nam ze een stevige slok uit een fles water. De passagiers stroomden zwijgend langs haar heen naar de uitgang, er was geen enkele vorm van contact tussen hen en haar.

Op het perron stapte ze onmiddellijk in een trein die haar zou terugvoeren naar het beginpunt. Zo zou ze de hele dag als een doelloze kogel heen en weer blijven suizen door ondergronds Amsterdam. Met grote boze ogen keek ze naar de binnenkomende passagiers. Haar volstrekte eenzaamheid benauwde me.

Zou THE LORD geen betere manier weten om zijn gelovigen een HAPPY MOMENT te bezorgen?

    • Frits Abrahams