Recensie

Magistrale marathon met drie grootmeesters

Recensie

Beethoven, Schönberg en Boulez waren grote vernieuwers van het strijkkwartet. Quatuor Diotima speelde in het Muziekgebouw een bij vlagen magistrale marathon.

Het Franse strijkkwartet Quatuor Diotima. Foto Jérémie Mazenq

Het Quatuor Diotima heeft een reputatie hoog te houden als interpreet van hedendaagse muziek, maar omarmt nadrukkelijk ook de traditie. Afgelopen weekend speelden de Fransen in het Muziekgebouw aan ’t IJ de vier strijkkwartetten van Schönberg gekoppeld aan vier late kwartetten van Beethoven. Elk van de vier concerten bevatte bovendien een deel uit Boulez’ Livre pour quatuor. Zo bracht Diotima drie grootmeesters samen in een bij vlagen magistrale marathon, waarbij het viertal uitmuntend samenspel etaleerde. (Kijk hier naar een video waarin Diotima een ‘Deel Ia’ van Livre à quatuor speelt.)

De verbrokkeling van Boulez lijkt oneerbiedig. Maar zijn Livre, genoemd naar Mallarmés visioen van een losbladig, hyperlink-achtig boek, vraagt er eigenlijk om. En de kleine doses kwikzilveren timbretovenarij waren zo ook voor niet-Boulez-adepten licht verteerbaar.

Vijf jaar geleden werkte Diotima nauw samen met de inmiddels overleden Boulez aan een definitieve versie van het Livre pour quatuor, oorspronkelijk uit 1948 maar door onoverkomelijke uitvoeringsmoeilijkheden jarenlang teruggetrokken door de componist. In vergelijking met de eerdere geautoriseerde versie van het Parisii Quartet (2001) was die van Diotima kalmer, eleganter, minder stekelig en toch op en top Boulez.

Vuige furie

De wendbare, continu overprikkelde spanningsbogen van Schönberg en Boulez bleken een bijzonder Diotima-talent. Deze muziek van vondsten en fonkelingen vergt reactiesnelheid en klankvoorstellingsvermogen van een hogere orde. Bij Beethoven excelleerde Diotima vooral in de grilligste passages, zoals de ‘Grosse Fuge’ van Nr. 13, die schuimde van vuige furie. De voorafgaande ‘Cavatina’ had dan juist iets eenvoudiger, minder romantisch-zwelgend gemogen.

Boulez en Beethoven componeerden de geprogrammeerde kwartetten respectievelijk aan het begin en aan het einde van stormachtige carrières. De kwartetten van Schönberg bestrijken juist diens hele loopbaan en lieten zo een boeiende ontwikkeling horen, van hoogromantiek via tastende atonaliteit naar voldragen twaalftoonsmuziek. Schönbergs Eerste strijkkwartet vormde een hoogtepunt van de marathon, vooral de tweede helft, waar het gezwollen-borstexpressionisme geleidelijk inklonk tot bezonken schoonheid. (Bekijk hier Schönbergs Eerste kwartet door het Zemlinsky Kwartet.)