‘Ambonezen zijn ook veteranen’

Eerherstel

Molukse KNIL-soldaten willen erkenning. Ze krijgen deze dinsdag de veteranenstatus. Nu nog financiële compensatie, zegt organisator Reawaruw.

Pas uit Indonesië aangekomen Ambonese KNIL-soldaten met familie in het opvangkamp te Geleen, maart 1951. Foto Anefo

Het is allemaal onderdeel van een goed doordachte strategie, zegt Leo Reawaruw (57), voorman van de organisatie Maluku4Maluku. En hij tekent een schema op een A4’tje in zijn huis – „dit is het actiecentrum” – in Leeuwarden. Nu: eerherstel voor de leden van de eerste generatie KNIL-Ambonezen. Het gaat volgens Reawaruw om de wapenbroeders die in het toenmalige Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL) zij aan zij met Nederlandse dienstplichtige militairen vochten tegen de Indonesische republiek (1945-1950). Die KNIL’ers zijn volgens hem een „vergeten generatie”.

Voor later staat wat hem betreft op de agenda: uitbetaling van gederfd inkomen voor degenen die tijdens de Tweede Wereldoorlog voor „de Nederlandse driekleur” tegen Japan hebben gevochten in toenmalig Nederlands-Indië. Dat is de zogeheten backpay. En dan is er het gederfde pensioen: het wachtgeld voor militairen waar volgens Maluku4Maluku nog levende veteranen en anders hun weduwen of kinderen aanspraak op maken.

Lees ook dit artikel waarin Jeftha Pattikawa zijn overleden opa schrijft, over een veel te laat eerbetoon voor Molukse KNIL-militairen

Onderscheidingen

Deze dinsdag krijgt een tiental hoogbejaarde oud-militairen van de Inspecteur-Generaal der Krijgsmacht, luitenant-generaal Hans van Griensven, alsnog de veteranenstatus. Ook wordt bekeken of zij in aanmerking komen voor onderscheidingen. Reawaruw, zoon van een „KNIL-Ambonees” zoals hij benadrukt, is opgetogen over het feit dat Van Griensven, die ook de belangen behartigt van veteranen, heeft toegezegd dat er bij de jaarlijkse veteranendag in Den Haag een speciale tent komt voor de KNIL-Ambonezen. „Ik gebruik die term expres omdat we geen allochtonen zijn, maar Nederlanders”.

Het ministerie van Defensie in Den Haag zegt echter dat van enige financiële toezegging geen sprake kan zijn. Dat het ministerie met de kwestie in de maag zit, mag blijken uit het feit dat de plechtigheid vandaag achter gesloten deuren plaatsvindt en dat het geen toelichting wil geven op het besluit over te gaan tot toekenning van de veteranenstatus aan deze categorie oud-strijders.

Historici moeten zich verdiepen in het perspectief van de ander, schrijft Onno Sinke bij de ‘kick-off’ van het onderzoek naar de Dekolonisatie-oorlog in Indonesië.

Omstreden

Vandaar dat Reawaruw voorafgaand aan die bijeenkomst, waarvoor ook enige tientallen familieleden zijn uitgenodigd, zelf een persbijeenkomst organiseerde.

Dat de gebeurtenis omstreden is, blijkt uit een verklaring eerder deze maand van de Antifascistische oud-verzetsstrijders Nederland (AFVN) en drie andere organisaties. Die tekenen bezwaar aan tegen het verlenen van eerbewijzen aan oud-militairen die zij beschouwen als „oorlogsmisdadigers”. Onder verwijzing naar historisch onderzoek van bijvoorbeeld Rémy Limpach (De brandende kampongs van generaal Spoor) houden zij deze veteranen medeverantwoordelijk voor structureel geweld tegen Indonesiërs op bevel van de Nederlandse regering.

Afgelopen weekeinde werd duidelijk dat in de Molukse gemeenschap onrust heerst over mogelijke antifascistische demonstraties rond de ceremonie vandaag op de Zwaluwenberg in Hilversum. Uit vrees voor ongeregeldheden tussen antifascisten en Molukse hooligans besloten de autoriteiten de persbijeenkomst vandaag te verplaatsen naar de Korporaal Van Oudheusdenkazerne in Hilversum.

Reawaruw benadrukt dat hij streeft naar een vreedzame dag, die wat hem betreft draait om het respect voor de eerste generatie Molukkers die in 1951 naar Nederland werd getransporteerd. „Hun verhaal dreigt vergeten te worden”, zegt Reawaruw, zelf UNIFIL-veteraan. Het herstel van eer en respect en de betaling van volgens zijn organisatie achterstallige salarissen en wachtgelden zijn slechts twee punten van zijn agenda. Reawaruw: „Ze werden slechter behandeld dan nu de asielzoekers die naar Nederland komen.” Hij doelt bijvoorbeeld op het lot van kinderen die destijds achterbleven in Indonesië omdat zij niet mee mochten met de schepen die zo’n 4.000 manschappen en hun familie naar Nederland brachten.

„Aan veel fouten die de Nederlandse staat heeft gemaakt, kunnen we niets meer doen”, zegt Reawaruw. „Maar dat geldt niet voor de pensioenen en de backpay. Daarover gaan we nu in discussie met het ministerie van Koninkrijkszaken. Als het moet via de rechter.”