Opinie

Na Bonifatius is bij Dokkum het betogingsrecht vermoord

Er was geen enkele reden dat de geoorloofde demonstratie tegen Zwarte Piet na het ‘A7-incident’ niet gewoon kon doorgaan, schrijft .

Friese actievoerders hebben zaterdag zo’n 120 demonstranten uit Rotterdam en Amsterdam fysiek belet om in Dokkum vreedzaam te betogen tegen de racistische karikatuur van Zwarte Piet door hun bussen op de snelweg de pas af te snijden en te laten stoppen.

Niet alleen in de bus ontstond letselschade door het brute remmen. Ook in de file achter de bussen ontstond letsel als gevolg van kop-staart-botsingen.

Het gedrag van de pro-Zwarte Pieten is riskant en laakbaar: het opzettelijk veroorzaken van levensgevaarlijke situaties. Niet voor niets stelt de Wegenverkeerswet dit handelen, afhankelijk van de ernst van het letsel, strafbaar als misdrijf.

Dergelijk roekeloos handelen kan zeker niet onbestraft blijven. En kan, afhankelijk van de lichamelijke gevolgen voor mensen in de bus of auto’s daarachter, evenmin worden afgedaan met boetes (waarvoor sympathisanten van de actievoerders inmiddels geld hebben opgehaald).

Mogelijk is zelfs sprake van een cumulatie van strafbare feiten. Het opzettelijk storen van een geoorloofde betoging door het verwekken van wanorde wordt in het Wetboek van Strafrecht strafbaar gesteld.

Hoe triest is het dan dat de actie voor burgemeester Waanders van Dokkum reden was om de betoging alsnog te verbieden. Zij vreesde voor de veiligheid van de bezoekers van de intocht. En daarom kon zij – naar eigen zeggen – niet anders dan de demonstratie tegen Zwarte Piet verbieden. Dit suggereert dat zij bij de voorbereiding van het evenement de afgelopen weken geen vuiltje aan de lucht zag, toen zij de hoeveelheid orde handhavende politieagenten inschatte.

Dat zou echter van een bijzondere naïviteit getuigen, gezien de problemen in de afgelopen jaren met de anti-zwartepietendemonstranten in andere steden. Zeker als je weet dat velen in Friesland Zwarte Piet geen probleem vinden.

Maar zij zegt dat ze alles grondig heeft onderzocht. Dus kunnen we dit scenario uitsluiten. Maar vanwaar dan die plotselinge vrees voor wanordelijkheden na een twintig minuten durend oponthoud van de demonstranten op de snelweg? Of was het weer een smoesje om een onwelgevallige demonstratie te verbieden?

Zie ook die enkele tegenstandster van Zwarte Piet die op eigen gelegenheid naar Dokkum was gekomen. Zij hield een stuk karton op met de tekst: „A heritage of hate is nothing to celebrate”. Dat werd haar echter verboden; ze had de burgemeester niet om toestemming gevraagd.

Maar niet-kennisgeven is volgens het geldende recht geen dragend argument om een betoging te verbieden. Ten tweede waren bij het evenement slechts 15.000 in plaats van de verwachte 25.000 bezoekers aanwezig. Politie genoeg, zou ik zeggen; geen enkele vrees voor wanordelijkheden derhalve.

Ten derde gaat het in een geval van een individueel naar voren gebrachte opvatting niet om het recht van betogen, maar om de vrijheid van meningsuiting. Nog altijd staat in onze Grondwet dat niemand voorafgaand verlof nodig heeft voor het openbaren van gedachten en gevoelens.

Kortom, er zijn oneigenlijke argumenten in de strijd geworpen. Het betogingsrecht is duizend jaar na Bonifatius bij Dokkum vermoord.