Cultuur

Interview

Interview

Pierre (Swann Arlaud) is het meest op zijn gemak tussen zijn koeien, in Petit Paysan.

‘Dit is mijn afscheid van de boerderij’

Hubert Charuel

Regisseur Hubert Charuel kon putten uit zijn jeugdherinneringen voor zijn debuut ‘Petit Paysan’: over een keuterboer die strijdt voor het behoud van zijn koeien.

De auditie was simpel, zegt de Franse regisseur Hubert Charuel. Hij had dertig koeien nodig en selecteerde met een dresseur de tamste. Daarna mochten kudde en filmboer Pierre, gespeeld door Swann Arlaud, een week aan elkaar wennen op de boerderij – Arlaud had stage gelopen als boerenknecht en was vertrouwd met koeien. Toen ook de crew arriveerde, wist Hubert Charuel dat hij de eerste draaidagen van Petit Paysan kon weggooien. „De koeien moesten aan de camera wennen, ze keken twee dagen lang met van die grote paniekogen in de lens.”

Hubert Charuel kent zijn koeien: hij is de enige zoon van rundveehouders en nam Petit Paysan op in zijn ouderlijke boerderij, die te koop stond. Behalve professionele acteurs zette hij buren en familieleden in. En koeien dus: Petit Paysan begint met een vagelijk dreigende droom van de eenzame Pierre, die voor zonsopgang wakker wordt in een slaapkamer vol koeien. Hij zet onaangedaan koffie.

Charuel, te gast in Amsterdam, wilde zo in één beeld laten zien dat koeien Pierres hele leven zijn. „Met mensen is hij veel minder op zijn gemak, koeien nemen ook steeds meer van zijn levensruimte in.” Maar dreigend? Charuel schudt zijn hoofd. „Een boer voelt zich fysiek nooit door zijn koeien bedreigd. Hij ervaart ze als zijn kinderen, al rijd je die wel iets minder snel naar het abattoir.”

Hubert Charuel wilde geen nostalgisch portret van het boerenbestaan, zoals je die in Frankrijk soms ziet. Daarvoor kent hij dat leven van de keuterboer te goed: Pierre is de man die hij had kunnen worden. Zijn moeder hoopte dat hij de boerderij zou overnemen, lang nadat hij was aangenomen bij de prestigieuze Parijse filmacademie La Fémis. Charuel werkte in 2008 nog een half jaar op de boerderij, toen zijn moeder door een auto-ongeluk was uitgeschakeld. „Dat voelde heel vertrouwd. Als boerenzoon werk je na school en in de weekeinden mee en kan je alles. Ik heb als jochie al in mijn eentje een kalf ter wereld gebracht.” Het was een gedisciplineerde en gezonde tijd, maar Charuel besefte dat het hem vooral beviel als tijdelijke breuk met zijn stadsleven. „Boeren is een roeping, die heb ik niet.”

In Petit Paysan ontdekt boer Pierre dat zijn kudde mogelijk besmet is met een nieuwe koeienziekte. De symptomen: koorts, bloedingen op de rug, lethargie. Om te voorkomen dat de vee-inspectie zijn kudde ruimt, slaat Pierre aan het sjoemelen. Zus Sara, een veearts, heeft al snel haar vermoedens.

Een bestaan vol stress

Het script is gebaseerd op Charuels herinneringen aan de gekkekoeienziekte (BSE) eind jaren negentig. Toen waren er wilde verhalen over een mysterieuze Britse ziekte. Oorzaak en besmettelijkheid waren onbekend, alleen de symptomen: koeien die zich afzonderden en agressief gedroegen, trilden en uit evenwicht raakten. Moeder Charuel riep in paniek dat ze zich zou verhangen als haar kudde werd geruimd. Hubert Charuel: „Die paranoia blijft je bij. Dat je naar die koeien kijkt: hé, staat er daar één te huiveren? Het boerenbestaan lijkt kalm: je levensdoel is helder, zeven dagen in de week dezelfde routine en rituelen. Maar het is tegelijk enorm stressvol, je bent continu bezorgd over je beesten.”

Als jongen vond Charuel het ‘enorm gemeen’ dat hele kuddes werden geruimd om één zieke koe. De vee-inspectie komt er ook niet best vanaf in Petit Paysan. Charuel: „Als boerenzoon heb je een instinctieve hekel aan de overheid met steeds nieuwe regels. Ik begrijp dat er bij epidemieën vaak geen keus is en dat inspecteurs nergens populair zijn. Maar soms hoef je alleen de zieke koeien te isoleren en gaat de hele kudde alsnog naar het slachthuis vanwege het consumentenvertrouwen. Dat zit me best dwars, want boeren komen soms nooit meer over het verlies van een kudde heen.”

Het bracht Charuel tot zijn suspensevolle debuutthriller, waarin Pierre een paniekerig kat-en-muisspel speelt met de vee-inspectie. De populariteit van de Franse versie van Boer Zoekt Vrouw heeft hem enorm geholpen, denkt Charuel: „Daarvoor hoorde ik, zeker in Parijs: wie gaat er nou kijken naar zo’n boerenverhaal?” Wel beleefde hij een slapeloze week toen hij een synopsis las van de IJslandse film Rams. „Ik was toen al twee jaar bezig aan Petit Paysan en dat ging over solitaire IJslandse boeren, schapenziekte, verzet tegen de inspectie. Gelukkig was het verder een heel andere film.”

Bij de première, afgelopen mei in Cannes, gaf zijn vader hem een zoen op de wang en huilde zijn moeder: een ongebruikelijk vertoon van emotie. Charuel: „Mijn moeder huilde niet zozeer uit trots of om de film, maar omdat ze haar boerderij weer zag, die intussen was verkocht. Het zonk in dat het echt voorbij was. Zij heeft het gevoel dat ze de liefde voor de koeien onvoldoende op mij heeft overgebracht. Voordat ik het contract voor Petit Paysan tekende, dacht ze stiekem: als hij vastloopt in de filmwereld, komt hij alsnog terug naar de boerderij. Deze film is ook voor mij een afscheid.”