Column

Een monument voor de schuldigen

Keien brokkelen af onder je voeten. In de voormalige kleedkamers liggen matrassen en de restanten van ontmoetingen: blikjes, borden, peuken. De ‘muur van Mussert’ in Lunteren is zo vergroeid met z’n omgeving dat-ie niemand opvalt. Er is zeventig jaar omheen geleefd.

Op filmbeelden van 22 juni 1940 schudt NSB-leider Anton Mussert de handen van huisvrouwen in bloemetjesjurken. Duizenden mannen en vrouwen zitten in het gras, zonnebril op, de hoed dartel op het achterhoofd. Ze luisteren naar hun leider, die vanaf de bakstenen ronding spreekt. Ze zwaaien met zakdoeken als een Duits jachtvliegtuig overvliegt. Nu staan bestelauto’s van Otto voor de witte huisjes van recreatiepark De Goudsberg. Binnen wonen vooral werklui uit Oost-Europa.

De eigenaar wil zijn park uitbreiden en de muur daarvoor slopen. Dat kan, de muur is niet beschermd. En als het aan wethouder Johan Weijland (D66) van Ede ligt, komt er ook geen „plotselinge gemeentelijke monumentenstatus op het laatste moment”, schreef hij deze week aan de gemeenteraad. Hij wil de eigenaar „nu niet belemmeren”.

Veel animo om de muur te behouden is er niet. Brievenschrijvers en reageerders zijn bang dat-ie een bedevaartsoord wordt. C. Verhoef uit Ede schrijft: „Monumenten richten wij op voor de slachtoffers, niet voor landverraders en moordenaars”. Of ze vinden dat „Nederland eens moet ophouden zich altijd als schuldige voor te doen”.

Dolf Muller van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed spreekt regelmatig omwonenden die de muur „van geen waarde” vinden, of „lelijk”, of „wat heb je eraan? Hij staat maar in de weg.” Mensen willen niet herinnerd worden aan zwarte bladzijden in de geschiedenis, denkt Muller. „Uit schaamte of een slecht gevoel. Het slavernijverleden, collaboratie – er moet maar eens een streep onder, vindt men.”

De Rijksdienst is verantwoordelijk voor de rijksmonumenten in Nederland. Je zou je kunnen voorstellen dat het historisch belang van de muur een status als rijksmonument rechtvaardigt. Landverraad hoort ook bij onze geschiedenis. Zo zien ze het ook bij de Rijksdienst, maar er zijn nu al 63.000 rijksmonumenten en dat vindt het rijk al te veel.

Bij alle gevoelens van nationalisme die voorzichtig ontluiken – een rood-wit-blauw vlaggetje in de Tweede Kamer, een ode aan de Gewone Nederlander van het CDA – blijven de ongemakkelijke momenten in de geschiedenis ongenoemd. Historisch gezien is het simpel: de NSB heeft niet veel sporen achtergelaten in het Nederlandse landschap. Die bakstenen halve cirkel is alleen daarom al de moeite van het behouden waard. Maar wie wil moeite doen voor een ‘fout’ metselwerk?

Jutta Chorus (j.chorus@nrc.nl) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Tom-Jan Meeus.