Een mooie Brexit-trofee, maar kan Amsterdam dit aan?

Het Europees Geneesmiddelenagentschap (EMA) komt naar de Amsterdamse Zuidas. Dat biedt economische kansen, maar drukker wordt het ook. Zeven vragen.

De beoogde locatie aan de Domenico Scarlattilaan waar het nieuwe kantoor van het Europees Geneesmiddelenagentschap gebouwd gaat worden. De verwachting is dat het agentschap zich in maart 2019 op de Amsterdamse Zuidas zal vestigen. Foto Lex van Lieshout/ANP

Nederland heeft er hard aan getrokken. En nu kan de grote Brexit-trofee worden binnengehaald: het Europees Geneesmiddelenagentschap (EMA) verhuist van Londen naar de Amsterdamse Zuidas.

De rode loper ligt klaar voor de circa 900 medewerkers van het agentschap. Een compleet nieuw gebouw, Vivaldi genaamd, wordt voor het EU-bureau ter beschikking gesteld. Het EMA gaat dit gebouw huren vanaf medio 2019. Van januari 2019 tot de oplevering van het Vivaldi-gebouw, is een tijdelijke locatie bedacht, ook in Amsterdam-Zuid. Nederland betaalt hiervoor de huur.

De economische baten van het EU-instituut, met veel werknemers, veel kennis en veel bezoekers, zal groot zijn, denkt het kabinet. Tegelijkertijd kan de komst van meer expats en meer zakenreizigers het toch al razend drukke Amsterdam verder belasten.

  1. Wat doet het EMA eigenlijk?

  2. Aan de wieg van het EMA stonden 10.000 Europese kinderen met ontbrekende armen, benen of oren. Hun moeders hadden in de jaren vijftig van de vorige eeuw het middel thalidomide gekregen tegen zwangerschapsmisselijkheid. Thalidomide – in Nederland verkocht onder de merknaam Softenon – bleek echter grote schade te veroorzaken aan de ongeboren vrucht.

    In de Verenigde Staten had de Canadese kinderarts Frances Oldham Kelsey als toezichthouder bij de Food & Drug Administration (FDA) thalidomide van de markt gehouden. In Europa had zo’n actie nooit gekund: er waren geen regels voor de toelating van geneesmiddelen, laat staan toezichthouders. Door het thalidomideschandaal kwamen die regels en (landelijke) toezichthouders in Europa er wel. Zo kreeg Nederland in 1963 het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG).

    Die landelijke toezichthouders hangen sinds 1995 onder de paraplu van het EMA. Sindsdien moeten farmaceutische fabrikanten voor de meeste nieuwe geneesmiddelen een handelsvergunning voor de hele Europese Unie aanvragen bij het EMA. Dat beoordeelt de aanvraag en geeft vervolgens een advies over toelating aan de Europese Commissie, die dit advies doorgaans overneemt.

    Een aanvraag wordt eerst beoordeeld door een landelijke toezichthouder als het CBG, die voor dat middel als ‘rapporteur’ wordt aangewezen. De rapporteur beoordeelt de klinische studies waarin het nieuwe middel is vergeleken met een placebo, en kijkt of de werkzaamheid van het middel (benefits) opweegt tegen de bijwerkingen (risks). De conclusie wordt voorgelegd aan een EMA-commissie, waarin alle lidstaten zitten.

    Fabrikanten betalen voor een aanvraag een heffing aan het EMA, die zo voor driekwart wordt gefinancierd door de industrie. Het agentschap zit daardoor volgens critici erg dicht op de farmaceutische bedrijven en zou ook te makkelijk weinig werkzame middelen toelaten. Toezichthouders als ex-CBG-voorzitter Bert Leufkens brengen daar tegenin dat het EMA veel afkeurt en fabrikanten vaak hun huiswerk opnieuw laat doen.

    Dat neemt niet weg dat er in ‘Brussel’ – en straks ook in Amsterdam – goed wordt geluisterd naar farmaceutische bedrijven. Deze bedrijven hebben thuisbases in alle grote Europese landen, die ‘hun’ door het EMA afgewezen middelen soms toch op de markt weten te krijgen. De wetgeving voor medicijnen voor zeldzame ziekten, ‘weesgeneesmiddelen’, is in 2000 grotendeels gemodelleerd naar de wensen van de industrie. En in Brussel gelden nieuwe geneesmiddelen sowieso als een speerpunt van de innovatie die de EU zo hartstochtelijk nastreeft. Het EMA moet dus behalve controleren ook ruim baan geven aan vernieuwing – en zit daarmee per definitie in een spagaat. Karel Berkhout

  3. Gaat de Nederlandse farmaceutische industrie profiteren?

  4. Juichstemming over de komst van het EMA bij de farmaceuten. De Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen, de Nederlandse farmabranchevereniging, schrijft dat de komst „een enorme impuls” zal bieden „aan de R&D-activiteiten van de sector”.

    De stad Leiden, die meeschreef aan de bieding, is ook enthousiast. Wethouder voor Economie Robert Strijk: „De komst van EMA naar Nederland is goed nieuws voor de life science and health-sector op het Leiden Bio Science Park. Medicijnen moeten binnen 230 dagen geregistreerd worden bij EMA, dan helpt het als je er met 15 minuten treinen bent.”

    Maar brengt het Europese agentschap ook daadwerkelijk een bloeiende, innovatieve farmabiotoop met zich mee? Nederland heeft wel farmacie. Niet in de vorm van grote farmareuzen, wel in de vorm van klein, experimenteel biofarmaceutisch onderzoek. Daarin loopt Nederland voorop. Hoe helpt een ambtelijk apparaat als het EMA daarbij?

    Het begint met imago, zegt een woordvoerder van de Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen. „Bij het EMA werken allemaal internationale experts. Voor de wetenschappelijke symposia die het organiseert, komen nog meer experts ingevlogen. Dat geeft het wetenschappelijk klimaat een extra boost, waardoor farmaceutische bedrijven met een positieve blik naar Nederland gaan kijken. Misschien wordt het interessant om hier een onderzoeksafdeling neer te zetten, dichtbij de club die de medicijnen moet toelaten. En hopelijk volgen daarna ook productiefaciliteiten.”

    Zelfs in tijden van Skype werkt fysieke nabijheid echt, zegt ook Harry Flore, directeur van biofarmaceut HAL Allergy. Zijn bedrijf, met 340 werknemers, is gevestigd op het Leiden Bio Science Park. Flore is ook voorzitter van de ondernemingsvereniging van het park. Zijn bedrijf ontwikkelt en produceert vaccins tegen allergieën en moet regelmatig bij het EMA aankloppen om een nieuw middel toegelaten te krijgen. Flore: „Het gaat niet alleen om de uiteindelijke aanvraag. Daarvoor zit een heel traject van scientific advice, met veel afspraken over hoe je je studie moet opzetten, wat je nodig hebt om je trial te beginnen. Daarvoor spreek je de mensen bij EMA persoonlijk. En dan is het toch echt heel handig om ze in de buurt te hebben en persoonlijke contacten te hebben.”

    Even naar Londen vliegen met een paar mensen voor een afspraak kost qua manuren zo „vijf hele werkdagen.” Juist voor kleine farmabedrijfjes telt dat zwaar. „De grote bedrijven hebben hun lobby-activiteiten wel op orde.” De komst van het EMA kan zo het imago van Nederland als een gunstig land voor onderzoek en start-ups opvijzelen, hoewel dit soort effecten moeilijk te meten is. Carola Houtekamer

  5. Kan de woningmarkt dit wel aan?

  6. A broad range of affordable housing”, dat staat de medewerkers van het EMA in Nederland te wachten. Althans, dat staat in het bidbook van Amsterdam, waarin hoog wordt opgegeven over de beschikbaarheid en betaalbaarheid van huizen in vergelijking met andere grote Europese steden als Parijs en Londen. Ongeveer 900 medewerkers en hun naasten verhuizen met EMA mee; de eersten worden eind 2018 verwacht.

    Geen woord over de gekte op de Amsterdamse woningmarkt. Maar daar gaan de expats dan ook geen last van krijgen, denkt Johan Conijn, hoogleraar woningmarkt van de Universiteit van Amsterdam. „Expats hebben op de woningmarkt een heel sterke positie, mede doordat hun huisvestingskosten vaak worden vergoed.” EMA-werknemers krijgen daarbij mogelijk steun van Amsterdam en omliggende gemeenten: volgens het bidbook kunnen er voor hen huurhuizen in de vrije sector in deze regio worden gereserveerd.

    Het is mogelijk dat er daardoor „enige mate van verdringing plaatsvindt”, zegt Conijn. „Toen ik las over de komst van EMA was mijn eerste reactie dat het voor verdere prijsstijgingen en krapte zorgt.” Maar in tweede instantie is hij relativerender. „900 gezinnen is overzichtelijk.”

    Nederland maakt ook reclame voor woonlocaties buiten Amsterdam. Of, zoals het bidbook het stelt: „It is possible to live in the countryside and still acces the centre of a major city within 30 minutes.” Speciale aandacht is er voor Vliegkamp Valkenburg (een voormalig militair vliegveld) bij Leiden, waar de komende jaren maximaal vijfduizend woningen worden neergezet. En ook de Gooi- en Vechtstreek, Den Haag, Almere, Haarlem en Utrecht worden in het bidbook genoemd. Dat de huizenmarkt ook daar tekenen van oververhitting vertoont, staat er niet in. Sam de Voogt

    De Nederlandse woningmarkt begint te piepen en te kraken. Waar zitten de grootste knelpunten en problemen? Lees ook: Waar de woningmarkt begint te schuren
  7. Gaat het openbaar vervoer niet vastlopen?

  8. No other city can offer quite that level of connectivity”, beweerde toen nog loco-burgemeester van Amsterdam Kajsa Ollongren in de bieding. Het nieuwe kantoor Vivaldi van het EMA wordt vlak naast de A10 gebouwd, tussen station Zuid en station RAI. Schiphol, met zijn „high frequency, direct flight connections” is 10 minuten met de trein.

    Maar tegelijk loopt de Randstad vast. De treinen zijn in de spits overvol, Schiphol kan op veel momenten de toeloop van reizigers niet aan en de A10 gaat het komende decennium op de schop voor het omvangrijke project Zuidasdok. De gemeente Amsterdam lobbyt voor 125 miljoen euro. Daarmee wil de hoofdstad station Amsterdam-Zuid uitbreiden en zo Schiphol beter ontsluiten. Maar dit geld is er nog niet. 900 extra expats en 30.000 bezoekers per jaar (de eigen schatting van het EMA) zullen op zichzelf geen verkeersinfarct veroorzaken, maar ze zullen het wel extra druk maken. Carola Houtekamer

  9. Zijn er wel genoeg plekken op internationale scholen?

  10. De Amsterdamse internationale scholen kampen al jaren met een capaciteitsprobleem. Dat komt door de explosieve groei van het aantal internationale leerlingen in Nederland: waren dat er in 2005 nog maar 7.000, het zijn er nu al zo’n 19.000, blijkt uit een rapport van Stichting Internationaal Onderwijs. Bovendien is de meerderheid van deze kinderen woonachtig in Amsterdam, terwijl daar slechts plaats is voor 5.500 leerlingen. Om dit probleem tegen te gaan, stelde het kabinet eerder dit jaar, samen met de regio’s Amsterdam en Den Haag, 10,7 miljoen euro beschikbaar voor de realisatie van ruim 1.000 extra plekken op internationale scholen.

    Internationale scholen buiten Amsterdam hopen te profiteren van de krapte op de Amsterdamse scholen. „De Leidse regio en Den Haag hebben samen een groot aanbod van internationale scholen”, zegt de Leidse wethouder Robert Strijk. „Dat maakt het voor expats aantrekkelijk om zich met hun gezin in de Leidse regio te vestigen.”

    Er is een alternatief. Kinderen van EMA-medewerkers kunnen gratis naar school op de Europese School Bergen (ESB), vlakbij Alkmaar. Die wordt gefinancierd door de Europese Unie. Op de ESB is geen capaciteitsprobleem: er is ruimte voor 500 extra leerlingen, bovenop de 500 die op dit moment staan ingeschreven. Bovendien biedt de ESB, in tegenstelling tot reguliere internationale scholen, lessen aan in de moedertaal van het kind.

    „Op dit moment komt 20 procent van de leerlingen uit Amsterdam”, zegt directeur Steve Lewis. „Die worden opgehaald in een minibusje, een rit van zo’n 40 minuten. Als je uit Londen komt, is dat de normale reistijd.” Toch hoopt Lewis gezinnen over te halen gewoon in de buurt te komen wonen: „Alkmaar heeft veel aan families te bieden. Het is dichtbij Amsterdam, de huizenprijzen zijn niet zo hoog, en kinderen groeien op in een rustige omgeving.” Kas Galstaun

  11. Waar moeten al die bezoekers van EMA-congressen slapen?

  12. De Amsterdamse hoteliers, zeker die rond de Zuidas, kunnen extra inkomsten verwachten. Neemt het aantal gasten toch al flink toe door de stormachtige ontwikkeling van het toerisme, door het EMA komen daar nog eens vele duizenden overnachtingen bij. Het EMA boekt zelf zo’n 15.000 hotelovernachtingen per jaar. En de bezoekers van het instituut – wetenschappers, lobbyisten uit de farmaceutische industrie, medici – reserveren zelf ook nog eens zo’n 15.000 kamers per jaar.

    Waar moeten die terecht, in een stad met een hotelbouwstop? Sinds dit jaar geldt: er komen geen nieuwe hotels bij in Amsterdam. In enkele gebieden, waaronder de Zuidas, geldt een ‘nee, tenzij’- beleid. Alleen hotels met een bijzonder concept maken nog kans. De regels zijn „best streng”, zegt Joost Mees, partner bij bedrijfsmakelaar Collier. „De krapte op de hotelmarkt wordt steeds groter.” De bezettingsgraad van hotelkamers in Amsterdam en op Schiphol ligt op 82 procent, zegt Thijs Geijer, sectoreconoom bij ING. In de rest van Nederland is dit ruim 68 procent.

    In de Nederlandse bieding voor EMA staat de hotelstop in Amsterdam wijselijk niet genoemd. Integendeel: er komen vier hotels bij rond de EMA-locatie, staat er. Het NH Amsterdam RAI Hotel bijvoorbeeld, met 650 kamers het „grootste viersterrenhotel van de Benelux”. Die hotels waren al gepland voordat de hotelstop inging. Bedrijfsmakelaar Collier kijkt mede door de Amsterdamse krapte steeds meer naar andere locaties voor hotelontwikkeling, zoals in Rotterdam en in Leiden. „Van daaruit ben je in relatief korte tijd op de Zuidas.” Geijer van ING denkt dat de Amsterdamse hotelmarkt de komst van het EMA „zeker kan absorberen”. „Op piekmomenten kunnen zakenreizigers uitwijken naar Den Haag, Noordwijk of Utrecht.” Mark Beunderman

    Het Amsterdamse overnachtingsbeleid (hotels) is hieronder in kaart gebracht:

  13. Hoe valt het besluit in Italië, waar Milaan de andere kanshebber was?

  14. Italië zit met een enorme kater. Een goede kandidatuur, maandenlang lobbyen binnen Europa, en dan door een speling van het lot het felbegeerde EU-geneesmiddelenagentschap mislopen. „Het is alsof je een WK-finale verliest door (het opgooien van) een muntje, dat laat een bittere smaak achter in de mond”, zei Sandro Gozi. De staatssecretaris voor Europese Zaken was aanwezig bij de stemming.

    Italië vist voor de tweede keer in een week achter het net, is de teneur van veel commentaren: de azzurri wisten zich al niet te plaatsen voor het WK-voetbal. Er is veel teleurstelling en soms ook verbittering over het feit dat uiteindelijk het lot heeft bepaald of het EMA naar Amsterdam of Milaan zou gaan. Het regent afkeurende bijvoeglijke naamwoorden in de commentaren: bizar, surrealistisch en absurd (Corriere della Sera), waanzinnig (Legaleider Matteo Salvini), grotesk (Huffington Post). „Dit is het paradigma van een Europa dat niet weet hoe het besluiten moet nemen”, zei Roberto Maroni, gouverneur van de regio Lombardije, met Milaan als hoofdstad.

    Dat Milaan een serieuze en geloofwaardige kandidaat was, „de hoofdstad van het moderne Italië” (Corriere), doet weinig af aan het verlies. Ook economisch. De Bocconi-universiteit in Milaan had uitgerekend dat de komst van het EMA een stimulans van 1,7 miljard per jaar zou betekenen en 860 banen zou opleveren. De Corriere, een nationale krant met de redactie in Milaan, besteedde dinsdagmorgen vier pagina’s aan de stemming. In een reconstructie werd met de beschuldigende vinger naar Spanje gewezen, dat als enige Zuid-Europese land Italië niet heeft gesteund. Volgens de Huffington Post komt dat ook doordat premier Rutte goede banden heeft met zijn Spaanse collega Rajoy. Dat Duitsland achter het net vist, is volgens de meeste Italiaanse commentatoren een teken dat ook internationaal de positie van Merkel aanzienlijk is verzwakt.