Column

Hartverscheurende scènes in ziekenhuisdocumentaires

Zap De NPO zond maandag twee documentaires over ziekenhuizen uit. ‘Pilotenmasker’, over jonge kinderen met kanker, voelde soms te intiem. ‘Nachtzuster’ bracht iets meer licht.

De documentaire Nachtzuster (AVROTROS)

De triomf van Amsterdam in de strijd om het Europese medicijnagentschap EMA, na loting (the poor man’s strafschoppen) ten koste van Milaan werd in het Journaal royaal bejubeld. Het was meteen het enige vrolijke zorgverhaal van de maandag. Nieuwsuur berichtte over het ‘zorgmoeras’, EenVandaag vertelde hoe veertig procent van de werktijd van wijkverpleegkundigen op kan gaan aan papierwerk. De inspecteur formuleerde voorzichtig: „Wat is de gevoelde werkdruk en wat is de echte werkdruk?”

Dat, meneer de inspecteur, is een misverstand. De gevoelde werkdruk is de werkdruk.

Het resoneerde in twee ziekenhuisdocumentaires die later op de avond werden uitgezonden. De ‘IDFA-premiere’ Pilotenmasker (EO) van Simonka de Jong volgde jonge kinderen die in het Prinses Máxima Centrum in Utrecht voor kanker werden behandeld. Zoals een bang en boos jongetje dat uit alle macht probeerde zijn omgeving te controleren. Er was een monter meisje dat kort haar had en een ellenlange ketting liet zien: bij elke doorstane behandeling kreeg ze een nieuwe dikke kraal.

De Jong liet de kinderen ook zelf filmen, wat lichte beelden opleverde: „Ik zie je billen”, tegen een verpleegster. Daar stonden veel hartverscheurende scènes tegenover. Zo veel, dat ik gaandeweg meer moeite kreeg met Pilotenmasker, ondanks de karrenvracht aan goede bedoelingen waarmee de film duidelijk is gemaakt. Door de lijdende kinderen, door ouders die plots aan het kibbelen slaan, door wéér een huilbui.

Misschien kwam mijn ongemak voort uit angst om ooit in een situatie te belanden die lijkt op wat deze ouders en kinderen doormaken. Een van de kinderen wendde zich tijdens een behandeling in tranen tot de camera: „Niet filmen. Zet hem op stop.” Wat het kind bedoelde, was volgens mij: Laat dit alsjeblieft aan niemand zien. Nu zag ik het toch. Uiteindelijk biedt Pilotenmasker een intimiteit die volgens mij niet voor mij bestemd is. De minderjarigheid van de hoofdpersonen compliceert het probleem verder.

Lichter en korter was Nachtzuster (AVROTROS) van Geertjan Lassche, waarin aan de hand van ex-patiënten werd gepoogd het mysterie van de nachtzuster (m/v) te ontrafelen. Ook hier werd geleden. De helderste omschrijving van de ziekenhuisnacht luidde: „Iedereen moet slapen maar je weet van elkaar dat het toch niet lukt.” Maar dan is er die ene verpleegkundige die een extra vraag stelt, een hand op je schouder legt.

Dan halen mensen zich dingen in het hoofd. Een verpleegster vertelt hoe een patiënt probeerde haar zijn douche in te trekken – al waren de krachtsverhoudingen niet zo dat de man kans van slagen had. Of, juist andersom: het moment waarop je tijdens het werk de neiging moet onderdrukken om je lekker dicht over een mooie patiënt te buigen. Maar dat speelt vooral als je wat jonger bent, zei de wat oudere verpleegster gemoedelijk.

Soms gaan de illusies die ontstaan in de schemering van hospitaalzalen niet verloren. Verpleegkundigen worden getuigen bij bruiloften en soms zijn ze zelfs de bruid. Een ex-patiënte verklaarde dat ze bij controles nog altijd afspraken met haar ‘zonnestraaltje’ vroeg. „Als zij naar een ander ziekenhuis zou gaan, zou ik meeverhuizen.”

Dat begon ermee dat die verpleegster nooit een slaaptablet zonder praatje gaf. Maar niet veel mensen laten hun pieper gewoon piepen, waarmee we toch weer bij de werkdruk zijn beland. Tijd is het ware goud van de zorg. En het ligt ergens diep in het zorgmoeras.