Een rots van buiten het zonnestelsel

Astronomie Er vliegen jaarlijks twee tot twaalf interstellaire planetoïden door ons zonnestelsel. In oktober is er voor het eerst een gezien.

Planetoïde ‘Oumuamua is 400 meter lang, 40 meter breed en plat. Het is de eerste opgemerkte planetoïde van buiten ons zonnestelsel. Tekening ESO

Begin september moet een mysterieuze planetoïde vanuit de interstellaire ruimte ons zonnestelsel in zijn gedoken. Hij werd op 19 oktober ontdekt, toen hij met een telescoop vanaf aarde werd waargenomen. Onbekend was toen hoe hij eruit zag en uit welk materiaal hij bestond.

Inmiddels is bekend dat ‘Oumuamua, zo heet hij inmiddels, 400 meter lang en 40 meter breed is. Het is een plat roodachtig hard object. Tijdens zijn reis langs de zon wentelde hij in ruim zeven uur om zijn as. Dat leiden astronomen af uit de sterke helderheidsvariaties die hij vertoonde. ‘Oumuamua liet afwisselend zijn smalle en zijn brede kant zien.

De kennis over ‘Oumuamua ontstond nadat na de ontdekking tal van grote telescopen op hem zijn gericht. De afmetingen, kleur en veronderstelde samenstelling van ‘Oumuamua staan in een maandag online gepubliceerd onderzoeksverslag in Nature. Na waarnemingen met de Very Large Telescope van de ESO-sterrenwacht op Paranal (Chili) komen de Amerikaanse astronoom Karen Meech en zestien van haar collega’s tot de conclusie dat deze eerste interstellaire planetoïde die astronomen ooit hebben waargenomen een compacte structuur heeft. Anders zou hij allang uit elkaar zijn gevallen.

Lees ook Object van buiten het zonnestelsel scheert langs de zon

Waarschijnlijk bestaat hij grotendeels uit gesteenten, eventueel met een hoog metaalgehalte. Zijn rode kleur wordt toegeschreven aan de langdurige inwerking van kosmische straling.

Weinig twijfel

Er bestaat weinig twijfel over dat ‘Oumuamua’s oorsprong ver buiten ons planetenstelsel ligt. Vermoedelijk is het een restant van het planeetvormingsproces rond een relatief nabije ster dat vele miljoenen jaren geleden is weggeslingerd. Vroeg of laat komt zo’n brokstuk vanzelf andere planetenstelsels tegen.

In een nog te verschijnen publicatie in Monthly Notices of the Royal Astronomical Society buigt een team van Leidse astronomen, onder leiding van Simon Portegies Zwart, zich over de vraag hoe uniek dit kortstondige bezoek was. Hun conclusie is dat de ruimte tussen de sterren moet wemelen van de ‘Oumuamua’s.

Ontsnapt aan nieuwsgierige blikken

Het instrument waarmee ‘Oumuamua werd ontdekt – de PanSTARRS 1 surveytelescoop op Hawaï – kan objecten als deze namelijk alleen detecteren wanneer ze relatief dicht bij de aarde komen. Bovendien beschikken astronomen pas sinds een jaar of vijf over deze en andere krachtige surveytelescopen. Er zullen dus veel – heel veel – van deze objecten aan hun nieuwsgierige blikken zijn ontsnapt.

Op basis van dit soort overwegingen berekenen Portegies Zwart en zijn collega’s dat er bijvoorbeeld binnen een afstand van 15 miljard kilometer van de zon – 100 keer de afstand zon-aarde – altijd wel enkele honderdduizenden interstellaire planetoïden te vinden zouden moeten zijn. Er zullen dus ook met enige regelmaat verwanten van ‘Oumuamua door het centrale deel van ons zonnestelsel trekken. Volgens de Leidse astronomen gebeurt dat twee tot twaalf keer per jaar.

    • Eddy Echternach