Hoe een wit exportproduct wereldwijd een fenomeen is

Racisme in niet-Westerse landen

Racisme richt zich bijna altijd tegen donkerder huidskleuren, blijkt ook in niet-westerse landen.

Een jongen die door de Braziliaanse politie als verdacht wordt aangemerkt. Foto Mauro PIMENTEL/ AFP

„Amerika is een racistisch land”, legde de schrijver Colson Whitehead een jaar geleden in NRC uit. Voor de zekerheid vermeed hij daarom dorpen in het zuiden van zijn land. Dat Australië ook racistisch is, weten we uit de verhalen over aboriginalkinderen die in bleekwater werden gewassen zodat ze een lichtere huid zouden krijgen; om over het ‘uitkweken’ van de ‘Gestolen Generatie’ nog maar te zwijgen. Aboriginals werden weggehaald bij hun ouders. Over racisme in Europa is eveneens genoeg bekend, net als over de apartheid in Zuid-Afrika. Maar hoe zit dat in andere landen? Is racisme een westers fenomeen of is het overal?

Aan verschillende correspondenten vroegen we hoe het met het racisme in hun regio zit. Vaak landen waarvan dat minder duidelijk is dan bij ons. Dan blijkt: racisme bestaat wereldwijd. Maar opvallender: racisme is bijna altijd gericht op mensen met een donkerder huidskleur.

Voor China, landen in het Midden Oosten, Noord-Afrikaanse en Zuid-Amerikaanse landen geldt: hoe donkerder de huidskleur, des te groter de kans dat je er uitgepikt wordt bij politiecontroles (of erger, zie: Brazilië), hoe moeilijker het is een baan te krijgen, hoe sneller je negatieve reacties krijgt wanneer je meedoet aan een wedstrijd (zie: China), etc.

Racisme – wat voor dit artikel ingevuld is als: vanuit een machtspositie neerkijken op iemand met een ander uiterlijk – is in feite een wit exportproduct dat in de Verlichting is ontwikkeld, toen het geloof plaatsmaakte voor de wetenschappelijke blik, toen devotie werd vervangen door schedelmeting en tandentellerij.

Soms zit het net anders. In Japan kijken ze neer op Koreanen. Haarfijn worden ze eruit gepikt en weggezet als kakkerlakken. Korea was lang genoeg een kolonie van Japan om er op neer te kunnen kijken, dat sijpelt nu nog door. In Koeweit zien de shi’ieten wie een bedoeïen is, en andersom. Beiden gunnen elkaar niets.

Racisme blijkt ook een politiek instrument. In China waait er inmiddels een andere wind wat huidskleur betreft, in Japan regelen wetten dat racisme wordt ingeperkt, in Brazilië richt de overheid zich bewust op niet-witte studenten. Wanneer racisme politiek is, moet de oplossing kennelijk daar gezocht worden.

Brazilië

Een zwarte weervrouw ging velen al te ver

In de vijf jaar dat ik in Rio woon en werk, heb ik duizenden Brazilianen geïnterviewd, van allerlei rangen, standen, kleuren en in uiteenlopende functies. Ik interviewde één keer een zwarte Braziliaan die een topfunctie bekleedde: een directeur van een afkickkliniek. Alle experts van wat dan ook waren witte Brazilianen van Europese komaf. Vreemd, in een land waar ruim 54 procent van de bevolking zwart of gekleurd is. Doe de tv aan en je waant je in Scandinavië, zelfs in Nederland is meer kleur op de buis.

Toen de eerste zwarte weervrouw in 2015 aantrad op het nationale journaal, veroorzaakte dat grote commotie en racistische haatmail. Een zwarte vrouw in deze functie was veel Brazilianen een brug te ver. Zwarte vrouwen zijn er om te werken in de entertainment-industrie, om te dansen met carnaval in een sexy veren outfit of zijn huishoudster of nanny bij rijke families. Dat is het beeld dat ook de populaire telenovelas in stand houden.

In het parlement met 95 procent witte mannen is bijna geen kleur te zien. De klassenmaatschappij gaat terug tot de koloniale tijd en de slavernij die pas in 1888 werd afgeschaft. De Portugese kolonisten deden er alles aan het land ‘op te witten’ door actief Europese migranten naar Brazilië te lokken om een lichtere bevolking te krijgen.

Ben je zwart, loop je meer risico. Van de 4.000 mensen die in 2016 door de politie werden neergeschoten, was 75 procent zwart of gekleurd.

Op sociale media laat een actievere zwarte beweging wel van zich horen. En door actief overheidsbeleid zijn er meer zwarte en gekleurde studenten op de universiteiten beland. Of zij straks een kans krijgen is een tweede, maar ze staan te trappelen om aan het werk te gaan.

Nina Jurna, Rio de Janeiro

Lees ook: Onverhuld racisme is in het Westen op zijn retour, maar zeker niet verdwenen. Het maakt plaats voor subtielere varianten.

China

Blank gepoederde gezichten in de metro van Shanghai

Bij de drogist in Shanghai liggen de crèmes voor een witte huid naast de maskers waarmee je je huid extra zuurstof, vitaminen en mineralen gunt. In de metro staan vrouwen met iets te blank gepoederde gezichten, lenzen die de pupillen vergroten en een stukje plastic boven hun ogen om een dubbel ooglid te simuleren.

Twee senioren in een buurthuis hoorde ik elkaar complimenteren met de witte huid van hun dochters. Bij metrohaltes geldt: hoe witter de huid, hoe minder snel je gecontroleerd wordt.

In grote steden zie je steeds vaker mensen met een donkere huid: zwarte Afrikanen of afro-Amerikanen. Dat op hen wordt neergekeken, blijkt uit reclames. Zo was er een reclame van een wasmiddel waarbij een zwarte man in de wasmachine wordt geduwd. Hij kwam er even later uit als een charmante Chinees. En de zwarte acteur in Star Wars krijgt op Chinese posters een minder prominente plek. Overigens leidden deze voorbeelden ook in China zelf tot enige ophef.

Donkere Chinezen worden soms beschouwd als niet-patriottisch. Zo was er studente Lou Jing die meedeed aan een talentenjacht in Shanghai. Hoewel ze vloeiend Mandarijn én Shanghainees sprak – maar een afro-Amerikaanse vader heeft – moest ze zich toch verantwoorden voor haar iets donkerder huidskleur. In een interview zei ze het ‘interessant’ te vinden dat kinderen van gemengde Chinees-witte ouders minder vaak negatief commentaar krijgen. Dat komt, zo denkt de studente, door ‘de veronderstelling dat Afrika minder ontwikkeld’ is.

Ondertussen is het niet alleen maar ‘wit’ dat de klok slaat. Chinezen vinden het nu vaker sneu voor elke laowai – straatnaam voor alle niet-Aziatische buitenlanders in China – dat ze geen Chinees zijn. Wie wil er nu niet horen bij het ‘machtige Chinese volk’?

De witmakers liggen weliswaar nog in de schappen bij de drogist, maar steeds vaker zie ik vrouwen met een trots lijntje boven de ogen dat naar de zijkant uitloopt. Het zet hun spleetogen extra zwaar aan.

Eefje Rammeloo, Shanghai

Lees ook: Racisme is vooral iets van de lager opgeleiden, vindt de progressieve witte mens. Dat is onjuist, schrijft emeritus hoogleraar Gloria Wekker.

Koeweit

Blind herkent men hier elkaar als bedoeïen of shi’iet

Boller gezicht en een lichtere huid? Dan weet je: een shi’iet. Daarbinnen zijn gradaties. Vriendin Zainab legt uit: „Wie oorspronkelijk uit Iran of Irak komt, is het lichtst. Wie uit Bahrein komt, heeft een donkerder huid. Mensen uit het shi’itisch deel van Saoedi Arabië zijn nog donkerder.”

Zelf is Zainab shi’itisch, net als circa 20 procent van de Koeweiti’s. Er wordt niet zozeer op hen neergekeken, maar ze worden gewantrouwd vanwege hun – al dan niet werkelijk bestaande – banden met Iran. „Op ministeries waar de bedu [bedoeïenen, red.] de overhand hebben, worden geen shia [shi’ieten] aangenomen. Dat is ook omdat we slimmer zijn”, stelt Zainab. Ze houden elkaar de hand boven het hoofd bij het verdelen van de banen, legt zij uit. Bij andere instanties voeren Shia’s juist weer de boventoon.

De bedu zijn niet simpelweg de soennitische rest. Niet elke soennitische Koeweiti is bedoeïen (hoewel ze wel de meerderheid vormen). Er zijn ook hadar, de ‘originele’ Koeweiti’s die sinds een paar honderd jaar een stedelijk bestaan leiden, terwijl de bedoeïenen pas enkele decennia geleden uit de woestijn kwamen aanwaaien. Zij werden aangetrokken door olierijkdom.

Zowel de shia als de hadar kijken vaak neer op de bedoeïenen; ze vinden deze bedoeïenen achtergebleven. Ook zouden ze niet loyaal zijn aan Koeweit, domweg omdat ze zich hier alleen gevestigd zouden hebben om mee te profiteren van de rijkdommen in de bodem.

Men herkent elkaar feilloos. Aan de manier van praten, waar iemand woont, hoe iemand heet en wat hij draagt: een bedoeïen zal nooit een spierwitte hoofddoek dragen, een hadar zelden een rood-wit geblokte.

Het resultaat: voorkeursbehandelingen en vooroordelen. Het wordt ruiterlijk toegegeven, soms betreurd, of uitgelegd als een methode om je eigen veiligheid te garanderen. Tot geweld leidt het niet, maar het is een fragiele balans, die óók de buitenlandpolitiek van Koeweit bepaalt: vooral niet de oren teveel naar één van de grote buren laten hangen, want dan slaat intern de vlam in de pan.

Judith Spiegel, Koeweit-Stad

Lees ook: Zwarte Piet-activist Jerry Afriyie wil niemand zijn fijne Sinterklaasherinnering afpakken. ‘Twijfel aan Zwarte Piet is mij al genoeg’.

Japan

Koreanen zijn ‘kakkerlakken’, die moeten vertrapt

„Kakkerlakken, maden”, zo schold de ultra-rechtse Zaitokukai-groep in 2009 leerlingen en docenten uit van een Koreaanse school in de Japanse stad Kyoto. Bij de ingang schreeuwden ze urenlang hun bedreigingen door megafoons. Het protest vormde het begin van demonstraties die zich snel uitbreidden naar wijken met veel inwoners van Koreaanse afkomst, vooral in hoofdstad Tokio en Osaka.

Ultra-nationalisten trokken door de straten met wapperende Japanse vlaggen. „Jullie moeten allemaal afgeslacht worden” en „trap de kakkerlakken plat”, schreeuwden ze.

Sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog is gewelddadig racisme zeldzaam in Japan. Discriminatie is beperkt, maar het bestaat wel. Vooral Koreanen en Japanners van Koreaanse afkomst moeten het hierbij ontgelden.

De grootste demonstraties tegen Koreanen vonden plaats in 2012 en 2013 in Shin-Okubo, een wijk met veel Koreaanse winkels en restaurants in het centrum van Tokio. Sommigen trokken bijna 1.500 mensen, schatte de politie. Het was een reactie van een zeer kleine ultrarechtse minderheid op de grote populariteit van de Zuid-Koreaanse popcultuur in Japan, en de Noord-Koreaanse erkenning in 2002 dat Pyongyang jarenlang Japanners had gekidnapt.

Internet bracht deze geïsoleerde mensen bij elkaar. Tien jaar later gingen ze de straat op. Van 2012 tot en met 2015 vonden er volgens het Japanse ministerie van Justitie meer dan duizend haatzaaiende bijeenkomsten plaats in Japan.

Overweldigende anti-racistische tegendemonstraties, rechtszaken en een nieuwe wet hebben de haatacties op straat drastisch teruggedrongen. Maar op sociale media is haatzaaien toegenomen.

Zelfs middelbare scholieren ontvangen daar nu berichten zoals ‘Vermoord alle Koreanen’ en ‘Koreanen zijn niets meer dan ongedierte’.

Kjeld Duits, Tokio