opinie

De klimaattop had ook nog veel erger kunnen aflopen

Er waren zoals gebruikelijk weer verschoven deadlines en een uitputtende nachtelijke slotsessie voor nodig. Maar in de vroege zaterdagochtend is de mondiale klimaattop in Bonn toch nog met enig resultaat afgesloten. Wat 195 landen twee jaar geleden met elkaar in Parijs afspraken, is op diverse terreinen iets nader geconcretiseerd. Aanscherping is uitgebleven.

Dit resultaat is verre van spectaculair maar het is onder de huidige omstandigheden al winst dat de aangegane verplichtingen uit 2015 niet allemaal weer ter discussie zijn komen te staan. Iets dat ook had gekund na het besluit van de Amerikaanse president Donald Trump om zijn land terug te trekken uit het Verdrag.

De conferentie in Bonn heeft duidelijk gemaakt dat de rest van de wereld – soms met tegenzin – door wil gaan, ondanks het afhaken van de Verenigde Staten. Bovendien gaven in Bonn lagere Amerikaanse overheden, zoals bijvoorbeeld de gouverneur van Californië en vertegenwoordigers uit het bedrijfsleven, te kennen dat zij zich wél willen committeren aan de internationale klimaatafspraken. Dat is toch een lichtpuntje van een moeizame bijeenkomst die vooral nog eens illustreerde hoe ingewikkeld het is de op papier gemaakte afspraken om te zetten in concrete maatregelen.

Het nader uitwerken van het klimaatverdrag van Parijs was de voornaamste opdracht van de tussentop in Bonn, die werd voorgezeten door de Fiji-eilanden. De 900.000 inwoners tellende eilandengroep in de Stille Oceaan ondervindt zelf in belangrijke mate de gevolgen van klimaatverandering, bijvoorbeeld als gevolg van een stijging van de zeespiegel en daarmee gepaard gaande overstromingen. Juist de wijze waarop de geïndustrialiseerde wereld financieel moet bijdragen aan arme landen als Fiji, zodat ze zich kunnen wapenen tegen klimaatverandering, was tot op het laatste moment één van de grote twistpunten. Het gaat hierbij om het bedrag van 100 miljard dollar per jaar dat vanaf 2020 aan de ontwikkelingslanden is toegezegd. In de slotverklaring bleef het bij vage bewoordingen op dit punt.

Dat de landen het niet al in Bonn eens zouden worden over de wijze waarop straks alle verplichtingen bijvoorbeeld op het terrein van de uitstoot van schadelijke gemeten zullen worden, werd al van te voren verwacht. Een doorbraak is dan ook niet bereikt. Wat er wel en niet mag en kan worden meegerekend, is niet alleen een kwestie van techniek maar ook van politiek. De onderhandelaars bij de vorige maand beëindigde Nederlandse kabinetsformatie weten hiervan mee te praten. Ook in Duitsland is het klimaat op dit moment één van de splijtende thema’s in de coalitiebesprekingen.

Bij de klimaattop van volgend jaar december in het Poolse Katowice zullen weer echte stappen gezet moeten worden. Dan zal ook bekeken worden of de doelstellingen om de opwarming van de aarde tegen te gaan niet toch in een meer ambitieuze richting moeten worden bijgesteld. Vooralsnog is de uitstoot van broeikasgassen voor het eerst in drie jaar alleen nog maar toegenomen. In Polen zal ook moeten blijken wat er van de door Nederland nagestreefde Europese klimaat-kopgroep terecht is gekomen. Een opmerkelijk voornemen aangezien Nederland zelf zich in Europa qua prestaties nog in de achterste regionen bevindt.

De conferentie in Bonn heeft laten zien dat het klimaatverdrag van Parijs door de meeste ondertekenaars nog steeds als een opdracht wordt beschouwd. Toch heerst er nog altijd een flinke mate van vrijblijvendheid. Maar de ernst van het klimaatprobleem laat geen vrijblijvendheid meer toe.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.