Een goede verstaander

Ewoud Sanders

Onlangs schreef ik hier over verkorte uitdrukkingen, zoals de laatste loodjes, bij wijze van, geen haar op mijn hoofd, lang verhaal kort, puntje bij paaltje en stille wateren.

Ik vroeg lezers om meer voorbeelden. Dat leverde ruim vijftig mailtjes op, met tientallen aanvullingen.

Een van die aanvullingen betrof de uitdrukking eitje, als verkorting van appeltje-eitje. Ik schreef dat de herkomst mij niet bekend was. Diverse lezers legden een verband met voor een appel en een ei. Aangezien de betekenissen ‘voor weinig geld’ en ‘makkelijk, een kleinigheid’ niet ver uit elkaar liggen, is dat inderdaad waarschijnlijk.

Er zijn drie typen verkortingen: uitdrukkingen waarbij het begin ontbreekt (zoals bij eitje), uitdrukkingen waarbij het eind ontbreekt (zoals bij de laatste loodjes) en uitdrukkingen waarbij iets aan het begin en het eind wordt weggelaten (puntje bij paaltje).

Bij verreweg de meeste verkortingen wordt het slot geschrapt. Dit wordt bekend verondersteld, maar als de verkorte vorm vaak voorkomt, kan die een eigen leven gaan leiden. Dit geldt voor de laatste loodjes, inmiddels ook gebruikt voor ‘laatste klussen’ die niet speciaal zwaar zijn.

Uitdrukkingen waarbij iets aan het begin én het eind wordt weggelaten zijn relatief zeldzaam. Tot deze categorie behoort tussen droom en daad. Dit is een verkorting van de bekende passage uit het gedicht ‘Het huwelijk’ van Willem Elsschot: „[...] want tussen droom en daad/ staan wetten in de weg en praktische bezwaren [...].”

Klok en klepel („Dat is een typisch geval van klok en klepel”) is een samentrekking van: hij heeft de klok horen luiden maar weet niet waar de klepel hangt. Kip en ei hoort hier ook bij.

Hier enkele uitdrukkingen waarbij het eind meestal wordt weglaten. Als de dood, zonder: zo bang. Dat is de druppel. Geschrapt: die de emmer doet overlopen. Zij werpen de handdoek. Iemand schreef: „Dat is steeds vaker te horen en te lezen, met name op sportredacties. ‘In de ring’ is hier al lang en breed verdwenen.”

Vele handen. Ingeslikt: maken licht werk. Diverse lezers wezen me op de variant vele handen maken allicht werk („Dit heb ik ooit gehoord als te veel mensen zich met elkaar bezighouden en elkaar onnodig werk verschaffen”).

Niet helemaal honderd. Een lezer schreef: „Ik luister goed naar de taal van mijn kinderen, eind-dertigers die wonen en werken in Amsterdam (Zuidas en zo). Zij zeggen: die is niet helemaal 100; het woord procent wordt stelselmatig weggelaten.”

Je kunt er een kanon afschieten. Geschrapt: zonder iemand te raken. Wie het kleine niet eert. Zonder: is het grote niet weerd. Van lotje, zonder: getikt. Wie de schoen past, minus: trekke hem aan. „Ajax moet zondag volle bak”; hier ontbreekt: er tegenaan. Een goede verstaander, minus: heeft maar een half woord nodig.

En dan hoor of lees je nog geregeld: wie het laatst lacht; gedeelde smart; beter één vogel in de hand; zoals de waard is; wie een kuil graaft voor een ander... enzovoorts.

Overigens worden uitdrukkingen soms ook verlengd. Twee voorbeelden: achter om kort en goed te gaan zeggen sommige mensen: moet je je benen afzagen. En in plaats van dit is ver van mijn bed hoor je steeds vaker: dit is een ver van mijn bed-show, naar het gelijknamige televisieprogramma.

schrijft elke week over taal. Twitter: @ewoudsanders
    • Ewoud Sanders