‘Al die regels in de zorg, van óns hoeft het niet’

Artsen zijn veel tijd kwijt aan overbodige administratie, blijkt uit nieuw onderzoek, soms de helft van hun tijd. Dat verwijten ze de verzekeraars, de toezichthouder en zorgmanagers. Die verweren zich.

Ze worden gezien als de grote boosdoeners, en dat weten ze zelf maar al te goed. Spreek met artsen over de enorme administratiedruk in de zorg en zij wijzen al snel drie schuldigen aan: toezichthouders, managers en zorgverzekeraars.

Dát er een groot probleem is met extreme administratiedruk ontkennen ze niet, zeggen Inspecteur-Generaal Ronnie van Diemen van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ), bestuurslid Jurgen Sernee van de Noordwest Ziekenhuisgroep en directeur zorginkoop Olivier Gerrits van zorgverzekeraar Zilveren Kruis. Dat laat, vertellen ze, alleen al het nieuwste onderzoek over het onderwerp zien.

Dat onderzoek van de denktank ‘(Ont)Regel de Zorg’ werd afgelopen weekend gepresenteerd tijdens een grote conferentie in Utrecht over regeldruk in de zorg. Artsen zijn gemiddeld veertig procent van hun werkweek kwijt aan het invullen van formulieren, schrijven de onderzoekers. Vooral wijkverpleegkundigen hebben er last van: ze besteden er zo ongeveer de helft van hun uren aan.

Die wijkverpleegkundigen zijn daar zo klaar mee, dat ze deze maandag protesteren tegen de administratiedruk. Het is namelijk allemaal tijd waarin ze geen patiënten kunnen verzorgen. „We moeten samen de papierberg te lijf”, zei minister Bruno Bruins (Medische Zorg, VVD) op de conferentie.

Is het werkelijk nodig?

Dat is waar, maar om alleen naar óns te kijken is onterecht, zeggen Van Diemen, Sernee en Gerrits. „Wijzen is makkelijk, maar dit probleem is juist zo ingewikkeld omdat de regels van vele verschillende kanten op artsen af komen”, zegt Van Diemen.

Haar inspecteurs krijgen bijvoorbeeld vaak kritiek van verpleegkundigen: waarom moeten ze van de inspectie toch tijdens elke dienst aan patiënten vragen of ze pijn hebben, en welke score ze die pijn geven? Van Diemen: „Maar dat is dus een eis die verpleegkundigen zélf hebben ingevoerd. Dáárom controleren wij erop. De vraag of het werkelijk bijdraagt aan goede zorg, blijken we elkaar niet te stellen.”

Gerrits: „Er wordt altijd in eerste instantie naar ons gewezen. Soms terecht, vaak ook niet, terwijl het belangrijk is in dit debat de nuance op te zoeken.” Ook de directeur zorginkoop loopt vaak tegen dezelfde voorbeelden aan. Artsen verwijten de zorgverzekeraars dat het declareren van geleverde zorg veel te ingewikkeld is. Er zijn honderden codes voor verschillende behandelingen, die ze allemaal perfect moeten invoeren in de computer, want anders krijgen ze geen vergoeding. Gerrits: „Dat is ook ingewikkeld, maar we hebben in de politiek afgesproken om op deze manier te werken. Wij hebben dat niet bedacht, maar moeten het wel uitvoeren.”

„De overbodige registratiedruk houden we met z’n allen in stand”, vindt dan ook ziekenhuisbestuurder Jurgen Sernee. Hij vertelt over een typisch misverstand: gaat hij op bezoek op een afdeling van zijn ziekenhuis, zegt altijd wel iemand ‘we moeten veel te veel informatie over patiënten bijhouden van u’. Later blijkt dat vaak te gaan om kwaliteitsvereisten die de beroepsgroep de artsen zélf heeft opgelegd.

Misverstanden over schuldigen

Niet dat de organisaties geen fouten maken. Gerrits schrok toen hij ontdekte dat zijn verzekeraar aan huisartsen vroeg om steeds weer nieuwe formulieren in te vullen voor hulpmiddelen van patiënten met een chronische ziekte – alsof die patiënten na een jaar ineens weer beter zouden zijn. Die regel is meteen geschrapt, zegt Gerrits.

Inspectiebaas Van Diemen moest slikken toen ze bij een apotheker kwam die een speciale kamer had vrijgemaakt voor alle papieren dossiers: haar Inspectie bleek van apothekers te vragen dat ze alle formulieren ook op papier zouden bewaren. En Jurgen Sernee schaamt zich wel eens als hij ontdekt dat vier verschillende afdelingen dezelfde informatie over patiënten aan het registeren zijn, maar de computersystemen in het ziekenhuis dat niet herkennen.

De inspecteur-generaal, ziekenhuisbestuurder en zorgverzekeraarsdirecteur willen niet alleen van de misverstanden over ‘schuldigen’ af. Ze willen de discussie over regeldruk ook verdiepen, en bezweren dat zíj niet in de weg zullen staan als overbodige regels geschrapt kunnen worden.

Regels hebben vaak met angst voor fouten te maken, zegt Ronnie van Diemen. Alles willen vastleggen en controleren. Die angst zit in beroepsgroepen van artsen en verpleegkundigen, die is er bij de zorgverzekeraars, bij de Inspectie. Maar volgens Van Diemen zegt een vinkje zetten niets over of de zorgverlener goed werk heeft geleverd. Vastleggen, zegt ze, blijft natuurlijk belangrijk. Hoe weten artsen anders van elkaar wat de status is van een patiënt die ze allebei onder behandeling hebben? Van Diemen: „Maar we moeten ook regels durven loslaten. Als zorgverleners in control zijn, dan hoor je echt niet van de Inspectie dat er meer geregistreerd moet worden.”