Foto: Eric Brinkhorst

Fluitend afscheid nemen is makkelijker gezegd dan gedaan

Pensionering scheidsrechters

Het einde van de carrière is voor veel scheidsrechters in het betaald voetbal een uiterst gevoelig moment. Het grootste twistpunt is hun houdbaarheidsdatum. „Ik wilde nog wel tot mijn vijftigste fluiten.”

Hij floot jarenlang in de Champions League, maar op deze zaterdagochtend in Overijssel doet niets vermoeden dat hij eens op het veld stond met Zlatan, Messi en Ronaldo. Geen spreekkoren, geen camera’s, maar de alledaagsheid van een pupillenduel bij de amateurclub om de hoek. Tien uur ’s ochtends. Veld 1. Scheidsrechter: Eric Braamhaar.

De rijzige gestalte te midden van de jonge voetballers is te veel liefhebber om abrupt te stoppen met een hobby die hij sinds afgelopen zomer niet meer namens de KNVB uitoefent. Negentien jaar was hij profscheidsrechter, totdat hij begin 2016 een knieblessure opliep. Hoe hard hij afgelopen seizoen ook aan zijn herstel werkte, aan de fysieke eisen kon hij niet meer voldoen. Hij floot geen wedstrijd meer en nam in de zomer het besluit waar de KNVB twee jaar geleden al op aanstuurde: hij stopte.

„Je probeert het nog voor je uit te schuiven, maar je weet dat je carrière eindig is”, zegt Braamhaar. „Heb ik vrede mee. Waar ik minder vrede mee had, was de wijze waarop de KNVB met mij is omgegaan. Toen heb ik mijn hakken in het zand gezet en ben ik nog een jaar langer doorgegaan. Misschien een jaar te lang, maar mijn afscheid werd een erekwestie.”

Hij is niet de enige scheidsrechter voor wie het afscheid een gevoelig onderwerp is: dat is het voor hen allemaal. Stoppen veronderstelt dat ze niet goed genoeg meer zijn en betekent het einde van een goedbetaalde hobby die eerder een way of life is. Eens is het klaar, dat weten ze allemaal, maar wanneer precies en wie bepaalt dat zolang er geen leeftijdsgrens is?

Belangenstrijd

Over de antwoorden wordt al jaren getobd en gediscussieerd. Het is een belangenstrijd tussen enerzijds de KNVB, die gezonde doorstroming nastreeft, en anderzijds de scheidsrechters, die tegenwoordig kunnen schermen met een vast dienstverband. Eén ding is zeker: fluitend afscheid nemen is makkelijker gezegd dan gedaan.

Terwijl het vuur nog in hem wakkert, is Braamhaar beduusd als hij in mei 2015 verneemt dat de KNVB graag ziet dat hij en enkele andere oudgedienden aftreden. Ook Reinold Wiedemeijer, Pieter Vink en Tom van Sichem moeten plaatsmaken voor een nieuwe generatie. Braamhaar is dan 48, Wiedemeijer 47, Vink 48 en Van Sichem 46. Hun reactie? Geen denken aan.

In een land als Engeland hadden ze al moeten stoppen doordat daar dezelfde leeftijdsgrens wordt gehanteerd als bij internationale duels (45 jaar), in Nederland is die afgeschaft. Maar een belangrijker troef is een uitspraak van toenmalig minister Lodewijk Asscher, die in 2015 weigerde een uitzondering te maken voor arbiters in het betaald voetbal. De KNVB werkte jaren op basis van jaarcontracten, maar met de aangescherpte Wet Werk en Zekerheid werd de bond verplicht om twee tijdelijke contracten om te zetten in een vast dienstverband.

Foto: Eric Brinkhorst

„Wij wilden helemaal niet stoppen”, zegt Braamhaar over die periode. „Ik wilde nog wel tot mijn vijftigste fluiten. Mijn beoordelingen waren nog steeds goed, dus hoezo stoppen? Dankzij mijn vaste contract bepaalde ik dat zelf wel. Dát stond de KNVB tegen. Je voelt dan toch dat je ongewenst bent. Niet binnen het scheidsrechterskorps, maar wel bij de directie van de KNVB. Ze zitten met jou in de maag.”

Lees ook dit verhaal over het debuut van Stan Teuben, jongste actieve scheidsrechter in het betaald voetbal

Dat laatste zal Dick van Egmond nooit zeggen. Als het om zijn collega’s gaat spreekt de oud-scheidsrechter met eerbied over carrières die soms wel twintig jaar duren. „Mannen die een groot afscheid verdienen.” Maar de coördinator scheidsrechterszaken is ook eerlijk: het belang van de bond botst tegenwoordig vaker met dat van de scheidsrechter. Zeker sinds de uitspraak van Asscher. „Door die rechtszaak zijn afscheidsgesprekken steeds moeilijker geworden.”

Grootste twistpunt is de houdbaarheidsdatum van een scheidsrechter: de KNVB ziet het einde van een carrière naderen, de arbiter ziet nog topduels in het verschiet. „Mijn doel is dat ieder van hen fluitend afscheid neemt”, zegt Van Egmond. „Maar ik wil wel dat ze stoppen vóórdat ze inleveren op hun eigen kwaliteiten. Niet als ze eigenlijk al tekortkomen en in de problemen komen met de fysieke tests. Voor het goeie moet je dan een jaar eerder stoppen dan je beoogt.”

In de ziektewet

Hoe ouder een arbiter wordt, des te meer die testen een obstakel vormen. Ook voor Braamhaar, die na zijn knieblessure niet meer de oude werd. Sprinten lukte nog wel, maar niet in de gewenste tijden. Veertig meter sprinten deed hij niet in 6 seconden, maar in 6,2 of 6,3 seconden. Hij zakte voor de test, mocht niet meer fluiten, belandde in de ziektewet en verloor langzaam de hoop dat hij de tests wél ging halen. Toen stopte hij.

Terwijl ook Vink en Van Sichem stopten, is Wiedemeijer nog altijd actief, hoewel vooral op papier: hij floot zijn laatste duel op 4 november 2016. Hij raakte geblesseerd, slaagt nog altijd niet voor zijn testen en zit al een jaar in de ziektewet. Bij de laatste test meldde hij zich ziek. Erover praten wil hij niet. Ook Richard Liesveld (44) zit al een jaar in de ziektewet.

Hoe langer ze doorgaan, hoe groter de kans op blessures, hoe meer kans dat ze in de ziektewet belanden.

Peter van Dongen, vakbondsvoorzitter

Voor de KNVB zijn dit extra kosten, niet gebudgetteerd. Arbiters krijgen een relatief lage vaste vergoeding, aangevuld met premies per wedstrijd. De KNVB kan dus een begroting maken op basis van het aantal wedstrijden in het profvoetbal. Wiedemeijer en Liesveld fluiten niet, maar hebben contractueel wel recht op inkomen.

„De KNVB is de afgelopen jaren 200.000 euro extra per jaar kwijt geweest aan scheidsrechters in de ziektewet”, zegt vakbondsvoorzitter Peter van Dongen. „Dan begrijp je waarom de bond nastreeft dat scheidsrechters op het juiste moment stoppen. Hoe langer ze doorgaan, hoe groter de kans op blessures, hoe meer kans dat ze in de ziektewet belanden.”

Vrees voor toekomst na het fluiten

Toch willen sommigen van geen opgeven weten. Zij vrezen hun toekomst ná het fluiten, denkt Van Dongen. Ze zijn bang een goed inkomen te verliezen en weten niet hoe ze dat gat gaan opvullen. „Onder druk van economische belangen proberen ze hun carrière zo lang mogelijk te rekken terwijl zij soms zelf ook wel aanvoelen dat het klaar is. En scheidsrechters zijn ook mannetjes, hè. Ik ben zelf ook scheidsrechter geweest en weet dat de aandacht die je krijgt ook leuk is. Het is zo’n emotioneel besluit dat een belangrijke vraag wordt geblokkeerd: wat gaan ze ná het fluiten doen?”

Braamhaar vindt dat de KNVB daar verantwoordelijkheid voor draagt. Zelf werkt hij 36 uur voor de gemeente Rijssen. Als re-integratie-consulent gaat hij met vluchtelingen op zoek naar een baan of opleiding. „Mij hoeft de KNVB niet meer te helpen, maar niet iedereen krijgt het zo makkelijk als ik. Sommige jongens stoppen nog eerder. Wat doe je met hen? Aan diploma’s heb je vijftien jaar later vaak niks meer, aan werkervaring idem. Vroeger hoefde de KNVB misschien niks te doen, maar nu liggen de kaarten anders. Als iemand zich een groot deel van zijn leven beschikbaar voor het voetbal stelt, moet je met elkaar kijken hoe het eindigt.”

Foto: Eric Brinkhorst

Scheidsrechtersbaas Van Egmond ziet het precies andersom. „Ik ben de KNVB juist dankbaar geweest dat ik negentien jaar op het hoogste niveau mocht fluiten. Ernaast was ik voorlichter bij de politie. Wij stimuleren dat scheidsrechter ernaast nog werken. Als KNVB kunnen wij niet elk jaar vier aftredende scheidsrechters in dienst nemen. Van mijn baan is er ook maar één. Video-scheidsrechter worden is geen optie. Daarvoor moeten arbiters nog midden tussen de groep staan. Ze moeten die druk nog voelen.”

Uitzicht op een stabiel inkomen ná het fluiten vormt de sleutel tot een goed afscheid, zegt Van Dongen. „Je verdient goed met fluiten, zeker als je internationale wedstrijden hebt geleid, maar financieel onafhankelijk word je niet, ook na je carrière moet je voorzien in je natje en droogje. Ik zeg altijd: zorg voor een leven naast het fluiten. Een baan, een studie. Ik merk dat scheidsrechters die dat hebben gedaan minder moeite hebben om afscheid te nemen. Toen ik Tom van Sichem op pad hielp bij het vinden van een baan, fleurde hij weer helemaal op.”

Prettigere afvloeiregeling

De KNVB besteedt er steeds meer aandacht aan. Het credo: een topscheidsrechter verdient een topafscheid. Maar doordat dit een relatief nieuw probleem is, sinds de veranderde contracten drie jaar geleden, moet ook de KNVB hier zijn weg in vinden, zegt Van Egmond. Een eerste stap was de invoer van een (maximale) vertrekpremie van 80.000 euro bij de cao-wijziging van vorig jaar. „Bedoeld als een prettigere afvloeiregeling.”

Financieel is Braamhaar er dan ook goed uitgekomen met de KNVB, zegt hij. Boos is hij niet meer. Hij heeft zin in zijn nieuwe leven. Als ambtenaar én liefhebber tussen de pupillen.

    • Fabian van der Poll