Onderzoeksrechter Anne Gruwez rijdt door Brussel in haar blauwe 2CV.

Kleurrijke onderzoeksrechter zaait verwarring

IDFA

In ‘So Help Me God’ biedt de buitenissige Brusselse rechter Anne Gruwez een inkijkje in een ruwe realiteit. Dat dat ons verbaast, zegt iets over de stand van de huidige journalistiek, vinden de makers.

De neiging is groot om na afloop van So Help Me God (Ni juge, ni soumise) hoofdpersoon Anne Gruwez voor de zekerheid toch even te googelen. Dit documentairepersonage is bijna te mooi om waar te zijn. Maar ze bestaat echt, bevestigt ze lachend aan de telefoon.

Anne Gruwez is onderzoeksrechter te Brussel. Ze is de spil in het gerechtelijk onderzoek, ondervraagt verdachten en getuigen, verzamelt bewijs en heropent onopgeloste zaken. En ze is veel kleurrijker dan je op grond van dat beroepsprofiel zou verwachten, al is dat natuurlijk ook maar een vooroordeel. Waarom zou een rechter niet rondrijden in een oude blauwe Citroën 2CV; de koerier een snoepje geven uit de trommel bij de deur; en een witte rat waarvoor ze tuinslakken uit de heg plukt als huisdier houden? Tegen verdachten zegt ze dingen als: „Het zou voor iedereen het goedkoopste zijn als u nu maar meteen doodgaat.” Ze hoort een sm-meesteres uit over de finesses van haar vak. Het is ontwapenend, maar ook effectief. Doordat ze zo recht voor z’n raap is, komt iedereen over de brug.

Regisseur Jean Libon en Yves Hinant moeten lachen als ik zeg dat ik nog even haar credentials heb nagezocht: „Heel goed. De film zaait verwarring. Dat is de bedoeling. Hij is al als komedie geprogrammeerd in Zwitserland, op het filmfestival van San Sebastian kreeg Anne een eervolle vermelding als beste actrice.”

Het regisseursduo is bekend van de langlopende reportageserie Strip-Tease (1985-2012) op de Waalse en Franse televisie. Ze hebben zich even losgerukt van de montage van een serie over de bende van Nijvel om in Amsterdam het IDFA te bezoeken.

Gruwez figureerde eerder in een documentaire over een zaak waarin het belangrijkste bewijsstuk een frietje was. Maar Libon en Hinant wilden geen portret maken van een excentrieke rechter en haar bizarre zaken. Libon: „Via Anne Gruwez konden we een heel ernstige film maken over het reilen en zeilen van het Belgische justitiesysteem. We hoeven door onze methode – lang draaien, vertrouwensband opbouwen – geen opinies op de toeschouwer te projecteren. Iedereen mag voor zichzelf beoordelen of hij het eens is met haar aanpak.”

In de steek gelaten

Als we Gruwez spreken, handelt ze via de andere lijn nog even een dossier af. Alsof je middenin de film zit. Is haar methode omstreden? „Het is geen methode”, zegt ze. Het is haar persoonlijkheid. „Ik ben nieuwsgierig. In mijn beroepspraktijk heb ik ontdekt dat je een delict niet kunt oplossen zonder de mensen te begrijpen. En dat gaat beter als je de waarheid zegt. Ik heb vaak te maken met mensen die in de steek gelaten zijn door het systeem. Het is uiteindelijk een manier om hun de moed in te spreken om te leven.”

So Help Me God biedt volgens de makers iets wat in de huidige journalistiek ontbreekt. Libon vertelt hoe hij, toen hij in de jaren tachtig met Strip-Tease begon, al jaren de buik vol had van het soort televisiejournalistiek dat mensen vertelt wat ze al weten. „Verontwaardiging of medelijden is geen goede journalistieke drijfveer. Natuurlijk is het erg als er ergens een ramp gebeurt of een oorlog uitbreekt. We hebben de journalistiek niet nodig om dat soort onderbuikgevoelens te verwoorden. Het nieuws is een feit. Daarna gaat het om het grotere verhaal.”

Hinant vult aan: „Ons motto is: altijd aan de andere kant kijken. Mensen zijn vaak onder de indruk als je ergens toegang hebt gekregen. Maar het is verontrustend dat ze het bijzonder vinden dat we Gruwez en haar cliënten mochten filmen. Als je als journalist geen toegang meer hebt tot het nieuws, als je de realiteit niet meer mag filmen, dan heeft de vrije pers de strijd verloren.”

Misstanden

Ik opper dat het vanuit privacy-oogpunt niet altijd evident is dat mensen gefilmd willen worden. Zo komt er in So Help Me God een vrouw aan het woord die haar kind heeft vermoord en niet helemaal toerekeningsvatbaar lijkt. Hinant: „Allereerst: iedereen heeft toestemming gegeven. Die moeder heeft de desbetreffende sequentie gezien, en het enige wat ze zei was dat het te kort was. Maar serieus: als je privacyoverwegingen laat prevaleren, wat kunnen we dan nog filmen? Dat maakt me echt kwaad. Het gaat om misstanden, misdaden, en mensen die in een publiek systeem functioneren. De journalistiek is de waakhond van dat systeem.”

Libon: „Iedereen is verantwoordelijk voor zijn eigen daden. Als je daaraan gaat tornen, liggen censuur en totalitarisme op de loer. Stel dat je een familielid bent van een van de verdachten, dan hoop ik dat je serieus gaat nadenken over je eigen rol in het geheel. Wat voor opvoeding heb je gegeven?”

Het is een positie die Gruwez deelt. Dus zet zij haar werk ook buiten de poorten van de rechtbank voort, in een stichting die zich inzet voor resocialisatie van ex-gedetineerden. „Als deze mensen weer kunnen glimlachen dan is mijn werk geslaagd. Als ze weer plezier hebben in het leven. En dank u zeggen.” Want ze blijft natuurlijk wel haar strenge zelf.

So Help Me God draait nog op IDFA op 23 en 25 november en is dit voorjaar in de bioscoop te zien. Inl: www.idfa.nl.
    • Dana Linssen