In beeld

Rohingya, de verhalen achter hun verwondingen

Honderdduizenden Rohingya-moslims zijn de afgelopen maanden naar Bangladesh gevlucht. De Rohingya die nog in Birma zijn, leven in feite onder een apartheidsregime, zegt Amnesty International. Uit de getuigenissen van de vluchtelingen in deze fotoserie blijkt hoe gruwelijk het geweld was.
De 6-jarige Heron en zijn 4-jarige broer Akter liepen half oktober brandwonden op toen regeringstroepen uit Birma raketten afvuurden op hun dorp. Bij die aanval kwamen ook twee andere gezinsleden om het leven: een zevenjarig kind en een tien maanden oude baby. Hun vader werd gevangengenomen door de militairen. Sindsdien hebben ze niets meer van hem gehoord. De twee broertjes sloegen op de vlucht en bereikten na drie dagen vluchtelingenkamp Kutupalong in Bangladesh. Foto Jorge Silva/Reuters
De 42-jarige Imam Hossain kwam terug van zijn werk toen hij werd aangevallen door drie mannen. Hij overleefde de aanval en vluchtte de volgende dag met vrouw en twee kinderen naar Bangladesh. Hij begrijpt nog altijd niet waarom de Rohingya doelwit zijn van het geweld. "Waarom haten de boeddhisten ons zo en willen ze ons kwaad doen? Ons martelen? Is er iets mis met ons?". Foto Jorge Silva/Reuters
Setara Begum van twaalf was samen met haar acht andere broertjes en zusje thuis in Maungdaw toen het huis werd getroffen door een raket. "Ik kon bijna al mijn kinderen uit het brandende huis halen", vertelt haar moeder. "Alleen Setara was omringd door het vuur. Ik kon zien dat ze huilde en toen we haar eindelijk konden bereiken, had ze vreselijke brandwonden." Setara's vader droeg haar twee dagen lang naar Bangladesh. De brandwonden op haar voeten zijn geheeld, maar ze heeft geen tenen meer en ook praat ze sinds de bewuste dag niet meer. "Ze is stom sinds die dag, ze huilt alleen nog maar", zegt haar moeder in het vluchtelingenkamp Nayapara in Bangladesh. Foto Jorge Silva/Reuters
Nur Kamal, 17, probeerde zich thuis voor de soldaten in zijn dorp in Maungdaw te verstoppen. Maar ze vonden hem en sloegen hem met een geweer en een mes op zijn hoofd. Zijn oom vond hem bewusteloos in een bloedplas. Daarna vluchtte hij naar Bangladesh waar hij in het vluchtelingenkamp Kutupalang zit. "Wij willen gerechtigheid", zegt hij. "En de internationale gemeenschap moet ons daarbij helpen." Foto Jorge Silva/Reuters
De 36-jarige Anwara Begum werd wakker omdat haar huis in Maungdaw in brand stond. Voordat ze uit het huis kon rennen, viel het brandende dak bovenop haar waardoor haar nylon kleding in haar armen smolt. Acht dagen lang droeg haar man haar naar het vluchtelingenkamp Kutupalang. "Ik dacht dat ik dood zou gaan, maar ik probeerde voor mijn kinderen te blijven leven." Foto Jorge Silva/Reuters
Abdu Rahaman (73), een handelaar uit Maungdaw werd aangevallen terwijl hij samen met andere vluchtelingen door de bergen liep. Een machete kwam op zijn tenen terecht en met bloedende voeten liep hij verder. Na een paar uur moest hij door vrienden en familie over de grens met Bangladesh worden gedragen. "Onze toekomst ziet er somber uit", zegt hij in het vluchtelingenkamp Leda. "Allah en de internationale gemeenschap moeten ons helpen." Foto Jorge Silva/Reuters
Toen zijn huis in Birma in brand werd gestoken, liep Mohamed Jabair over zijn hele lijf brandwonden op. Zijn broer droeg de bewusteloze Jabair vier dagen lang naar het vluchtelingenkamp Kutupalang in Bangladesh. "Ik heb wekenlang blind in het ziekenhuis gelegen", zegt de 21-jarige. "Ik was zo bang dat ik altijd blind zou blijven." Geld voor zijn behandeling, dat door familie in Maleisië was gestuurd, is nu opgeraakt. Foto Jorge Silva/Reuters
De 11-jarige Ansar Allah liep een schotwond op toen militairen op zijn huis schoten dat al in brand was gestoken. Daardoor heeft hij nu een groot litteken. Zijn moeder Samara: "Ik kan niet ophouden met me af te vragen waarom God ons in deze gevaarlijke situatie heeft gebracht?" Foto Jorge Silva/Reuters
Bij de aanval van militairen op haar dorp in Maungdaw werd Kalabarow (50) in haar rechtervoet geraakt. Toen ze viel, bleef ze liggen alsof ze dood was. Bij de aanval kwamen haar man, dochter en zoon om het leven. Samen met haar kleinzoon ondernam ze een elfdaagse reis naar Bangladesh. waar haar inmiddels geïnfecteerde voet moest worden geamputeerd. "Tijdens onze tocht door het woud zagen we alleen maar dode lichamen en platgebrande dorpen. Ik dacht dat we nooit veilig zouden zijn", vertelt ze in het vluchtelingenkamp Leda. Foto Jorge Silva/Reuters
Momtaz Begum, 30, vertelt in het vluchtelingenkamp Balukhali in Bangladesh dat soldaten naar haar dorp kwamen en waardevolle spullen eisten. "Ik zei hun dat ik arm was en niets had. Daarop begon een van hen me te slaan. Hij zei dat als ik niets had ze me zouden vermoorden." De mannen sloten haar in huis op en staken het in brand. Ze wist te ontsnappen. Haar drie zoons en dochter waren al vermoord door de soldaten. "Wat ik kan zeggen over de toekomst? Ik heb geen eten, geen huis en geen familie. Ik kan niet over de toekomst nadenken, die hebben ze ook vermoord." Foto Jorge Silva/Reuters