David Cassidy was een stralend boegbeeld van bubblegum-pop

(1950-2017)

Als tienerster moest David Cassidy het in eerste instantie hebben van zijn uiterlijk. Bij de ‘Cassidymania’ die losbarstte kwam in 1974 een fan om het leven.

David Cassidy belandde in het circuit van oldies-artiesten in Las Vegas. Hier tijdens een show in 2000. Foto Glenn Pinkerton

Dat hij kon zingen was mooi meegenomen. Maar daarom werd de dinsdag in een ziekenhuis in Florida overleden David Cassidy niet gekozen voor de rol van oudste zoon in The Partridge Family, een televisiehit in de jaren zeventig over een muzikale familie. Als tienerster moest hij het in eerste instantie hebben van zijn ravissante uiterlijk; een mooie jongen met meisjesachtige trekken die bij beide seksen in de smaak viel. De ‘Cassidymania’ die losbarstte dankte hij mede aan hits als ‘How Can I Be Sure’ en ‘Rock Me Baby’. Bij The Partridge Family zong hij als Keith Partridge de eerste stem in de opgeruimde pophits ‘I Think I Love You’ en ‘Breaking Up Is Hard To Do’.

Debuut op Broadway

Het leven van de in een New Yorkse artiestenfamilie geboren David Bruce Cassidy werd getekend door kleine en grote tragedies. Als zesjarige moest hij van een buurjongetje horen dat zijn ouders al twee jaar gescheiden waren, nadat die als rondreizende musicalsterren de opvoeding van hun zoon aan zijn grootouders hadden overgelaten. Cassidy trok zelf ook al snel naar het artiestenleven. In 1969 debuteerde hij op Broadway in de musical The Fig Leaves Are Falling, een flop die hem deed besluiten naar Los Angeles te verhuizen. Als tv-acteur speelde hij onder meer een rolletje in Bonanza, totdat The Partridge Family hem in 1970 een van de grootste televisiesterren van de VS maakte.

David Cassidy in 1972. Foto AP

Als zanger werd hij het stralend glimlachende boegbeeld van de zogenaamde ‘bubblegum’, met liedjes waarin de twijfels en liefdesperikelen van tieners centraal stonden. De Cassidymania nam zulke vormen aan dat jonge fans elkaar vertrapten bij zijn concerten, het meest ernstig bij een Engelse show in 1974 die een veertienjarig meisje het leven kostte. David Cassidy stopte met touren en richtte zich op zingen in de studio. In 1977 moest hij met lede ogen aanzien hoe zijn sterrenstatus geruisloos werd overgenomen door halfbroer Shaun Cassidy, een even mooie jongen die met een onbenullige cover van The Crystals’ ‘Da Doo Ron Ron’ een grotere hit scoorde dan David ooit had.

Drank

David Cassidy keerde kortstondig terug naar Broadway en belandde in het circuit van oldies-artiesten in Las Vegas. Hij raakte aan de drank en had in 1990 een laatste hit met ‘Lyin’ To Myself’. Financieel raakte hij verschillende malen aan de grond. Toen hij in 2013 voor de tweede keer werd opgepakt wegens rijden onder invloed en de politieman die hem aanhield Tom Jones bleek te heten, zong Cassidy het van de zanger Tom Jones bekende ‘What’s New, Pussycat?’ voor hem. Ook de albumtitel Old Trick New Dog (1998) getuigde van een wrang soort humor.

Nadat hij in februari 2017 was gevallen tijdens een concert, verklaarde Cassidy dat hij al enkele jaren leed aan dementie, een aandoening waar ook zijn moeder en grootvader aan leden. Hij overleed dinsdag op 67-jarige leeftijd aan orgaanfalen, nadat hij in afwachting van een nieuwe lever in een kunstmatige coma was gehouden. David Cassidy was de tienerster met de open blik, die zich anno 1972 in het onsterfelijke ‘How Can I Be Sure’ afvroeg waar jonge mensen hun zekerheden vandaan moesten halen „in a world that’s constantly changing.”