Charles Manson: hippie uit de hel

Charles Manson, 1934-2017 Sekteleider en moordenaar

Charles Manson wist zijn volgelingen zo te manipuleren dat ze onder anderen actrice Sharon Tate afslachtten. Hij wilde rassenrellen laten uitbreken.

Charles Manson tijdens een interview op 25 augustus 1989 Reuters

Charles Manson was een ‘hippie uit de hel’, de Amerikaanse sekteleider met de indringende, verwarde blik in zijn ogen overleed zondag op 83-jarige leeftijd.

Zijn naam is onlosmakelijk verbonden met de moord in 1969 op zijn bekendste slachtoffer: actrice Sharon Tate, de echtgenote van filmregisseur Roman Polanski. In opdracht van de doorgedraaide Manson werden Tate, drie van haar gasten en een toevallige bezoeker van haar huismeester in de nacht van 8 op 9 augustus op beestachtige wijze afgeslacht in haar woning in Beverly Hills. De hoogzwangere actrice ligt in bed als vier indringers, drie vrouwen en een man, haar kamer binnenkomen en op haar en haar gasten beginnen in te steken. ‘Varken’, schrijven ze met een in bloed gedrenkt laken op de muur.

De gebeurtenissen zijn zo schokkend, dat de media spreken over een abrupt einde aan de onbezorgde ‘zomer van liefde’ aan de Amerikaanse Westkust. „Slaven van Satan”, schrijft het Algemeen Handelsblad over de daders.

Charles Manson, kind van een zestienjarige moeder, is een kleine crimineel en heeft al jaren in de gevangenis doorgebracht, onder andere wegens souteneurschap, als hij in het voorjaar van 1967 naar San Francisco trekt en het jaar daarop naar Los Angeles. Geboren in november 1934 is hij veel ouder dan de meeste hippies om hem heen, maar hij wordt al gauw een cultfiguur die veel volgelingen trekt – de meesten jongeren met een getroebleerde jeugd die zich gemakkelijk laten hersenspoelen.

Manson is ook geen onverdienstelijke singer-songwriter: drummer Dennis Wilson van de Beach Boys laat hem en (vooral) zijn meisjes in zijn villa aan Sunset Boulevard wonen en belooft samen met hem een plaat te maken. Ook zanger Neil Young laat zich lovend over hem uit (‘he’s just out of control’) en zal later het nummer Revolution Blues aan hem wijden.

Lees ook dit grote interview met sekteleider/moordenaar/popster Charles Manson, uit 2013, ging over zijn charisma. En zijn obsessie met doden.

In mei 1968 betrekt Manson met zijn ‘familie’ van slaafse volgelingen de Spahn Ranch, een locatie op zo’n half uur rijden ten oosten van Los Angeles waar eerder westerns werden opgenomen, zoals de bekende tv-serie Bonanza. Sex, drugs and rock ’n roll beheersen het leven, maar de manipulatieve Manson uit zich daarnaast steeds meer als ongeremde onheilsprofeet. Inspiratie voor zijn racistische theorieën krijgt hij mede uit het in 1968 uitgebrachte White Album van The Beatles. Met name het nummer Helter Skelter raakt hem. Helter Skelter verwijst naar een spiraalvormige kermisattractie, maar Manson ziet in de tekst een bevestiging van zijn voorspelling van een aanstaande botsing tussen zwart en blank. I’m coming down fast but I’m miles above you.

Als de aangekondigde confrontatie uitblijft, besluit Manson in de loop van 1969 het heft in eigen hand te nemen. Nadat op 25 juli in zijn opdracht een bevriende drugsdealer wordt gedood, laat Manson op 8 augustus weten dat de tijd rijp is voor Helter Skelter, en hij stuurt vier volgelingen naar 10050 Cielo Drive, het huis van Sharon Tate en Roman Polanski, met de opdracht iedereen zo wreed mogelijk af te slachten. Op 10 augustus volgt een nieuwe slachtpartij in het huis van het zakenechtpaar Leno en Rosemary LaBianca, waarbij de muren worden beklad met teksten als ‘Dood aan de varkens’ en ‘Helter Skelter’. Manson hoopt dat zwarten de schuld zouden krijgen.

In totaal kreeg Manson in 1971 negen keer levenslang wegens betrokkenheid bij zeven moorden. Dankzij de getuigenis van de toen twintigjarige Manson-discipel Linda Kasabian, die toekeek bij de slachting in het huis van Tate, kwamen tijdens het proces gruwelijke details naar buiten. Ze vertelde ook over de indringende sessies die Manson hield waarmee hij zijn volgelingen in trance bracht.

Tijdens zijn proces kerfde Manson een hakenkruis op zijn voorhoofd. De afgelopen jaren vroeg hij verschillende keren vergeefs om vrijlating uit de Corcoran State Prison. „Zeker, ik ben knotsgek. Maar wat maakt het uit”, zei hij eens in een interview vanuit de gevangenis. „Weet je, lang geleden betekende gek zijn iets. Tegenwoordig is iedereen gek.”

Correctie (20 november 2017): in een eerdere versie stond in de intro van dit artikel dat het geboortejaar van Charles Manson 1941 was. Dat moet 1934 zijn.

    • Wim Brummelman