Recensie

Bij Haitink is Anna Lucia Richter een gedroomd Mahler-sopraan

Klassiek De samenwerking tussen dirigent Bernard Haitink (88) en het Chamber Orchestra of Europe leidde tot Mahler-liederen die betoverden, met sopraan Anna Lucia Richter als een gedroomde Mahler-zangeres.

Bernard Haitink Remko de Waal/ANP

Voor dirigent Bernard Haitink (88) is de samenwerking met het Chamber Orchestra of Europe (COE) een parel van zijn oude dag. Een orkest dat wars is van ijdelheid, zo goed mogelijk samen muziek wil maken en op elkaar ingespeeld is, maar (door de projectmatige werkwijze) toch fris.

Haitink werkte de afgelopen jaren dan ook veel met het COE samen, en realiseerde op vleugels van die ongedwongen samenwerking menige ooropenende verrassing.

Hartsrepertoire

Woensdag was de beurt aan Mahler en Mozart – Haitinks hartsrepertoire, in één woord. Mozarts Symfonie nr. 36 (‘Linzer’) klonk volmaakt in balans: de delen vertelden samen één coherent verhaal; details als de ronkend optrekkende contrabasgroep – sowieso een van de troeven van dit prachtorkest – en de elegantie van de fraseringen hielden je bij de les.

En toch waren het Mahlers liederen op teksten uit volksliedbundel Des Knaben Wunderhorn die het sterkst ontroerden. De jonge sopraan Anna Lucia Richter (1990) was de grootste ontdekking – misschien zelfs de grootste vocale sensatie van dit jaar. Zoals bariton Thomas Hampson in zijn bloeitijd betoverde door de authentieke, doordachte theatraliteit van zijn Mahler-interpretaties, zo deed Richter dat nu.

Spitsneus voor theater

Haar sopraanstem heeft een warme laagte maar een naïef-onopgesmukte hoogte en juist die mix is voor Mahlers liederen ideaal. Daarbij bezit Richter een spitsneus voor theater, neemt ze risico en schrok ze er niet voor terug de schalks-volkse dialogen in te vullen met realistische koketterie. Een tikje teleurstellend was het vocaal weerwoord van bariton Hanno Müller-Brachmann: een intelligent zanger, maar zeker in het hogere register miste hij glans en gloed.

Gelukkig deed de orkestrale begeleiding wel versteld staan. Haitink mag bijna negentig zijn, wat hij hier realiseerde aan retoriek en detaillering was van een zeldzame verfijning – van vlammende verontwaardiging (slotmaten van Das irdische Leben) tot omineuze woelingen (Revelge). Doodzonde dat de zaal niet vol zat.