Vanachter het glas kijken de City-fans de sterren in de ogen

Champions League

Eens was Manchester City rauw en arm, nu is de opponent van Feyenoord een club met onbegrensde mogelijkheden. Nieuwste paradepaardje: een spelerstunnel van glas, voor de bemiddelde fan.

Het uitzicht van supporters die een plek in The Tunnel Club van Manchester City reserveren. Wie zijn neus tegen het glas drukt, kijkt zijn helden in de ogen. Foto’s Getty Images

Achttien treden telt de spelerstunnel in het Etihad Stadium, de thuisbasis van Manchester City waar het dinsdagavond Feyenoord ontvangt. De tunnel is zo’n vier meter breed, een leuning splitst de trap in tweeën, een zwartblauw gekleurd tapijt siert de vloer. De schuifdeuren gaan automatisch open als je richting veld loopt. Het is, zo lijkt het, een spelerstunnel zoals in meerdere moderne stadions.

Maar bij City is het anders. Als je in de tunnel loopt heb je het zelf niet in de gaten dat je door vreemden bekeken kan worden. Het glas weerspiegelt, waardoor je niets ziet. Zij die kijken zien jou, jij hen niet.

De tunnel wordt omsloten door een restaurant, waar fans zicht hebben op de spelers en technische staf wanneer zij richting veld lopen. Of een interview geven. Of met rood weggestuurd worden. Het is een soort aquarium, zo dicht zit je op de sterren, dat je de wedstrijdspanning kan voelen, de hoofdrolspelers bijna kan aanraken. Het is een glimp van de wereld achter de schermen. Een experience noemen ze het hier. Je zet je neus tegen het raam, en je kijkt Kevin De Bruyne en Pep Guardiola in de ogen.

‘The Tunnel Club’, zoals het exclusieve restaurant wordt genoemd, is in augustus geopend. Het is het nieuwste paradepaardje van Manchester City en commercieel interessant. De kosten voor een bezoek aan de Club tijdens een duel beginnen bij zo’n 300 pond (340 euro), vertelt Paul Davies, die op deze maandagmiddag een rondleiding geeft door het stadion. Dat is inclusief eten, drinken, parkeerplaats en een analyse van een van de leden van de technische staf van Guardiola. Voor een heel seizoen bedraagt de startprijs 15.000 pond (bijna 17.000 euro).

Dit is een feestje voor de rijken in het voetbal. Leren banken staan in de hoeken van het restaurant, champagneflessen vullen de koeling, wijnglazen staan opgesteld. Bierlucht zal je hier niet ruiken. Het enige wat je hier ruikt is de nieuwigheid van de parketvloer. De tribuneplaatsen van The Tunnel Club hebben stoelverwarming, mocht je daar behoefte aan hebben. Kwestie van een knopje indrukken. En er is een oplaadpunt voor elektronische apparatuur. Davies, ter hoogte van de middenlijn: „Dit zijn de beste plekken van het huis”.

City is zeer waarschijnlijk de eerste club in het Europees voetbal die een dergelijk businessmodel heeft opgezet rond een spelerstunnel. Het is overgenomen vanuit de Verenigde Staten, schreef The New York Times. Meer specifiek: van de Dallas Cowboys, het American footballteam uit Texas, waar de spelers door het publiek opkomen, dus zonder raamwerk ertussen. Het nieuwe stadion van Tottenham Hotspur, dat naar verwachting volgend jaar wordt geopend, zal ook uitgerust worden met horecaruimte met zicht op de tunnel, net als bij City.

De spelerstunnel was een van de plekken die, net als de kleedkamer, lang als heilig werd gezien in het voetbal. Maar nu wordt het luik langzaam opengetrokken. Spelers worden er bij City aan herinnerd dat ze zichtbaar zijn voor een groter publiek, op weg van de kleedkamer naar de tunnel staat op de vloer in de gangen: ‘Entering area visible to fans’. Het is nog wennen, Davies vertelt dat onlangs een speler van Arsenal in de tunnel zijn broek uittrok.

Groots, exclusief, doordacht

De keuze om de tunnel commercieel in te zetten representeert de aanpak van City – groots, exclusief, doordacht, vooruitstrevend. De club is het vlaggenschip van de City Football Group, met vertakkingen en clubs op vijf continenten. En valt onder de Abu Dhabi United Group van sjeik Mansour bin Zayed Al Nahyan.

In 2008 nam hij de club over. Daarna kwam de weelde, topspelers werden gehaald, twee landstitels gewonnen. Het mondiale project City kreeg langzaam gestalte. Met nu in het tweede seizoen onder Guardiola misschien wel de best voetballende ploeg van Europa.

Het is indrukwekkend wat er is opgebouwd in noordoost Manchester. De academie alleen is al 80 hectare groot, telt zestien trainingsvelden, met twee kleinere stadions. Via een loopbrug kom je bij het Etihad Stadium, waarvoor plannen zijn om de capaciteit uit te breiden van 55.000 naar 62.000. Een voorheen grauw, industrieel gebied heeft een facelift gekregen. Overal loopt City-personeel, alles is strak geregeld. Het sportcomplex kleurt lichtblauw, tot de trottoirs en de stoeppaaltjes aan toe. ‘Manchester thanks you, sheikh Mansour’, staat op een van de boardings in het stadion.

Maar kritiek klinkt. Is het niet te megalomaan? En keert City zich door de internationale profilering niet te veel af van de loyale, oudere fans die in de donkere jaren trouw bleven komen. Gerard Wiekens, voormalig speler van City, is dinsdagavond uitgenodigd voor een bezoek aan The Tunnel Club voor het Champions League-duel tegen Feyenoord. Wiekens, noeste verdediger uit Oude Pekela, speelde van 1997 tot en met 2004 bij City, hij kwam over van Veendam. Totaal andere tijden, sportief en qua organisatie.

Wiekens: „Mijn eerste vijf jaar ben ik gedegradeerd, gepromoveerd, weer gepromoveerd, gedegradeerd, gepromoveerd.” Dieptepunt was de degradatie naar de tweede divisie – het derde profniveau – in 1998. Fans bleven komen. „Alle thuiswedstrijden waren dat seizoen uitverkocht, ook tegen een kleine club als Colchester United.”

Lees ook: De disneyficatie van het voetbal, via City.

Hij herinnert zich nog het oude, intieme Maine Road, dat midden in een woonwijk lag en waar City tot en met 2003 speelde. „Als je aan kwam rijden en je honderd meter voor het stadion stond, zag je het nog niet liggen omdat het tussen de huizen stond.” De spelerstunnel was daar van hout, vertelt hij. „Die kon je uitschuiven, als een soort harmonica.”

Wiekens had in de beginjaren zijn eigen trainingsbal. „Daar moest je zuinig op zijn.” Trainingstenues moesten spelers zelf thuis wassen. De coach, de Engelsman Joe Royle, vond zijn spelers te verwend. Ter voorbereiding op het nieuwe seizoen verbleven ze in 1998 op een trainingskamp op een legerbasis in Plymouth, in het zuidwesten van Engeland. In een kamer met een wasbak en een kast, met gemeenschappelijke douches op de gang. „Zo wilde hij ons weer even met beide beentjes op de grond zetten.”

Schaken op wereldtoneel

Als kantelmoment in de clubhistorie beschouwt Wiekens de finale van de play-offs voor promotie naar het tweede niveau, in mei 1999. Kort voor tijd stond City op Wembley nog met 2-0 achter tegen Gillingham, fans verlieten het stadion al, maar ze ontsnapten miraculeus en wonnen via strafschoppen. Bij verlies was een faillissement reëel geweest mede door de financiële problemen in die tijd, vertelt Wiekens. „Door die wedstrijd zijn wij omhoog geklommen tot waar ze nu zijn.”

City is altijd meer de club van Manchester geweest dan stadsrivaal United – die veel internationale fans trekt. City gaat langzaam ook die kant op, constateert Wiekens. Het is de transformatie van een club die schaakt op het wereldtoneel. Wiekens: „Er komen nu ook supporters uit het buitenland voor City, dat had je vroeger niet.”

Hij komt jaarlijks bij de club. Voor hem is het ook wennen, de nieuwe orde die regeert. Grootser en killer, noemt hij het. „Het trainingscomplex is afgeschermd met hekken en door bewaking. Het is onmogelijk om daar bij te komen. Het stadion is mooi, maar het is minder gezellig, minder sfeervol. Vroeger had je het spelershome waar je een potje bier kon drinken, nu heb je geen spelershome meer: spelers gaan direct naar huis.”

    • Steven Verseput