Je kind zindelijk maken is makkelijker

Kinderen en mediagebruik – deel 1 Opvoeden gaat tegenwoordig ook over ‘schermtijd’. Afspraken maken met je kind is belangrijk, ze handhaven al helemaal, zeggen deskundigen.

De familie Hedeman Joosten: ouders Paul en Elske, en hun kinderen (vlnr): Bente (16), Jonathan (11), Noortje (13) en Boas (15). Foto David Galjaard

„Jamie, help! Hij komt hierheen! Ah nee. Ik ben dood.” Jonathan (11) zit in een grote bureaustoel voor een nog grotere iMac in de speelkamer. Voor hem, achter het toetsenbord, ligt zijn iPhone, zodat hij tegelijkertijd kan bellen met vriendje Jamie, terwijl ze samen Minecraft spelen. Hij speelt ook King of Thieves, Clash of Clans en Clash Royale. Sociale media heeft hij niet. Dat is saai. Hij heeft alleen een Facebook-account, omdat hij dat nodig had voor een spelletje.

In de woonkamer zit Noortje (13) met haar knieën opgetrokken op de bank. Als ze thuiskomt gaat ze „eerst een beetje zappen”. Nickelodeon. Disney. Tijdens de reclame zit ze op haar telefoon. Ze vindt Instagram leuker dan Snapchat. Ze verkoopt er zelfgemaakte sieraden. Met haar Instagram-account @jewelrybynoortje heeft ze al 200 euro verdiend. Facebook heeft ze niet, „dat gebruiken alleen oude mensen”.

Hun moeder, Elske Hedeman Joosten, ziet het gelaten aan. Ze woont met haar man en vier kinderen in een grote, vrijstaande boerderij-woning, aan de rand van Voorschoten. Ze hebben weinig afspraken over gamen en telefoongebruik. „We hebben allebei drukke banen, dus ze zijn regelmatig dagdelen alleen thuis.” Ze geven hun kinderen voor een groot deel zelf de verantwoordelijkheid over hun mediagebruik. „Misschien is dat naïef, maar de ontwikkelingen houd je niet tegen.”

Baby’s gebruiken eerder een iPad dan ze kunnen praten en jongeren kijken per dag langer naar een scherm dan ze op school zitten. Mede door de toename van schermen, snelle internetverbindingen en het enorme videoaanbod, is het mediagebruik (telefoon, televisie, computer, krant) van jongeren (13 tot 19 jaar) toegenomen tot 7 uur en 42 minuten per dag, volgens de jongste cijfers van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Slechts 8 minuten daarvan betreft lezen van papier. De gemiddelde Nederlander gebruikt overigens zelfs 8 uur en 33 minuten media, alleen hebben jongeren doorgaans geen kantoorbaan.

Ouders bekijken de snelle ontwikkelingen met argusogen. In hun jeugd waren er nog geen mobiele telefoons, laat staan Snapchat-filters of YouTube-sterren. Nu kijkt de helft van de 0- tot 2-jarigen al naar Netflix of YouTube, volgens het onderzoek Iene Miene Media van Mediawijzer.net, en hebben de meeste kinderen al vanaf hun 10de een smartphone, volgens recente cijfers de publieke ict-organisatie voor het onderwijs Kennisnet.

Hoe ga je daar als ouder mee om?

Mediaopvoeding

Ouders worstelen met mediaopvoeding. Vier op de tien vinden het ‘lastig’, blijkt uit onderzoek van het Nederlands Jeugdinstituut. Vaak nog lastiger dan zindelijkheidstraining of kinderen netjes leren eten. Niet verwonderlijk, als je bedenkt dat dagelijks zorgwekkende verhalen op het internet verschijnen over de gevaren van sociale media, gamen en beeldschermen. Kinderen zouden dik, verslaafd en dom worden, maar ook slim, gelukkig en sociaal. In een opvoedzee waar (pseudo)wetenschappelijke conclusies in je gezicht ontploffen maar elkaar ook tegenspreken, is het moeilijk koers houden.

NRC hield een (niet representatieve) enquête onder bijna zeshonderd ouders met kinderen van 0 tot 18 jaar en sprak tientallen van hen over hun mediaopvoeding. Velen geven aan zich zorgen te maken. Gamegedrag loopt de spuigaten uit, kinderen zijn ’s nachts niet van hun mobieltjes los te weken. Mediagebruik blijkt zelfs het vaakst onderwerp van discussie thuis. Meer nog dan over bedtijd en eetgedrag bakkeleien ouders en kinderen dus over smartphonegebruik, veilig internetten en gamegedrag.

Wat de opvoeding lastiger maakt, is dat de mediawereld voortdurend verandert. Ouders hebben amper een referentiekader. „In mijn tijd had je alleen nog maar Pong”, zegt Lizzy Martin (44) uit Haarlem, moeder van twee jongens.

Duidelijke afspraken maken, vinden veel ouders moeilijk. Want hoe ga je je kinderen controleren? Mag je hun appjes lezen? Wat als ze bij vriendjes thuis wél die gewelddadige game mogen spelen? Wanneer geef je ze een smartphone? Als alle klasgenootjes er ook een hebben?

De overgrote meerderheid van de respondenten, 71 procent, heeft afspraken met hun kinderen over hun mediaconsumptie (ruim een kwart niet). Die gaan vaak over ‘schermtijd’: hoe lang de kinderen tablet of smartphone mogen gebruiken, of hoe lang ze tv mogen kijken. Want zichzelf beperken kunnen kinderen niet, vinden ouders. Ze willen altijd uren langer dan goed voor ze is”, zegt Noor Waardijk (42), moeder van vier, uit Santpoort-Zuid.

Afspraken over welke programma’s ze mogen kijken en welke games ze mogen spelen, staan ook hoog in de lijst, blijkt uit de enquête. Gewelddadige games zijn boosdoeners. „Geweld kunnen ze nog niet in perspectief plaatsen”, vindt Niels Baas (44) uit Hilversum, die drie kinderen heeft. „Ze worden hyper of ongehoorzaam na agressieve filmpjes/games”, schrijft een 47-jarige vader uit Leiden.

Infographic Roos Liefting

‘Term schermtijd is achterhaald’

„Schermen zijn niet per se slecht”, zegt Patti Valkenburg, hoogleraar Media, Jeugd en Samenleving aan de Universiteit van Amsterdam. In 2003 richtte zij het Center for research on Children, Adolescents and the Media op. Dit CcaM is het grootste onderzoekscentrum in zijn soort ter wereld. Hier bestudeert permanent een twintigtal onderzoekers de effecten van media op kinderen: zoals het effect van smartphones op multitasken, en de invloed van beeldschermen op slaap, maar ook ‘nieuwe’ onderzoeksgebieden als augmented reality en sexting.

Als ouders op zoek zijn naar advies over hoe ze om moeten gaan met het mediagebruik van hun kinderen, kan de wetenschap hen slechts globaal helpen, zegt Valkenburg in haar werkkamer. „Schermen zijn niet schadelijk, zolang ze – één – aansluiten op de leeftijd en – twee – niet te veel worden gebruikt.”

Ook volgens Jessica Piotrowski, die momenteel het CcaM leidt, is het beter om in de gaten te houden welke media een kind gebruikt, in plaats van hoeveel: „Te veel is natuurlijk nooit goed, maar je moet geen cijfer plakken op gezond mediagebruik.” Het begrip schermtijd vindt ze achterhaald: „Dat hangt af van het kind, en wat hij of zij dóét op zo’n scherm.”

Hoe lang, hoe vaak, hoe veel. Vragen over schermtijd komen het vaakst binnen bij Justine Pardoen, al 20 jaar hoofdredacteur van Ouders Online en mede-oprichter van Mediaopvoeding.nl en Bureau Jeugd en Media. „Maar een half uur of vier uur: het maakt niet uit – áls er maar een regel is, en die consequent wordt gehandhaafd.” Valkenburg: „Kijk goed naar je kinderen. Ouders kennen hun kinderen het best.”

Dit jaar verscheen het boek Plugged in. How Media Attract and Affect Youth, waarin Valkenburg en Piotrowski het belangrijkste onderzoek in hun veld samenvatten. Is gamen écht schadelijk voor kinderen? Worden kinderen nu echt dommer van het internet in je broekzak? Na dertig jaar onderzoek kan Valkenburg concluderen: kinderen verschillen gewoonweg te veel. Maar dan ook écht: het ene kind wordt agressiever van gamen, het andere krijgt een sociale boost van computerspellen. Bij de meeste tieners hebben sociale media een positieve uitwerking op het vormen van vriendschappen, voor anderen verergert het juist pestgedrag.

„Effecten zijn niet zo simpel”, schreven onderzoekers Schramm, Lyle & Parker al in 1961 in een van de eerste studies naar de rol van media in het leven van kinderen. Bijna zestig jaar later blijkt die conclusie nog steeds relevant.

Niet te veel dus. Maar wat is te veel? Dat hangt enorm van de leeftijd af, zegt Valkenburg. „Maar het is zéker te veel wanneer schermgebruik andere activiteiten die goed zijn voor de kinderlijke ontwikkeling grotendeels verdringt.”

Juist over het verlies van die balans maken veel ouders zich zorgen. Blijven kinderen wel buiten spelen, met vriendjes afspreken of kunnen ze zich nog wel vervelen? „Kinderen weten niet meer hoe ze zich moeten vermaken als ze niks te doen hebben”, zegt vader – met „een huis vol schermen” – Niels Baas. „Ik ging vroeger gewoon naar buiten en verzon iets.” Op vakantie gaan de schermen uit. „Het duurt een paar dagen, maar daarna worden ze weer creatief.”

De belangrijkste opdracht van ouders is volgens de onderzoekers dan ook: beperken. Daar horen duidelijke afspraken bij. Een half uur per dag op de iPad, bijvoorbeeld. Blauwe schermen beïnvloeden de productie van het slaaphormoon melatonine. Beter geen schermen dus, een uur voor het slapengaan. Geen smartphone op de slaapkamer. Een goede nachtrust is, zeker voor kinderen, essentieel.

Mobieltje in de slaapkamer

„Ok, Jamie, ik ga naar de zon bouwen.” Jonathan is verslaafd aan Minecraft, zegt Elske Hedeman Joosten. „Maar ik vind het moeilijk om in te grijpen. Het is volgens mij een educatief spel. En zolang hij sport, huiswerk maakt, afspreekt met vriendjes…” Eén spel, Grand Theft Auto, verbood ze wel, toen ze zag dat Jonathan over mensen heen moest rijden om punten te halen.

De oudste dochter van de familie Hedeman Joosten, Bente (16), kreeg al een smartphone op haar negende. „Ze moest alleen naar de manege fietsen en we wonen best afgelegen.” De anderen konden daarom niet achterblijven, vond Elske Hedeman Joosten.

De familie Hedeman Joosten: ouders Paul en Elske, en hun kinderen (vlnr): Bente (16), Jonathan (11), Noortje (13) en Boas (15). Foto David Galjaard

„Kinderen die het meest mogen, zijn het normaalst”, zegt Bente. „Ik ken iemand die helemaal geen telefoon mag. Dus heeft ze er stiekem een gekocht. En nu post ze allemaal gekke dingen.”

Screenshots van de startschermen van de telefoons van Jonathan, Noortje en Bente:

Er is één harde regel thuis bij de familie: tijdens het eten moeten telefoons uit. Jonathan: „Anders vergeet je dat je hebt gegeten, zegt mama.”

Regels opstellen is niet genoeg. Het werkt beter als ouder en kind sámen tot de afspraken komen, als de ouder uitlegt waarom bepaalde regels er zijn en als die regels consequent worden gehandhaafd, zegt Valkenburg. „Opvoeden is een combinatie van controle houden, met een warme band, plus consistent zijn.” En ja, het is wetenschappelijk bewezen dat deze ‘autoritatieve’ vorm van opvoeden beter werkt dan een een autoritaire opvoedstijl (veel regels, weinig warmte) of een permissieve (weinig regels, veel warmte).

„Het is belangrijk dat je blijft luisteren, blijft kijken, blijft vragen hoe het gaat”, zegt Justine Pardoen. En dat je er gewoon bent. “Als je er minder bent, zullen kinderen je ontzien. Dan gaan ze je steeds minder vertellen.” Juist in een tijd waarin ouders steeds minder kunnen zien van wat kinderen op hun schermpjes doen, is die open, laagdrempelige band essentieel, zegt Pardoen.

Ondanks de losse opvoedstijl van Elske Hedeman Joosten is het niet zo dat ze zich geen zorgen maakt over het mediagebruik van haar kinderen. Zo weet ze niet zo goed of ze wel voldoende slapen. Mobieltjes mogen mee de slaapkamer in, behalve bij de jongste. „Als wij gaan slapen, rond tien uur, kijken we even om de hoek en zeggen we dat de telefoons uit moeten.” Regelmatig licht het blauwe scherm dan nog op.

Jonathan vindt het „stom” dat zijn mobieltje op het nachtkastje van de moeder blijft, maar „er is toch geen goede wifi op de kamer”.