Waarom komt haar vaak pluizig terug na kaalheid door een chemokuur?

Vraag die leeft Wekelijks zoekt de redactie wetenschap het antwoord op een veelgestelde vraag. Vandaag: wat doen chemokuren met je haargroei?

Meisje krijgt haar eerste haren terug na chemotherapie tegen nierkanker. Foto Frantab

De chemotherapie is voorbij, de haren komen terug. Dit nieuwe haar is vaak zachter en dunner dan het oude. En dat is niet de enige verandering: mensen die eerst steil haar hadden, krijgen soms krullen terug. Ook het omgekeerde komt voor. Heel soms heeft het nieuwe haar een andere kleur.

Hoe kan het dat haren anders terugkomen na een chemo-behandeling? Is er iets aan te doen?

Er is bar weinig onderzoek naar gedaan. „Dat is jammer”, zegt dermatoloog Bibi van Montfrans van het Erasmus MC. „Veel patiënten zien ontzettend op tegen haaruitval. Haar is een belangrijk onderdeel van je identiteit. Met de gecombineerde kennis van oncologen en dermatologen kunnen we meer mensen helpen.”

Gebroken haren

Duidelijk is wel dat haar op twee manieren uit kan vallen. Het vaakst vallen hoofdharen in korte tijd massaal uit. Dermatologen spreken dan van ‘anageen effluvium’. Door de chemotherapie sterven haarvormende cellen dan in de haarwortel af. De haarschacht wordt dunner en is uiteindelijk zo fragiel dat het haar al bij de geringste wrijving breekt. Snelgroeiende haren zoals hoofdhaar, baardhaar en schaamhaar breken eerder dan trage wenkbrauwharen en wimpers.

De tweede wijze van haaruitval heet ‘telogeen effluvium’. Dan breekt de haar niet, maar komt versneld in de laatste groeifase van een normale haar terecht, de telogene fase. De haren hoeven niet direct uit te vallen, dat kan drie tot vier maanden na het begin van de chemo gebeuren, en ook niet allemaal. Of iemand door een ‘anageen’ of ‘telogeen’ effluvium zijn haar verliest hangt af van de chemokuur. Kankerpatiënten die een combinatherapie krijgen van twee of meer cytostatica hebben vaker last van uitgebreide haaruitval dan patiënten die maar één geneesmiddel krijgen toegediend. Bij muizen is vastgesteld dat snel uitgevallen haar ook sneller teruggroeit.

Hoofdhuidkoeling

Haarverlies is soms te voorkomen. Koeling van de hoofdhuid voorkomt ernstige haaruitval bij de helft van de patiënten, leert promotie-onderzoek van gezondheidswetenschapper Corina van den Hurk (2013). Bij koeling vernauwen de bloedvaten in de huid, waardoor de haarwortelcellen minder cytostatica krijgen.

Lees ook: Hoofdkoeling werkt goed tegen kaalheid na chemo.

Maar hoe zit het met dat die dunne haren ná de chemo? Kankerpatiënten kennen ze uit ervaring, maar wetenschappers stelden pas in 2012 vast dat haren na chemotherapie inderdaad dunner teruggroeien. Met een techniek die optische coherentietomografie heet, zagen ze bijvoorbeeld dat het haar gemiddeld 90 micrometer dik was vóór chemotherapie en 76 micrometer erna. Dat valt binnen de grenzen van een normale haardikte, maar is genoeg om verschil te merken.

Chemokrullen

En waarom sommige mensen ‘chemokrullen’ krijgen is nog altijd onbekend. Zelfs waarom mensen überhaupt krullen hebben is nog een klein raadsel. Franse onderzoekers van l’Oréal beschreven dat haar krult als de haarpapil onderin de haarwortel asymetrisch gevormd is. Eén kant van het haar groeit daardoor sneller waardoor er een krul in komt. Misschien is bij mensen met chemokrulletjes de haarwortel asymetrisch beschadigd, maar dat is gissen.

Traditionele haargroeimiddelen zoals minoxidil worden soms aangeraden om teruggroei te bevorderen. Van Montfrans heeft daar enige bedenkingen bij. „Het is best een duur middel en de haartjes die teruggroeien zijn kort en dun. Zodra je met het middel stopt, verdwijnen ze.”

Geduldig afwachten lijkt de enige manier om van het dunne chemohaar af te komen. Na een paar maanden tot een jaar hebben de stamcellen in de haarzakjes nieuwe haarvormende cellen gevormd, en krijgt het haar de oude structuur terug.

    • Lucas Brouwers