Column

Israël wint een ronde en de Palestijnen gaan onder de bus

Carolien Roelants is Midden-Oostenexpert en scheidt op deze plaats elke week de feiten van de hypes.

Over een dag of tien horen we hoe precies het rondeschema van de Giro d’Italia 2018 eruitziet, maar iedereen weet natuurlijk al dat de wielrenners hun eerste etappes in Israël afleggen. Italië is allang niet meer groot genoeg voor de Giro, en Israël wil wat graag van dienst zijn om te bewijzen dat het een veilig en aantrekkelijk toeristenland is.

In eerste instantie meldden de wielerbladen – ja, u heeft geen idéé wat ik allemaal lees voor u! – dat de Giro zou beginnen met een tijdrit door de Oude Stad van Jeruzalem, dat wil zeggen door bezet Palestijns gebied. De wielerjournalistiek maakte zich daar niet druk om, maar het bleek nepnieuws, dus ik maak me er evenmin druk om.

Dat neemt niet weg dat er voor mij en voor u wel een heel interessant politiek aspect aan de Israëlische etappes zit. Want het wielercircus (als ik hierover schrijf, mag ik van mezelf ook de bijbehorende clichés gebruiken) omvat twee door Arabische landen gefinancierde ploegen, namelijk Bahrain-Merida en UAE Team Emirates. Bahrain-Merida kent u al; ik schreef een paar maanden geleden over het meerijden van toenmalig vicepremier Asscher in de ploegleiderswagen in de Tour de France, zonder dat ik hem ook maar een woord hoorde uiten over de treurige mensenrechtensituatie daar. Waarmee die treurige mensenrechtensituatie niet meer bestond. Zoals ook de Bahreinse bedoeling is.

Maar ik wil het hebben over de Arabische boycot van Israël, of liever het einde daarvan. De Arabische Liga boycot sinds jaar en dag Israël en internationale bedrijven die met Israël zakendoen. Die boycot is in de loop der jaren aan alle kanten aangevreten; denk alleen al aan de vredesverdragen die Egypte en Jordanië met Israël hebben gesloten. En geleidelijk aan zijn ook steeds meer Arabische landen stiekeme zaken met Israël gaan doen.

Stiekeme zaken, zult u zeggen, dat is één ding. Maar openlijk en officieel met wielerploegen aantreden in de Giro in Israël, met alle publiciteit van dien? Zou het echt?

Ja. Het zal echt. Ik wijs u erop dat koning Hamad van Bahrein in februari de oprichter van het Simon Wiesenthal Center, rabbijn Hier, in Manama heeft ontvangen. Rabbijn Hier onthulde in september dat Hamad tegen hem heeft gezegd dat hij de Arabische boycot beu is en dat van hem alle Bahreini’s naar Israël op bezoek mogen. Hier kwam met zijn onthulling, zei hij, omdat hij daartoe „signalen” had gekregen. De koning heeft het niet tegengesproken.

Bahrein is maar een klein landje, en de koning is in feite filiaalhouder van grote buur Saoedi-Arabië. Dus ik zie een proefballon opstijgen. Bahreinse en Emiraatse wielerploegen doen mee in Israël, en als de Bahreinse en Emiraatse burgers niet te hard protesteren dat de Palestijnen onder de bus worden gegooid – wat ze worden – dan volgen de Saoediërs ook met openlijke zaken met Israël, met de gemeenschappelijke angst voor Iran als aanjager. Zie wat dat betreft ook het ongekende vraaggesprek van vorige week van de Israëlische stafchef-generaal Eizenkot met de Saoedische website Elaph.com. Daarin meldde Eizenkot nota bene bereid te zijn geheime informatie over het Iraanse doen en laten met Saoedi-Arabië te delen.

Ik las vrijdag dat Saoedi-Arabië, de Emiraten en Bahrein zich terugtrekken uit de Golf-cup, een tweejaarlijks voetbaltoernooi, dit keer in mede-Golfstaat Qatar, wegens Qatars vermeende steun voor terrorisme en Iran. En tegelijk komen diezelfde landen in snel tempo nader tot Israël, zonder dat dat ook maar één stap in de richting van vrede met de Palestijnen zet. Israël wint deze ronde. Als u me dat een jaar geleden had voorspeld, had ik u voor gek verklaard.