Opinie

    • Rudy Andeweg
    • Monique Leyenaar

De annulering van de kiesrechtherdenking is een foute zaak

Herdenk het mannenkiesrecht juist voor vrouwen, betogen Monique Leyenaar en Rudy Andeweg.

In het debat over de regeringsverklaring herschreef Kamervoorzitter Arib de geschiedenis van het algemeen kiesrecht in Nederland: „Het algemeen vrouwenkiesrecht was er pas in 1919. Passief en actief.” Het was ongetwijfeld een verspreking, maar dan wel een freudiaanse. Want deze maand werd bekend dat de Tweede Kamer bij monde van Arib de herdenking van een eeuw algemeen kiesrecht in Nederland – die al ruim drie jaar werd voorbereid – heeft doen annuleren.

Minister-president Rutte kondigde in de Eerste Kamer een herdenking in twee fasen aan. Eerst een bijeenkomst in de Ridderzaal op 12 december 2017 ter herdenking van de afkondiging van de grondwetswijziging van 1917, die onder meer algemeen actief mannenkiesrecht en landelijke evenredige vertegenwoordiging heeft gebracht. En af te sluiten in 2019, honderd jaar nadat ook vrouwelijke burgers actief kiesrecht kregen. (Actief kiesrecht is het recht om een stem uit te brengen; passief kiesrecht het recht om zich kandidaat te stellen.)

Arib had bedenkingen bij deze opzet, waarbij de viering van actief vrouwenkiesrecht „het sluitstuk” en niet „het brandpunt” zou zijn, zo liet zij weten.

Nu zal niemand ontkennen dat het betreurenswaardig is dat er in 1917 geen meerderheid was om ook de vrouwen direct het stemrecht te geven. Het was de bedoeling daar tijdens de herdenking op 12 december nadrukkelijk bij stil te staan. Maar we kunnen de geschiedenis slechts herdenken zoals zij is verlopen, niet zoals het had moeten gaan.

Bovendien is het bepaald niet zo dat de grondwetswijziging van 1917 voor vrouwen zonder betekenis is geweest. Zij kregen bijvoorbeeld wel het recht om verkozen te worden, en bij de eerste verkiezingen onder de nieuwe grondwet werd Suze Groeneweg als eerste vrouw in de Tweede Kamer verkozen. Verder werd de uitsluiting van vrouwen van het actief kiesrecht uit de moeilijk te wijzigen grondwet geschrapt, zodat Kamerlid Marchant de dwaling van 1917 gelukkig snel met een initiatiefwet kon rechttrekken.

Twee jaar geleden werkte de Tweede Kamer trouwens wel mee aan de herdenking van haar eigen 200-jarig bestaan. Een open huis, activiteiten op het Plein, een Bijzondere Verenigde Vergadering van Eerste en Tweede Kamer in de Ridderzaal, en zelfs een voor de gelegenheid gecomponeerde ‘Hymne voor de Staten-Generaal’. Maar de belangrijkste grondwetswijziging sinds 1848, een mijlpaal in de democratisering van ons politieke bestel, is de Tweede Kamer geen herdenking waard. Koren op de molen voor wie geloven dat de Kamer vooral met zichzelf bezig is.

De afgelasting is spijtig voor degenen die met veel enthousiasme aan de voorbereiding hadden gewerkt. Maar er is iets veel belangrijkers. Bijna een eeuw ervaring met algemeen kiesrecht en een eerlijk verkiezingsproces heeft ertoe geleid dat veel burgers dit als vanzelfsprekend zijn gaan beschouwen. Vanzelfsprekendheid kan ook een opmaat zijn voor onverschilligheid, waarmee de deur op een kier wordt gezet voor degenen die democratie vooral lastig en kostbaar vinden. Gelukkig zijn er tot nu toe in Nederland geen signalen van enig acuut gevaar. Ervaringen elders in de wereld, zelfs in de EU, tonen echter dat democratie geen vanzelfsprekend bezit is, en dat naast trots waakzaamheid op zijn plaats is.

Het herdenken van de invoering van algemeen kiesrecht in Nederland was daarvoor een uitgelezen kans geweest. Juist de moeizame invoering van het vrouwenkiesrecht laat zien dat democratie allerminst vanzelfsprekend is. Of, in de woorden van senator Poppe (SP), toen hij een jaar geleden aandrong op de viering: „Democratie is niet door God gegeven, maar door mensen gemaakt. Wijzelf vormen het garantiebewijs en bepalen de deugdelijkheid ervan. En we zijn zelf verantwoordelijk voor het onderhoud.”

En voor een passende herdenking, voegen wij hier graag aan toe.

    • Rudy Andeweg
    • Monique Leyenaar