Gustav & Alma: tragische liefde, briljante muziek

klassiek/strip Mahlers Achtste symfonie wordt zelden uitgevoerd. Te groot, te duur. Maar de komende 2,5 jaar gaan maar liefst vier orkesten het werk uitvoeren. Dat vieren we met een strip van Hisko Hulsing over Mahler, zijn vrouw Alma aan wie hij het werk opdroeg en haar minnaar Walter Gropius, in wiens armen ze lag terwijl Mahler componeerde.

Illustraties Hisko Hulsing

Een strip over componist Gustav Mahler, zijn 19 jaar jongere echtgenote Alma en haar nog weer vier jaar jongere minnaar, de architect Walter Gropius. Spannend! Maar in alle journalistieke redelijkheid: waarom zou je?

De eerste reden is simpel. Lezend over hun levens, dilemma’s en de historische context daarvan dringen de beelden (en vragen) zich als vanzelf op. Neem de pot met mieren die Mahler ter vermaak naast zijn sterfbed had staan. Wat een filmisch gegeven! En wat te denken van Alma zelf, door talrijke kunstenaars in het Wenen van rond 1900 verafgood? In hedendaagse ogen is zij niet eens mooi. Haar uitingen – vaak racistisch, narcistisch, antisemitisch of een combinatie daarvan – maken haar legendarische aantrekkingskracht nog intrigerender. Dachten de mensen honderd jaar geleden echt zó anders?

Potente proporties

De komende jaren gaan vier Nederlandse orkesten Mahlers Achtste symfonie uitvoeren. In Utrecht bijt het Philips Symphonie Orkest zondag het spits af, het Rotterdams Philharmonisch (2018), NedPhO (2019) en Concertgebouworkest (2020) volgen. Dat is uniek, want juist die Achtste wordt zelden uitgevoerd: te groot, te duur. Mede door die grootte is het volgens sommigen overigens ook niet Mahlers sterkste werk, maar daarover zijn de meningen verdeeld.

Bij Mahler zijn leven en werk vaak nauw verbonden. Dat geldt zeker voor de Achtste symfonie die hij een half jaar voor zijn dood zelf in München dirigeerde – en die dé triomf van zijn werkende leven werd.

„Als Mahler niet impotent was geweest, was die hele Achtste nooit ontstaan”, opperde een orkestmusicus eens. Als grap, maar toch. Zo’n zinnetje vat post, zeker als je denkt aan de potente middelen die zijn vereist: 130 orkestmusici, (doorgaans) rond de 250 koorzangers (volwassen koren en kinderkoor), acht solisten, orgel. Waarom wilde Mahler zo groots „het universum tot klinken brengen”? Waarom droeg hij dit werk op aan Alma? En wat te zeggen van de curieuze combinatie van gekozen teksten?

In deel één van de Achtste symfonie gebruikt Mahler de hymne Veni Creator Spiritus van de 9de-eeuwse monnik Hrabanus Maurus: een ode aan God, maar ook aan het menselijk vernuft („Kom Schepper, Geest, daal tot ons neer […] Verlicht ons duistere verstand, geef dat ons hart van liefde brandt […] vanuit de kracht die Gij het geeft.”) In deel twee zapt hij onverwijld door naar fragmenten uit Goethes complex-visionaire Faust II (1832). Daarin bereikt de „eeuwig strevende mens” Faust na vele omzwervingen uiteindelijk het mystieke, eeuwige inzicht waarmee ook Mahler besluit: „Al het vergankelijke/ is slechts een afspiegeling/ al het onbereikbare/ hier wordt het bereikt/ Het onbeschrijflijke/ hier wordt het beleefd/ het eeuwig vrouwelijke (mystieke liefde)/ brengt ons verder.” Naar de hemel, de sterren, het lichtrijk, of hoe je het ook wilt noemen.

Hotelkamer

Het zijn woorden waarover je lang kunt nadenken, en Mahler deed dat zeker. De tragiek is alleen dat alles wat hij in zijn muziek stopte – zijn passie, kortweg – door Alma werd gemist. Dus terwijl Mahler zijn musici opstuwde tot topprestaties in de Achtste symfonie, zocht Alma elders de hemel, de sterren, het lichtrijk of hoe je het ook wilt noemen wilt: in een naburige hotelkamer, met minnaar Walter Gropius (een „echte Ariër”, zoals ze later aan schrijver Elias Canetti vertelde, „de enige man die raciaal bij me paste. Alle anderen die voor me vielen waren kleine joden. Zoals Mahler. Ik ga voor beide types.”)

Het oorspronkelijke idee van deze strip was de Achtste met zijn complexe literaire verwijzingen op een luchtige ‘plaatje-praatje’-manier inzichtelijker te maken – met de smeuïge biografische details omtrent als bonuslaag. Die opzet bleek te gelaagd, maar de relatie tussen Mahlers leven en de Achtste symfonie bleef de fantasie prikkelen, en voedde ook het besef: hoe snel kan iets (kapot) gaan. Op Alma’s overspel (zomer 1910) volgden Mahlers pogingen het beter te doen en het succes van zijn Achtste symfonie (september 1910), Mahlers dood (1911) en het huwelijk van Alma met Gropius (1915). Een flits-tragedie kortom, zeer geschikt voor een ‘snelle’ vertelvorm als een strip.

Alma Mahler schreef zelf verschillende autobiografische teksten. Er zijn uit de relevante periode (grofweg 1901-1911) ook vele brieven en dagboeknotities overgeleverd – van Alma, van Mahler zelf, maar bijvoorbeeld ook van componist Alphons Diepenbrock en van Willem Mengelberg die als chef-dirigent van het Concertgebouworkest een lans brak voor Mahlers muziek in Nederland.

Omdat hun (nu vaak gezwollen aandoende ) formuleringen ook typerend zijn voor de ‘Zeitgeist’, is ervoor gekozen voor de tekst-ballonnetjes zoveel mogelijk originele teksten te gebruiken. Maar voor de vaart en vertelbaarheid zijn die wel ingekort of geparafraseerd.

* gedicht dat Mahler Alma de dag erna verstuurt: zo greep in slechts één nacht / een wensgedachte de macht / dat twee stemmen, nu nog autonoom / versmelten tot één - dat is mijn droom.

Achtste symfonie: Philips Symfonie Orkest eva olv Jules van Hessen op 26 en 30/11 (Amsterdam, Utrecht), 8 en 9/12 (Eindhoven) Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Yannick Nézet-Séguin: 23 en 25/3 (Rotterdam), 24/3 Brussel. Nederlands Philharmonisch Orkest olv Marc Albrecht: februari 2019 Kon. Concertgebouworkest olv Daniele Gatti, mei 2020