Column

Ik wil gewoon stilte op kantoor

Japke-d. vraagt door Horendol raakt Japke-d. Bouma van het lawaai in de kantoortuin. Is antigeluid de oplossing?

Illustratie Tomas Schats

Ik hou zielsveel van mijn collega’s. Als ik er maar een paar zou mogen kiezen om mee te gaan op de Ark van Noach zou ik uren staan te dubben wie. Maar ik word ook geregeld horendol van ze in de open kantoortuin. Want net als ik iets moet afmaken beginnen zij over hun hardlooprondjes, de gekke, gelige uitslag in hun navel of laten ze elkaar grappige kattenfilmpjes zien. O wacht, dat laatste, dat doe ik zelf. Hoe dan ook, als je je werk af wil krijgen moet je niet op kantoor zijn.

Hans Nieumeijer van het bedrijf Soft dB Northern Europe zegt iets te kunnen doen tegen geluidsoverlast op kantoor. Hij noemt het ‘Ztilte’, een ruisgeluid dat je op de achtergrond kunt aanzetten, waardoor je je collega’s minder hoort en je daardoor beter kunt concentreren. Ik geloof er niks van. Je zou een Boeing kunnen laten opstijgen vanaf mijn flexplek, en dan hoor je hem nog niet boven het geklets uit.

Het lijkt hier op kantoor soms wel een legbatterij, zoveel lawaai is er.

„Haha ja.”

U heeft de oplossing?

„Nou, oplossing, oplossing. Het is geen Haarlemmerolie natuurlijk. Het is overigens ook niet nieuw. Soundmasking bestaat al sinds de jaren zeventig.”

Soundmasking.

„Ja, het maskeren van geluid. Dat komt uit de Verenigde Staten. Vroeger, in de jaren twintig en dertig , waren werkvloeren daar grote, open ruimtes. Je mocht er niet praten. Toen in de jaren zeventig de ‘cubicles’ kwamen, die hokjes met halfhoge wandjes, begon de geluidsoverlast. Mensen zagen elkaar niet meer en dan voelt het alsof je onbeperkt kunt praten. Toen is soundmasking bedacht. Een grote bak herrie in het plafond, letterlijk, die het gepraat overstemde.”

Veel gebouwen zijn energiezuinig georiënteerd. Klimaatneutraal, duurzaam. De mens wordt vergeten

Uw bedrijf levert een bak herrie?

„Haha, nee, zeker geen herrie. Nu hebben we gelukkig de beschikking over smart-technologie. Ik vergelijk het met het ruisen van de zee.”

Je wil toch geen ruis, je wil gewoon dat het stil is op kantoor.

„Nou, stilte is vreemd genoeg juist het probleem. Er zijn allerlei voorschriften en normen waaraan bijvoorbeeld het geluid van de verwarming moet voldoen. Daardoor is het eigenlijk te stil op kantoor. Want hoe stiller de achtergrond, hoe meer je je collega’s hoort en vaak letterlijk kunt verstaan.”

Maar het is toch de wereld op zijn kop: meer geluid maken om ander geluid te overstemmen.

„Dat denkt de leek, inderdaad. Maar ook adviseurs die gebouwen mee helpen ontwerpen denken er ook zo over. Het resultaat is geluidsoverlast op kantoor.”

Uw persbericht zegt dat mensen ‘mensgeoriënteerde gebouwen’ willen.

„Nou, dat lijkt een open deur, maar veel gebouwen zijn nu vooral energiezuinig georiënteerd. Klimaatneutraal, duurzaam. De mens wordt vaak vergeten.”

Werkt u zelf op kantoor?

„Ja, ik ben nu op kantoor. Ik sta nu op de loopband. Ik kijk uit over de zee.”

Maar ik hoor niets op de achtergrond!

„Ja, omdat ik nu even alleen ben hier. Maar ik ken ook wel het lawaai hoor. Vroeger werkte ik bij een bank, met tachtig of honderd man in een kantoortuin.”

Mensen willen geen geile kantoren, maar gewoon rust

Slecht voor de gezondheid.

„Ja. Door geluidsoverlast gaat het adrenalineniveau omhoog, het cortisol-level. Mensen worden onrustig, en dat zorgt voor stress en burn-outs.”

Geluidsoverlast kost ook heel veel tijd.

„Ja! Als je uit je concentratie wordt gehaald, kost het telkens 10 tot 15 minuten voordat je weer geconcentreerd bent. Uit studies blijkt dat mensen gemiddeld anderhalf uur per dag kwijt zijn door lawaai!”

Moeten we niet gewoon stoppen met de kantoortuin in plaats van antigeluid inzetten?

„Dat is te duur voor veel bedrijven. Ik zie soms dat het doorslaat. Ik kom weleens op kantoren waar mensen amper vijf vierkante meter voor zichzelf hebben. Maar je kunt niet iedereen een eigen kantoor geven.”

Er staat toch genoeg kantoorruimte leeg.

„Ja, maar dat zijn vaak ongezonde, ongeschikte kantoren, die veel inspanning vragen om aangepast te worden.”

De nieuwe kantoren zijn allemaal van die open ruimtes waarin je gek wordt.

„Ja, dat kan een probleem zijn. Architecten willen vaak mooie, open ruimtes ontwerpen, met split levels en zwevende vides. Landschappen noemen ze dat. Als ik het even oneerbiedig zeg: geile kantoren.”

Mensen willen geen geile kantoren, maar gewoon rust.

„Nou, mensen willen ook graag een inspirerende werkomgeving waarin ze collega’s treffen, elkaar zien, en samen overleggen.”

U houdt met ‘Ztilte’ de ongezonde kantoortuin in stand.

„Daarom moeten architecten minder met hun ogen ontwerpen, en meer met hun oren. En vastgoedontwikkelaars zouden moeten zeggen: we moeten van geile, naar gezonde kantoren, waarin aandacht is voor optimaal geluidscomfort. Daar proberen wij een steentje aan bij te dragen.”