Column

Hoe de Rabobank boeren kickstart en opschaalt

‘Stel je voor”, klinkt het in een radiospotje: „Een bank opgericht door en voor boeren, die wereldwijd de slimste innovaties van onze klanten en partners helpt kickstarten en opschalen.” Dit weekend ging ik terug naar de Brabantse Kempen. Ik groeide op in deze zandstreek van boeren en boerenknechten van weinig woorden. In gemeenschapshuis Den Aord in Casteren vertoonden ze de documentaire Het mysterie van de melkrobots van Vuk Janic, een eigentijds vooruitgangsdrama. Hoofdpersoon is de Casterse koeienboer Johan van Rijthoven, zevende generatie, die kickstart en opschaalt, precies zoals de Rabobank dat wil, en melkrobots koopt voor zijn driehonderd koeien.

De bank leent hem 1,5 miljoen euro. Maar de koeien weigeren zich te laten melken door de robot, de onderhoudsmonteur snapt er niks van. Van Rijthoven lijdt in vier jaar 950.000 euro verlies, voert rechtszaak na rechtszaak, en moet stukken land verkopen om zijn schuld te kunnen voldoen aan de bank voor en door de boeren.

Na afloop van de vertoning heerst er een grafstemming in Den Aord. Stugge akkerbouwers, varkensboeren in houthakkershemden. De aarde nog onder de nagels. Extra pissig door het onderzoek naar mestfraude dat NRC vorige week publiceerde.

Wie ik spreek, begint over de bank die hen net zo worgt als Van Rijthoven. Ze worden gedwongen hun administratie precies te voeren zoals de bank het wil: „30.000 euro boekhoudkosten per jaar.” Tranen in de ogen, een zenuwtic in het gezicht. Zoals varkensboer Martien Lauwers uit Reusel.

Lauwers ging in 2011 naar de Rabobank omdat hij twee stallen wilde bijbouwen. „Het is uitbreiden of opgeven in de landbouw.” Bijbouwen, vroeg de bankemployee. Een boer die ternauwernood de varkenspest had overleefd? Een veertiger met twee kinderen die het bedrijf niet wilden overnemen? „Is het niet verstandig om te stoppen?” Lauwers kon een gedeelte van zijn bedrijf afbreken om een huisje te bouwen en de rest verkopen. „De bank kijkt zo diep in je leven mee.”

Het ministerie stimuleert kleinschaligheid en biologisch boeren. Maar in de Kempische dorpen is het een en al kickstarten en opschalen; gestimuleerd door de bank eten de grote boeren de kleintjes op. „Opstaan tegen de bank kan niet”, zegt Johan van Rijthoven, die ook naar Den Aord is gekomen. „Als je als boer in de problemen komt, ben je al uitgemolken.” Hij heeft de bank vaarwel gezegd. Een particuliere investeerder helpt hem zijn bedrijf te runnen. „Die vraagt alleen naar het rendement en bemoeit zich verder nergens mee.”

Martien Lauwers werkt tegenwoordig voor een baas. „Daar heeft-ie het ’t moeilijkst mee”, zegt zijn vrouw.

Jutta Chorus (j.chorus@nrc.nl) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Tom-Jan Meeus.