‘Atelier A47 is een kunstlab dat even van jou is’

25 jaar atelier A47

Jaarlijks komen nieuwe kunstenaars naar de Rijksakademie voor een residency van twee jaar. We spraken met negen die in het meest populaire atelier werkten: zolderkamer A47. „Niet elke kunstenaar kan die ruimte aan.”

Atelier A47 Rijksakademie in 2017 met werk van Inge Meijer (nu te zien). Foto Olivier Middendorp

Het gebeurde op een van de allereerste dagen dat Praneet Soi in zijn nieuwe zolderatelier in de Rijksakademie was. Hij kreeg een telefoontje van een familielid uit India. „Precies op dat moment vlogen felgroene parkieten voorbij het dakraam. Midden in de winter. Ik dacht dat ik droomde, het was een magisch moment. Want deze tropische vogels in Nederland? Pas later leerde ik hoe het komt dat er parkieten in Amsterdam rondvliegen.”

Vanuit Kashmir haalt Praneet Soi (1971) herinneringen op aan zijn tijd in atelier A47. Hij is een van de 26 kunstenaars die sinds 1993 daar op de zolder van de oude cavaleriekazerne in de Sarphatistraat heeft gewerkt. Begin december viert de Rijksakademie dat het zich precies 25 jaar geleden vestigde in de gebouwen en manege waar ooit militairen en hun paarden verbleven. Dit weekend zijn de ateliers open met tentoonstellingen van de huidige lichting kunstenaars tijdens Rijksakademie Open.

Dit is niet een verhaal over één kunstenaar, dit is het portret van A47. Een grote zolderruimte en het meest populaire atelier onder de kunstenaars die voor een ‘residency’ twee jaar op de Rijksakademie verblijven. Hoog met een houten dak, met metalen spanten die door de ruimte lopen. Eén lange kale muur en twee lage muren. De vloer is bezaaid met verfspatten en andere sporen van eerdere kunstenaars.

A47 In Beeld: laboratorium voor aanstormende kunstenaars

„Je voelt de ambitie hangen van alle kunstenaars die er hebben gewerkt”, zegt Nicoline van Harskamp, die er in 2008 verbleef. „Een weerbarstige ruimte”, zegt Martijntje Hallmann, head of residency bij de Rijksakademie. Het eerste jaar krijgen kunstenaars een atelier aangewezen. Voor het tweede jaar mogen ze een voorkeur opgeven. „Wij wijzen A47 alleen toe aan kunstenaars van wie wij denken dat zij hem aankunnen.” Zo ook David Maljkovic, een Kroaat die sinds zijn verblijf aan de Rijksakademie in 2005 internationaal carrière maakte met zijn monochrome schilderijen, betekende foto’s en door futuristen beïnvloede installaties. „Hij is opgebloeid op die zolder”, zegt Hallmann. „We voelden aan dat hij die ruimte nodig had.”

Of zoals Maljkovic zelf zegt: „Het eerste jaar in een kleine studio maakte ik een crisis door. Ik had moeite om me aan te passen. De stap naar de grote studio bleek van groot belang. Ik heb het eerste half jaar daar enorm veel experimenteel werk gedaan, waarvan ik veel nooit heb laten zien. De tweede helft van het jaar heb ik aan één belangrijk werk gewerkt. En aan een boek, dat veel tijd opslokte. Tijdens Rijksakademie Open heb ik de ruimte gehouden zoals die was: mijn kantoor, mijn werkplaats.”

Ieder jaar krijgt A47 een nieuwe identiteit. Na Maljkovic hulde de Koreaans-Amerikaanse Sung Hwan Kim met zijn partner A Lady from the Sea (mede-resident Nina Yuen) A47 volledig in blauwe plastic tassen. „We hebben samen de encyclopedische film 12 minutes gemaakt over ons leven samen”, zegt hij vanuit New York. „Wij pasten onze appartementen aan, zodat ze er precies zo uitzagen als het atelier. Onze werkruimte en huiselijke ruimte vloeiden in elkaar over. De ene week werkte ik in de studio, de andere week zij. We waren er nooit samen.”

Ze speelden de hoofdpersonen in hun eigen film. „We maakten tekeningen, knipten die uit en plakten die weer op. Op de wanden, maar ook op onze lichamen. Daar maakten we dia’s van en daarvan maakten we dan weer nieuwe tekeningen die we door het hele atelier ophingen. We spraken nooit met elkaar, dat was onderdeel van het kunstwerk. We wilden laten zien hoe mensen kunnen samenwerken zonder te onderhandelen.”

Ze hebben daarna nooit meer samengewerkt. De in A47 geschoten film vertoont Sung Hwan Kim nog steeds op tentoonstellingen.

Dokwerkers

Renee Turner was in 1993 de eerste kunstenaar in A47. De Amerikaanse was overweldigd door het idee dat ze voor het eerst een eigen studio had. Ze vulde de „enorme lege ruimte” met andere mensen met wie ze „eindeloze gesprekken voerde over kunst, literatuur en filosofie. Zij hielpen me mijn eigen werk te doorgronden maar moedigden me ook aan verder dan dat te denken.”

Atelier A47 in 2003 met werk van Praneet Soi.

Mathilde ter Heijne, die een jaar later de studio kreeg, verschanste zich op de zolder. „Ik was met 21 nog heel jong en bang voor de andere kunstenaars die vaak wat ouder waren”, vertelt ze vanuit Berlijn. „Ik rende dat jaar door de gangen van de werkplaatsen waar ik mijn materialen sprokkelde snel terug naar mijn zolder.”

Ze had het jaar ervoor haar kleine studio volgepropt met gevonden voorwerpen die ze van straat meesleepte. „Ik maakte sculpturen, tekeningen en objecten van al die gevonden voorwerpen. En ik was erg bezig met ‘ervaringsruimtes’, waar je helemaal in moest gaan. Tot een van de adviseurs zei: ‘Ik ervaar toch iets heel anders dan jij bedenkt’. Daarna ben ik er snel vanaf gestapt.”

Zo heeft elke kunstenaar zijn eigen reden om A47 te begeren. Praneet Soi wilde graag een muurschildering maken. En had zijn oog laten vallen op de lange, hoge muur. „Ik heb me dat jaar dood gewerkt om hem op tijd af te krijgen.” Hij koos een Nederlands onderwerp. „Als basis heb ik een foto uit Trouw gebruikt met stakende havenarbeiders in Rotterdam, gekleed in oranje hesjes.”

In 2008 wilde Nicoline van Harskamp een ontmoetingsruimte maken van A47. „Ik had in mijn eerste jaar voor Rijksakademie Open een event met veel mensen georganiseerd. We knapten uit de ruimte. Dus vroeg ik om een grotere ruimte. Maar het is nooit de ontmoetingsplek geworden die ik voor ogen had.”

Ze werkte in A47 aan projecties waarvoor ze de ruimte helemaal donker maakte. Aan een werk op basis van speeches van staatsmannen. „Die hebben we op de zolder helemaal nagespeeld.” Een vriend die een fietsenwinkel begon, gebruikte A47 nog even als opslag. Ze ontving er de jury van de Prix de Rome, „ingeklemd tussen de muur en een wandje”. En ze maakte er een werk met door de Rijksakademie afgedankte pc’s die ze opstelde langs de lange muur. „Met monitors met bolle schermen nog. We hebben vragenlijsten gemaakt die helemaal in het meervoud waren gesteld. Mensen moesten de vragen met ‘we’ beantwoorden. Dat project heb ik later nog in Banja Luca en in Eindhoven herhaald.”

Laboratorium

Voor Gert-Jan Kocken werd zijn periode op de Rijksakademie overschaduwd door de bezuinigingen van Halbe Zijlstra, die de postacademische instellingen zwaar kortte. In A47 kreeg hij politici op werkbezoek. „Dan moest ik ze in vijf minuten uitleggen waarom ons werk belangrijk is. Ik kon dat niet als de staatssecretaris zich erop voorstond dat hij geen verstand had van cultuur.”

Kocken ontving ze op zijn zolder tussen een grote verzameling religieuze beelden die hij voor een boek bij elkaar verzamelde. „Het fijne van die ruimte vond ik dat elke muur een eigen karakter heeft. En de vloer en het dak doen ook mee. Ik had nog net niet voor elk project een eigen wand. Maar wel hingen op de ene wand die religieuze afbeeldingen. Op de grote wand had ik een kaart van Rome in de Tweede Wereldoorlog.”

Atelier A47 in 2014 met werk van Felix Burger.

Als één kunstenaar zich A47 tot in de laatste kieren heeft toegeëigend, dan was het drie jaar geleden de Duitser Felix Burger. Hij maakte van A47 helemaal „zijn eigen lab”, zoals hij het vanuit München uitdrukt. „Het is een werk over mijzelf geworden.” In de installatie Shell Shock Syndrome zag de bezoeker op de open dagen de hele ruimte volhangen met gipsen hoofden van Felix Burger zelf. Uit de hoofden klonk de Matthäus-Passion , gezongen door Burger. Op grote schermen ging de Hindenburg brandend ten onder en was Burger weer zelf te zien, nu ten prooi gevallen aan de zenuwspasmen van een loopgraafslachtoffer uit de Eerste Wereldoorlog.

Atelier A47 in 2005 met werk van Sung Hwan Kim.

Sinds zijn jaar in A47 maakt Burger geen los werk meer. „Ik maak theatrale werken. Ik wil van een ruimte een installatie kunnen maken.” Hij deed het in Eye in 2016 en bij Joep van Lieshouts atelier AVL Mundo afgelopen zomer met een installatie van 32 bij 32 meter.

„Deze ruimte geeft de energie van een laboratorium dat niet van jou is”, zegt Inge Meijer, die het afgelopen half jaar in A47 verbleef. „Je mag er even gebruik van maken en dan gaat het door naar een andere kunstenaar. Dat vind ik een mooi idee.”

Zij heeft A47 vooral gebruikt om na te denken, te lezen, met mensen te praten. Haar kunst maakte ze buiten. Deze week op Rijksakademie Open laat ze in een film zeven minuten lang een tien meter hoge lindenboom over die lange wand zweven, achter de rietkragen van het typisch Hollandse landschap bij Abcoude. Maar als het riet wijkt zie je in haar film dat de boom op een trailer staat achter een Volvo SUV.

De muur waarop ze de film projecteert zal ze voor Rijksakademie Open een nieuwe witte laag geven. Meijer wijst op de randen van een luikje. „Storend, ik ga ze nog dicht smeren.”

Atelier A47 in 2000 met werk van David Neirings.

Praneet Soi is een paar weken geleden even terug geweest in A47. „Ik zocht of ik nog een spoor van mijn muurschildering kon vinden. Je hoeft die er aan het eind van het jaar niet af te schrapen. De kunstenaars na jou mogen er gewoon overheen werken. Ik heb geen streek meer kunnen vinden, maar voel dat die schildering er nog zit.”

Correctie, 24-11: De installatie van Felix Burger stond in atelier AVL Mundo, niet Atelier Van Lieshout.

    • Daan van Lent