Opinie

    • Arjen Fortuin

‘Oh, wat een jaar’ is een pubquiz, verkleed als zaterdagavondshow

Zap Onze tv-recensent ging op zoek naar het zaterdagavondgevoeligste programma van deze herfst en kwam uit bij ‘Oh, wat een jaar!’.

Jeroen van Koningsbrugge, Linda de Mol en Ruben Nicolai in ‘Oh wat een jaar!’

Wij kennen het zaterdagavondgevoel eerlijk gezegd vooral van horen zeggen. Er zijn altijd redenen om de deur uit te gaan, boeken te lezen, of om te verdwijnen in een bubbel van YouTubekanalen. En anders is er nog wel een aflevering van Modern Family die volgens de minderjarige gezinsleden dringend op Netflix moet worden bekeken. Maar afgelopen zaterdag was het dan toch gelukt en zaten drie van de vier gezinsleden paraat om op RTL4 Oh, wat een jaar te beleven, het zaterdagavondgevoeligste programma van deze herfst.

Het jaar van dienst was 1996, volgens mijn onvolprezen naslagwerk Het aanzien van 1996 het jaar van de affaire Dutroux, het faillissement van Fokker en een reeks vliegtuigrampen.

Het jaaroverzicht van Oh, wat een jaar werd echter niet tragischer dan de opheffing van de band Take That. „Ze zijn zo mooi van dichtbij”, zei een vijftienjarige met roodbetraande ogen bij het Amstel hotel, waar de sterren zich voorbereidden op hun laatste concert. Het hart van de zinderende devotie van tienermeisjes in één alleszeggende zin van zes woorden.

Oh wat een jaar is eigenlijk gewoon een pubquiz, met in de stijl van het focusjaar verklede kandidaten en presentator. In het geval van Linda de Mol twijfelde ik even of zij daadwerkelijk verkleed was, maar ik ben modetechnisch minder begunstigd, De Mol is een tijdloze vrouw en 1996 voelt nog erg dichtbij. De outfits waren zo lelijk mogelijk. Iedereen op het podium (verder actrice Lies Visschedijk, dj Gerard Ekdom en vaste gasten Ruben Nicolai en Jeroen van Koningsbrugge) werd uitgelachen met zoveel uitroepen dat je ging vermoeden dat het ‘oh’ uit de titel daarnaar verwijst.

Het kwisgedeelte was vooral niet om serieus te nemen: Van Koningsbrugge en Nicolai maakten er steeds bijna een potje van, geheel in lijn met hun status van gemainstreamde ex-Lama’s. Het resultaat is hoe dan ook geestiger dan bij veel collega’s die ‘het vak’ en ‘amusement’ werkelijk ernstig lijken te nemen. Linda de Mol deed vrolijk mee met een harde kritiek op de grabbeltechniek van Van Koningsbrugge toen deze een Lingo-achtige bal moest vissen uit een grote juten zak die voor het middel van Nicolai was gebonden.

Uiteraard waren er muzikale intermezzi, waaronder een visueel adequate imitatie van The Spice Girls – al was het niets waar een coach in The Voice of Holland (het vrijdagavondgevoel behandelen we een andere keer) zijn stoel bij zou durven omdraaien.

Terwijl de kandidaten zich over het algemeen soepel door de vragen worstelden („dat was Emily Bremers!”) hadden ze het moeilijk met het raden van de voorkeuren van het deel van het publiek dat 1996 niet had meegemaakt. Men moest voorspellen of die vrouwen in die groep zich meer aangetrokken voelden tot Dylan of tot Brandon uit de serie Beverly Hills 90210 (ja, ik ken die postcode al 21 jaar uit mijn hoofd). De kandidaten gokten verkeerd. Ze gingen nog verder de mist in toen het mannelijke publieksdeel moest kiezen tussen Katja Schuurman en Pamela Anderson. Apart stemmen voor mannen en vrouwen is trouwens wel héél erg 1996.

Een keihard kwaliteitscriterium vaststellen voor een zaterdagavondgevoel is wat veel gevraagd, maar feit is dat de minderjarigen ook op zondag nog enkele malen de ‘pepermolendans’ ten beste gaven die in Oh wat een jaar als gabberstijl was aangeprezen.

    • Arjen Fortuin