Opinie

Afvinklijstje doet wezen Wolkers-biografie tekort

De wetenschappelijkheid van de Wolkers-biografie laat zich niet vangen door fatwa-achtige criteria, schrijft . Die doen denken aan Brusselse regelgeving, een dwangbuis.

Jan Wolkers in Lelystad, bij de viering van het tienjarig bestaan van de provincie Flevoland in 1996 Foto Vincent Mentzel

NRC wijdde al een paar publicaties aan de promotie van Onno Blom op zijn Wolkers-biografie. Nu een van de leden van de eerste promotiecommissie enkele inhoudelijke argumenten op tafel heeft gelegd (Dit is waar de wetenschappelijke biografie aan moet voldoen, 18/11), wil ik die als verantwoordelijke promotor van Blom niet onweersproken laten.

Een wetenschappelijke biografie zou vele vormen aan kunnen nemen, zou ik volgens collega Marita Mathijsen „gesuggereerd” hebben. Wat zij suggestie noemt, is een feit. Immers, de eerste commissie dacht totaal anders over het boek dan de tweede; de eerste wees het collectief af, de tweede keurde het collectief goed.

Er zijn meer van die feiten. Zo bestaan er duidelijk verschillende nationale tradities in de biografie. De Franse is totaal anders dan de Duitse en die verschilt weer fundamenteel van de Britse. Verder: de levensvervulling van de geportretteerde bepaalt in hoge mate de soort van levensbeschrijving. De biografie van een mysticus of wiskundige ziet er heel anders uit dan die van een politicus of veldheer.

Maar vooral: de keuze van het standpunt dat de biograaf inneemt bepaalt de vorm: van nabij of ver weg, vanuit één bepaald punt – de psychische gesteldheid van de held(in) of een grote dramatische gebeurtenis in zijn of haar leven – of vanuit het vogelperspectief. En bij dat laatste maakt het dan weer uit of men begin en eind, leven en werk, of werk en werking bijeen probeert te brengen.

Lege collegebanken

Onder historici zijn deze nationale, thematische of methodische verschillen geen probleem. Geschiedschrijving is een oude discipline die zoveel methodische stormen over zich heen heeft gekregen, dat men op een bepaald moment besloot al die vormen naast elkaar te accepteren. Waar men op let is de kwaliteit van de uitvoering: de originaliteit, de transparantie, de betrouwbaarheid. Die bepalen de graad van wetenschappelijkheid.

Aan die drie criteria voldoet de biografie van Blom over Wolkers ten volle. Maar Mathijsen heeft haar eigen criteria. Dat komt waarschijnlijk omdat zij geen historica is. De neerlandistiek verliet zo’n eeuw geleden het gastvrij huis van de geschiedenis en heeft zich vervolgens overgegeven aan theoretische turf battles die de gemoederen vol maar de collegebanken leeg maakten.

Lees ook: Er zijn vele vormen voor een wetenschappelijke biografie

Fatwa-criteria

Daarbij komt dat de criteria van Mathijsen een nogal drammerig mengsel zijn van dwang, vanzelfsprekendheid en eenzijdigheid. Allereerst het fatwa-achtige karakter ervan. Een metier dat zich zo laat opsluiten berooft zich van de experimentele mogelijkheden die het levensbloed ervan zijn. Ik denk dan aan experimenten als het ‘ongeleefde leven’, het ‘parallelle leven’, het ‘minuscule leven’ (Michon) of het ‘infame leven’ (Foucault).

Het vanzelfsprekende van de criteria van Mathijsen mag blijken uit het feit dat ook de Wolkers-biografie van Blom aan zes van de acht beantwoordt zonder dat hij dat met zoveel woorden zegt. Maar dat is kennelijk het probleem: je moet het steeds expliciet zeggen. Het verschil tussen feit en fictie, tussen feit en interpretatie „moet steeds duidelijk zijn”, „er moet geen verwarring kunnen optreden”, het wordt als een gebedsmolen door Mathijsen herhaald. Maar dat kun je bereiken op twee manieren: door elke keer de lezer uit zijn lectuur te halen of hem er met subtiele middelen op te wijzen. Dit laatste doet Blom.

Noodzaak van context

De eenzijdigheid van de criteria blijkt uit de nadruk die ze legt op de noodzaak van een context. Maar nog afgezien van het feit dat er vele levens geleefd worden zonder of buiten context, de opdracht om een leven van een schrijver of kunstenaar in samenhang met zijn of haar het werk is op zichzelf al een volstrekt legitiem project. Tact en tederheid zijn er voor nodig, inlevingsvermogen en zelfwegcijfering, dingen die je niet kunt afvinken, dat is waar.

Een metier dat zich zo laat opsluiten berooft zich van de experimentele mogelijkheden die het levensbloed ervan zijn

Maar het fundamentele bezwaar dat ik tegen het stuk van Mathijsen heb is de oneerlijkheid ervan, de schijnhelderheid die het biedt en de suggestie die ervan uitgaat. Ze maakt onderscheid tussen een wetenschappelijke biografie en een publieksbiografie. Voorbeelden van de eerste zouden zijn de Heijermans-biografie van Goedkoop en de Bernhard-biografie van Van der Zijl, voorbeeld van het tweede (ze zegt het niet, ze suggereert het) de Wolkers-biografie van Blom. Meer dan een retorische truc is dit niet.

Intelligentie van de lezer

Want de reden waarom de boeken van Goedkoop en Van der Zijl zo goed zijn, is niet omdat ze beantwoorden aan dat lijstje criteria van Mathijsen, want dat doen ze niet. Ze doen niet aan ‘verantwoording’ en ‘bronnenkritiek’, daar zijn het veel te goede schrijvers voor, schrijvers die bij het verwerken van hun onderzoeksresultaten ook rekening houden met de intelligentie van hun lezers en met het plezier van de lectuur.

Het is maar hoe je die criteria leest: als aanbevelingen is er van alles mee te doen, als „minimale eisen” is het een dwangbuis die eerder doet denken aan de Brusselse regelgeving: al die kazen, dat kan toch niet, zeker niet de rauwmelkse. Er is maar één kaas: dat is de Amsterdamse en die herken je door acht puntjes af te vinken.

Wij maken ons druk om het uitsterven van de soorten in de natuur, maar we zouden dat ook kunnen doen om de soorten in de universiteit. Dictaten als die van Mathijsen zorgen alleen maar voor eenzijdigheid, voor een monocultuur die de humaniora schaadt.